Het is weer zover. In onze vensterbank staat opnieuw een verpieterde, uitgedroogde plant. Klaar om weggegooid te worden, want zelfs met een emmer water is deze plant niet meer te redden.
Op dit moment probeer ik op te schrijven wat ik tegen je wil zeggen, maar de juiste woorden laten zich niet vinden. Steeds weer gaan mijn gedachten terug naar die jaren dat we mijlenver van elkaar af stonden.
Ze zit op het randje van haar bed. Ze hijgt een beetje. ‘Gaat het?’ vraag ik, terwijl ik met mijn lampje op een punt achter haar schijn. Ze mompelt iets en kijkt me glazig aan. ‘U bent in het ziekenhuis.’
Soms slaat de angst me om het hart. De afgelopen weken is er weer zo veel gebeurd op het wereldtoneel dat ik er van tijd tot tijd bang van word. Dat mijn gevoel van veiligheid soms ver te zoeken is.
Heb je ook wel eens van die momenten dat je jezelf tegenvalt? Een opmerking die allesbehalve opbouwend is. De realisatie dat je niet perfect bent of je niet voldoet aan een lat die je jezelf gesteld hebt.
Geen tijd om te huilen, te druk om te huilen, de rust niet kunnen vinden om te huilen. Ik ben nogal een huilebalk. Lees ik in de Bijbel, dan kan ik zo geraakt zijn van wat ik lees dat de tranen me in de ogen springen.