Mijn tuin is vol. Veel te vol. Hij heeft zelfs het punt bereikt dat hij eigenlijk uit zijn voegen barst. En dat is allemaal begonnen met het feit dat ik van tuinieren houd, zoals jullie vast wel weten.
Wees eens echt eerlijk. Die gedachte kwam laatst op, toen ik sprak met een vriendin. in een gesprek heb ik namelijk vaak de neiging om mijzelf en vooral de ander te overbluffen. De waarheid wordt altijd net iets mooier.
Ik had het helemaal uitgedacht: de voorjaarsvakantie. Voor elke dag had ik een plan gemaakt; het moest een heerlijke week vol leuke dingen worden. Het eerste weekend van de vakantie moest ik nog werken.
Het is januari, net na een aantal regenachtige dagen, dat ik samen met Jonathan thuis ben en plots de zon achter een wolk vandaan komt. Vol warmte schijnt hij de kamer binnen en dan gebeurt het
‘En is dat dan de slechterik?’ vraagt de een. ‘Nee, dat noem je geen “slechterik”. Dat noem je een “tegenstander”,’ zegt de ander. Twee jongens zitten op hun knietjes op een plastic stoel, gebogen over de tafel.
Ik moet iets bekennen. Ik durf er bijna niet voor uit te komen, maar ik moet het kwijt. Ik ben jaloers. Ik ben stikjaloers, op het onredelijke af. Mijn man kan erover meepraten. Waar ik dan zo op jaloers ben?