Blogs

Hoe leef jij met God en de mensen om je heen? Deze vrouwen geven je een inkijkje in hoe zij dat doen...

Ga de strijd aan

Daar zitten ze. Met hun hoofden bij elkaar gestoken rond een gebutste tafel. Om hen heen is het schemerig en bedompt, en er hangt iets ondefinieerbaars in de lucht. Macabere grijnzen verschijnen op de verweerde gezichten als de oudste van het gezelschap iets tegen de anderen zegt. Zijn toon is onheilspellend, het daaropvolgende gegniffel sinister. Ze wrijven in hun handen en kijken elkaar aan. Lucifer en zijn trawanten. Hoe krijgen we alle gelovigen zover dat ze hun geloof – en God – vaarwelzeggen? Hoe zorgen we ervoor dat de kerk het loodje legt? Zo luiden de punten, die al eeuwenlang de agenda bepalen en elk overleg opnieuw aan bod komen. Op zoek naar nieuwe manieren om hun doel te bereiken. Een god-loze wereld. ‘Dit keer moeten we het echt goed aanpakken,’ klinkt de grimmige stem van Lucifer. ‘Blijkbaar zijn gelovigen bestand tegen lijden en verdrukking.’ Hij kijkt zijn volgelingen beurtelings aan. ‘Ik hoef jullie niet te herinneren aan hoe het de christenen tijdens de middeleeuwen verging, of wel? We lieten de pest rondwaren. Miljoenen stierven. Maar in plaats van dat ze God de rug toekeerden, groeide de kerk.’ Lucifers gezicht wordt donker. ‘Of wat dachten jullie van de Reformatie? Brandstapels, boerenoorlogen, vervolgingen… We lieten de christenen de klappen van de zweep voelen, maar de kerk groeide. Of neem de Verlichting.’ Hij laat een schamper lachje horen. ‘Even leek het erop dat we succes hadden. Door de mensen te tonen hoeveel verstand ze hadden en hen te laten denken dat ze slimmer waren dan God, hadden we het tij bijna gekeerd, maar drommels nog an toe, de kerk groeide.’ Lucifer slaat met zijn vuist op tafel. ‘Zelfs de wereldoorlogen kregen die gelovigen niet op hun knieën. Of eigenlijk was dat precies wat we met alles bewerkstelligden, want ze zochten God en… de kerk groeide.’ Doodse stilte vult het vertrek. Lucifer schuift een omgekeerd glas langzaam over de tafel en dan glijdt er een vreemde glans over zijn gezicht. ‘Maar nu heb ik het,’ brult hij opgetogen. ‘Hier zullen die christenen niet tegen bestand zijn; hiermee krijgen we de kerk klein.’ Hij buigt zich nog wat dichter naar zijn trawanten toe. ‘We geven die christenen alles wat hun hartje begeert – spullen, werk, internet en wat je maar kunt bedenken – en zorgen ervoor dat ze daar zo verschrikkelijk druk mee zijn, dat er geen tijd overblijft voor hun geloof. Voor de kerk. Voor God. Als we ons richten op hun passie, focus, identiteit, gezin, verleden, angsten en roeping, reinheid, innerlijke rust, pijn en relaties, móéten ze wel opgeven. Tegen dat soort aanvallen zijn ze ongetwijfeld niet opgewassen.’ Na die woorden schalt zijn duivelse lach door het vertrek. ‘Let op mijn woorden. Dit. Gaat. Slagen.’ Of het er precies zo aan toegaat in het rijk van de duisternis, weet ik niet, maar veel ervan zal het niet verschillen, want het is oorlog. Elk moment van de dag – ook nu – is de duivel bezig krijgslisten te verzinnen om jou en mij te overweldigen. Maar je bent niet weerloos. Niet bij voorbaat gedoemd om te verliezen. God heeft je namelijk een krachtig wapen gegeven om de satan te bestrijden: gebed. Al zijn pogingen mislukken als jij begint te bidden. Geen schietgebedje, maar een vurig, gericht gebed, zoals Priscilla Shirer je leert in Vurig. Daarin geeft ze je een strijdplan voor serieus, specifiek en strategisch gebed en gaat ze in op de tien meest voorkomende aanvalsstrategieën van de duivel. Ze laat zien hoe je kunt bidden om jezelf hiertegen te beschermen, zodat je een door God vervuld leven kunt gaan leiden. Ga de strijd aan. Verzet je met hand en tand tegen de duivel. En onthoud: Satan heeft je voor zich opgeëist om je als graan te mogen zeven. Maar Ik heb voor je gebeden opdat je geloof niet zou bezwijken. (Lucas 22:31-32, NBV) N.a.v. Vurig, dat je een strijdplan voor serieus, specifiek en strategisch gebed geeft en de tien meest voorkomende strategieën van de duivel behandelt. Ze laat zien hoe je kunt bidden om jezelf hiertegen te beschermen.


Mirror

Ze was begin twintig toen ik haar voor het eerst zag. Ze leek een grote tiener met een peuterdochtertje, woonde in ons centrum en was duidelijk aanwezig. Als er iets in haar hoofd opkwam, wilde ze daar meteen een antwoord op, hulp bij of op zijn minst in gehoord worden. Als ze aandacht wilde, gebruikte ze al gauw de woorden ‘it is an emergency’, om te bereiken dat we naar haar luisterden.Een mooie jonge vrouw, die door het leven dat ze in de prostitutie leidde volwassen was geworden. Tegelijk een tiener die moeite had haar tienertijd in te halen. Een jonge mama die niet wist hoe ze met haar kind moest omgaan. Een jong meisje dat niets leuker vond dan de aandacht van mannen te trekken.Vandaag, een aantal jaar nadat ik haar leerde kennen, nemen we afscheid van haar. In het midden van de belangstelling van het afscheidsfeestje staat een prachtige volwassen vrouw. Haar vijfjarige dochtertje staat trots naast haar. Ze geeft een speech, waarin ze eerlijk naar zichzelf durft te kijken en durft uit te spreken hoe ze was en wat ze geleerd heeft.Ze gaat terug naar haar thuisland. Maar ze gaat niet zomaar terug. Ze gaat iets doen. Ze gaat doorgeven wat ze bij ons mocht leren. Ze gaat mensen in nood laten zien dat je zo veel kunt geven aan je kinderen, zelfs als je niets hebt. Dat je altijd kunt liefhebben, ook als je geen cent hebt om te geven. Dat er altijd hoop is.Maar gaat ze niet alleen. Ze gaat samen met God. Dat vertelt ze dan ook openhartig in haar afscheidsspeech. Terwijl ik dankbaar luister, denk ik aan de gesprekken met haar. Wat was ik in alle nood die ze uitsprak, steeds onder de indruk van haar getuigenis over wie God in haar leven was.Ik laat haar niet zonder zorgen vertrekken. Het impulsieve meisje dat ze was, zit nog steeds in de volwassen vrouw die ze nu is. De moeder die soms liever kind is, komt vaak nog boven. De christen die steeds weer moet leren in afhankelijkheid van God te leven, in plaats van de vrouw te zijn die het zelf wil kunnen.Als ik naar haar kijk, zie ik iets terug van wie we allemaal zijn en realiseer ik me dat ze ons een spiegel voorhoudt. De spiegel waarin ik zie dat we allemaal keuzes maken uit begrijpelijke motieven als angst, nieuwsgierigheid, eenzaamheid of impulsiviteit, die niet altijd de juiste voor ons zijn. Maar de spiegel die zij me voorhoudt, leert me ook hoe God is. Dat Hij ons soms die keuzes laat maken en toch de deur niet dichtdoet, maar steeds weer wacht tot we terugkomen.En elke keer hebben we weer iets geleerd, iets over onszelf, over het leven en over Hem.


Onschuldige dromen?

‘Mama, ik heb gedroomd!’ Onze dochter Linde roffelt op maximale snelheid van de zoldertrap naar onze slaapkamer. Tranen stromen over haar wangen. ‘Er waren twee honden, en ze beten me doormidden!’ Linde is vanmiddag bij een vriendje wezen spelen en de daar aanwezige honden hebben haar de stuipen op het lijf gejaagd. Haar brein gebruikt de nacht om deze schrikbarende ervaring een plekje te geven. Dromen hebben twee gezichten. Aan de ene kant kunnen onze angstdromen ons behoorlijk uit ons evenwicht brengen. Kort voordat ik moest bevallen, had ik er keer op keer last van. Alle mogelijke horrorscenario’s kwamen ’s nachts langs. Ik had dan ’s ochtends echt een paar uur nodig om dit weer van me af te zetten. Aan de andere kant kunnen dromen het leven ook kleur geven. Zonder toekomstdromen is het leven grijs. ‘Dit is echt een jongensdroom,’ riep de keeper van het Nederlands elftal, Tim Krul, uit nadat hij twee van de vier penalty’s van Costa Rica stopte. Toch zijn ook die mooie dromen niet zonder gevaar. Tot die ontdekking ben ik inmiddels gekomen in mijn dagelijks werk. Het komt regelmatig voor dat de beslissing van mensen om een punt te zetten achter hun huwelijk, is begonnen met dromen. Surrealistische dromen over een geromantiseerde relatie met een jeugdliefde. Dromen over een leven zonder verplichtingen. Dromen over een tweede jeugd. Dromen over een nieuwe start in een heel andere omgeving. Dit soort dromen zouden op zich niet heel schadelijk zijn, als hierin geen anderen zouden worden meegesleept. En dat is nu juist wél het geval. Door te trouwen, beloof je om jouw dromen te verbinden aan de dromen van de ander. Als de ene partner zijn persoonlijke dromen gaat najagen, is het onherroepelijke gevolg daarvan dat de dromen van de ander in duigen vallen. Dromen van samen oud worden. Dromen van leuke dingen doen samen, als de kinderen zelfstandiger worden. En wat doen de kinderen als hun vader of moeder besluit om dromen te gaan najagen? Die accepteren niet dat hun vertrouwde leven zo wreed wordt opgeschud. Hun dromen zijn hun redding. Ze dromen van de dag dat hun ouders zich weer herenigen. En zolang nieuwe partners die droom niet wreed komen verstoren, gaan ze daarmee regelmatig door tot ze volwassen zijn. Ik hoop dat onze dochter Linde gewoon over honden blijft dromen. Die dromen zijn tenminste met een simpele knuffel te bestrijden! Als je gaat scheiden, is er veel pijn en verdriet, maar ook veel onzekerheid. Hoe moet je verder met je leven? Wat kun je verwachten in het verwerkingsproces? En hoe kun je de kinderen hier het beste doorheen helpen? Maar ook: wat betekent God in dit alles? Met Leven met scherven willen de auteurs je helpen om een begin te maken met de verwerking van een echtscheiding. Heel zorgvuldig en meevoelend word je op weg geholpen en krijg je alle praktische informatie die je nodig hebt. Aan bod komen onderwerpen als verlies en rouw, omgaan met kinderen, je ex en schoonfamilie, maar ook juridische thema’s als mediation, ouderschapsplan en financiën. Het boek bevat verwerkings- en bezinningsvragen met schrijfruimte. Zo kun je je ervaringen van je af schrijven.  


Nieuwe kracht

Het voelde kwetsbaar, toen ik bekendmaakte dat ik me tijdelijk terugtrek uit het openbare leven. Even geen lezingen, workshops, geen RTL 4 of andere dingen. Mijn bed, met de dekens over mijn hoofd, voelde een paar dagen als de beste plek om te zijn. Vragen van mensen wilde ik ontwijken en goedbedoelde adviezen liever vermijden. Een winterslaap houden klonk me als muziek in de oren. Maar na een paar dagen bed en dekens wilde ik de wind weer door mijn haren voelen en de vogels horen fluiten; ik wilde de vreemdeling in de ogen kijken en een glimlach kunnen geven. Ik wilde weer zingen en een goed glas wijn met mijn man en vrienden drinken. Dus ging ik de confrontatie met mezelf en mijn omgeving aan. Dat was soms spannend, zeker omdat ik me zwakker voel dan ik jaren heb gevoeld. Mijn leven is behoorlijk stilgezet. En toch ook niet, want in deze periode leer ik ontzettend veel. Ik heb mijn lege handen aan mijn sterke God moeten geven. Er zat niets anders op. Ik had zelf geen oplossing meer voor de pijn in mijn hart en voor de gebrokenheid die ik ervaar. En heel eerlijk: vaak ben ik sceptisch als het gaat over de vraag of God wel een oplossing weet voor al die dingen die gebeuren. Zal Hij nieuwe kracht geven of daagt Hij mij uit? Wat mij helpt, is te bedenken dat voor innerlijke vreugde en vrede juist mijn gebrokenheid en lege handen nodig zijn om te verlangen naar heelheid en vervulling van Gods liefde. De bron van rust is bij God te vinden, lees ik in de Psalmen, en nergens anders. Gelukkig ken ik die God een beetje. Hij heeft mij al vaker moeten oplappen, opknappen, kneden en troosten en het is Hem altijd nog wonderbaarlijk gelukt. De Bijbel is ook een eerlijk boek. Het is geen boek met alleen maar succesverhalen en heldendaden. Sommige geloofsmannen en -vrouwen beginnen stoer, maar algauw lezen we ook over hun kwetsbaarheid en gebreken. Ook deze mensen kennen ontmoediging en aanvechting. En zo blijf ik mijn legen handen maar uitstrekken naar de God Die nieuwe kracht wil geven aan vermoeide mensen. En gelukkig kan ik zeggen dat dit vermoeide mens zo nu en dan wat prachtige lichtpuntjes ziet. Dat ze zo nu en dan weer zin heeft om wat op te pakken. Daarom zal ik in november weer heel en toe mijn gezicht laten zien en een lezing geven. En in mijn eigen studeerkamertje tik ik wat af. Schrijven werkt voor mij genezend en daarom hoop ik dat er in het voorjaar 2018 weer een nieuw boek in de winkel ligt. Ik geloof dat ook jij de moed niet op moet geven. LEV heeft een mooi lied: Zelfs als er niets meer klopt, klopt het hart van God. Juist op momenten dat jij het niet meer kunt, kan God veel met jou. Niet dat je het in één keer ervaart of begrijpt, maar probeer je in je zwakheid goed af te stemmen op je Maker. Mijn ervaring is dat Hij je dingen van het koninkrijk laat zien die zo anders zijn dan de dingen van de wereld. Het is een geheim dat je juist in de gebrokenheid stapje voor stapje leert begrijpen. Dus laat de hoop niet los, los van wat er komt, komt er redding, want God is met ons.


Een andere rol

‘Ik wil het toch anders!’ zeg ik. ‘O ja?’ de Schrijver kijkt mij met pretlichtjes in Zijn ogen aan. Zenuwachtig wiebel ik op mijn voeten. ‘Ja, en ik weet heus wel wat Je gaat zeggen: je wilde deze rol zelf, je stond smekend voor me en Je had me nog zo gewaarschuwd.’ Ik sla mijn armen over elkaar. ‘Dat ga Ik helemaal niet zeggen,’ zegt de Schrijver. ‘Want dat weet je zelf heel goed. Maar Ik ben wel heel nieuwsgierig waarom je van gedachten bent veranderd.’ Een aantal maanden geleden hadden we een soortgelijk gesprek. Ik wilde het inderdaad anders. Ik was het niet eens met het script en de rol die ik toebedeeld kreeg. In mijn ogen hadden de andere spelers allemaal een glansrol – sterk, onafhankelijk, stoer, gezond – en ik wilde dat ook. Dus ik eiste een andere rol. Ik stond erop! Ja, de Schrijver waarschuwde me er nog voor dat je een personage niet zomaar kunt veranderen, maar ik wilde het. En ik kreeg het. En toen kreeg ik de deksel op mijn neus. Je kunt een personage niet koste wat het kost in een bepaalde rol gieten. En daarom was ik nu weer hier. Ik zucht en plof neer op de stoel die de Schrijver me toeschuift. ‘Vertel,’ zegt Hij nogmaals. Alsof Hij het niet zou weten, Hij is tenslotte de Schrijver. Maar ik weet ook dat ik er niet vanaf kom zonder het zelf te vertellen. ‘Ik ben niet zo. Niet zoals zo iemand,’ mompel ik. Hij buigt Zich naar voren. Een glimlach speelt om Zijn mond; duidelijk niet om mij uit te lachen, maar vanwege het feit dat ik zelf ergens achter ben gekomen. ‘Hoe bedoel je?’ vraagt Hij. ‘Ik kan het niet, oké?’ beken ik. ‘Het lukt me niet, ik ben niet zo.’ Het is even stil. Dan kijkt Hij mij indringend aan. ‘Vertrouw je Mij?’ Ik kleur tot aan mijn haarwortels. ‘Dat hoort toch?’ Ik probeer me er met een lachje van af te maken. Hij kijkt me nog steeds aan. ‘Maar vertrouw jij Mij?’ Ik probeer dat vervelende gevoel in mijn keel weg te slikken en denk aan al die keren dat ik het heft in eigen handen nam om het script mijn kant op te buigen. ‘Ik probeer het echt.’ Tranen hopen zich achter mijn ogen op. Hij legt Zijn hand over mijn handen en dan, bijna fluisterend: ‘Vertrouw je Mij?’ Ik knik. ‘Ik wil vertrouwen.’ ‘Heel goed. Mooi.’ Hij pakt Zijn spullen en wil weglopen. ‘Wacht!’ roep ik. ‘Is dat alles? Alleen maar “mooi”? Geen goedbedoelde adviezen? Geen bruikbare handvatten? Niets over hoe ik de dingen moet oplossen? Geen pats, boem, de oplossing ligt voor je neus?’ ‘Je vertrouwt Me toch?’ klinkt het. Ik knik aarzelend. ‘En Ik ben toch de Schrijver?’ Opnieuw knik ik langzaam. Hij lacht om mijn twijfelende gezicht. ‘Vertrouw Mij maar. Wees jij gewoon jezelf. Echt, het wordt een prachtig verhaal.’