Blogs

Hoe leef jij met God en de mensen om je heen? Deze vrouwen geven je een inkijkje in hoe zij dat doen...

Je ziek-zijn delen

Toen ik klachten kreeg, wilde ik het niet delen. Na een tijdje moest ik het wel delen in mijn naaste kring, want al snel werd ik gemist in de kerk en ook op mijn werk en dus moest ik vertellen dat het niet zo goed ging met me. Dat ik niet meer alles kon. Op het moment dat ik in de ziektewet belandde, besefte ik dat weinig mensen wisten wat er met me aan de hand was. Dat was mijn eigen schuld, want had ik niet de schone schijn opgehouden dat het allemaal wel goed ging. Niet zwak en zielig willen gevonden te worden. Is dat niet wat we allemaal willen? Sterk zijn. Ik kan het zelf wel. Stel je niet zo aan. Doorgaan. Maar waarom mogen we onze zwakheid niet laten zien? Iets wat mij erg bezig heeft gehouden. In de Bijbel staat zelfs dat in onze zwakheid, Gods kracht zichtbaar wordt. Dus misschien wel een mooie reden om je zwakheid in bepaalde mate te laten zien, zodat God daar op Zijn manier doorheen kan werken. Er ging een knop om en ik besloot het te delen. Eerst mondjesmaat, maar na verloop van tijd ook door een berichtje in het kerkblad. Steeds meer berichtjes op mijn eigen blog en sociale media kanalen gingen over het ziek-zijn. Toen ik al een tijd in de ziektewet zat, besloot ik zelfs een brief te schrijven aan mijn collega’s en die kreeg een plekje in de kantine. Wat vond ik het ontzettend moeilijk. Zo kwetsbaar zijn. Je zo kwetsbaar opstellen. Tegelijk is het tof om te zien wat het teweegbrengt, want ineens snappen mensen wat er met je is en groot voordeel: je hoeft niet steeds van alles uit te leggen. Als jij niet ziek bent, maar aan de andere kant staat, dan wil ik je aanmoedigen. Luister, lees en leef mee! Vaak wil iemand alleen zijn verhaal kwijt en heeft die weinig aan verhalen van je tante van de buurvrouw die zo’n goede therapeut heeft. Heel lief bedoeld. Maar de zieke wil zich begrepen voelen. Dus laat zijn of haar gevoelens staan en vraag wat die persoon nodig heeft. Vaak is luisteren en er zijn al genoeg. Ben jij ziek, op welke manier dan ook? Durf het te vertellen! Je zal merken dat je op veel begrip stuit. Wees niet bang voor medelijden, maar stel je open voor medeleven. Mij heeft het veel goeds gebracht – en veel lieve kaarten in de bus. Wees sterk in je zwakheid!


Hoteltrein?!

Omdat ik gek op treinreizen ben, vertrek ik met mijn nichtje Sietske naar Madrid. Per trein uiteraard. Via Rotterdam reizen we naar Gare du Nord in Parijs, gaan met de metro naar Station Paris Austerlitz waar we de hoteltrein – die naam schept verwachtingen – richting Madrid nemen. Als we bij onze coupé aankomen, zien we dat er al een complete Spaanse familie in woont. De Spanjaarden verstaan mijn Engels niet, maar ik kan goed non-verbaal duidelijk maken (lees: vuil kijken) dat zij fout zitten. Letterlijk. De conducteur wordt erbij gehaald en ze verhuizen naar een andere coupé. Enthousiast stappen we onze coupé dan eindelijk binnen. Oef. Het raam blijkt niet open te kunnen en de verwarming kan niet uit. Met de komst van twee medepassagiers in onze coupé wordt het er niet beter op. De trein vertrekt, we gaan op weg naar Madrid. We proberen naar buiten te kijken: het is al donker en door de weerspiegeling van de ramen zien we niets… nada… noppes… en dat blijft de hele, tien uur durende, reis zo. De toiletten in onze wagon blijken over te stromen. We springen over de plassen heen, op zoek naar een ander toilet. Lichtelijk gefrustreerd besluiten we maar in onze, door de conducteur klaargemaakte, bedjes te stappen. Slapen blijkt een andere uitdaging: we liggen wakker van de herrie. Er wordt gepraat, gelachen, gehuild en je hoort de wissels op het spoor buitensporig goed. De deur van onze coupé moet potdicht, want er doen verhalen de ronde over overvallers die meereizen op dit soort treinreizen. Eng! De volgende ochtend schrikken we van de conducteur die de deur opensmijt en het licht aandoet. Even zijn we het spoor bijster, totdat we beseffen: we zijn in Madrid! Met een rood hoofd trekken we het rolgordijn omhoog en kijken opgewonden naar buiten. Nu kunnen we eindelijk wat zien, toch?! Helaas. Madrid is gehuld in dichte mist. Bovendien regent het. Toch kunnen we niet wachten met uitstappen: frisse lucht! En de rest? Ach, dat zien we op de terugweg wel weer! Tekst: © ZOMER (2016) – Kris Bossenbroek Een heerlijk zomers, retro magazine rondom het thema 'het waarderen van het kleine'. Met o.a. maak je eigen diorama, portretten van verzamelaars, recepten, DIY's, lekker-lees-artikelen, 20 kleine tekenopdrachten, vallen en weer opstaan, blij met weinig, funfood, pasta uit de boom, treinreizen, columns en een miniboekje dagboekschrijven! Deze ZOMER gemist? Gelukkig is hij er nog. Bestel hem snel!


Zout in de supermarkt

‘Jakkes, wat is dat brood smérig.’ De student die bij ons inwoont, rent naar de gootsteen en spuugt zijn hap brood uit. ‘Hoezo smerig?’ Het brood komt vers uit de broodbakmachine. Niets lekkerders dan in de ochtend zo’n warme boterham waar de boter en bruine suiker op smelt. Ik neem een hap van mijn boterham. ‘Ieieieuw, dit is echt niet te eten!’ Ik spring ook overeind en spuug het uit. We inspecteren het broodje en ontdekken het probleem. Aan de onderkant zit een dikke klont hard geworden zout. Het heeft zich niet met het brood vermengd, maar is op een hoopje blijven zitten. Echt heel flauw en smakeloos. Vandaag, een paar jaar later, moet ik volgens mijn dagboekje Mattheüs 5 lezen. Het doet mij aan deze gebeurtenis terugdenken. De vraag die bij het stukje hoort, is hoe ik zout kan zijn in mijn omgeving. Terwijl ik deze vraag en die gebeurtenis overpeins, bedenk ik dat boodschappen doen best een goed momentje is om zout te zijn in mijn omgeving. Ik zie heel vaak wat oudere mensen in onze supermarkt een boodschapje doen, terwijl ze eigenlijk een praatje willen maken. Goed idee, Mira! Prima plan. Het is een bijzondere dag vandaag, want mijn dochter Sara is vijftien geworden. We vieren het niet uitgebreid, morgen gaan we namelijk op vakantie. Ik ben vanuit mijn momentje met God over zout aan het rennen geslagen: de was doen, inpakken, stofzuigen. Tussendoor vieren we een beetje feest: snel slingers ophangen en natuurlijk taart eten… O ja, taart! Dát was ik dus vergeten. Sara heeft ondertussen toch een paar vriendinnen uitgenodigd, dus ons huis is plotseling gevuld met vijftienjarige meisjes. Geroffel van snelle voetstappen de trappen op en af. Gelach, geschreeuw en het ‘OMG’ schalt om de haverklap door het huis. (Wat een verschrikkelijke uitdrukking!) Ik moet nú taart hebben! Ik spurt op mijn fiets naar de supermarkt, ren naar binnen, graai een aardbeienvlaai uit de koeling. Al slalommend om een paar volle karretjes loop ik bijna een oudere dame achter haar rollator omver. ‘Wow, sorry, dat gaat net goed,’ roep ik haar toe. Ik hoor haar iets zeggen over mensen die tegenwoordig altijd haast hebben. Maar ik laat mijn tempo daardoor niet vertragen en schiet snel naar een lege kassa. Binnen twee minuten zit ik weer op de fiets. ‘Zo, dat heb je vlot gedaan Mira,’ prijs ik mezelf hardop, als ik onze voordeur alweer zie. Binnen snijd ik de taart aan en wil Tomas, onze jongste, ook een stuk geven. ‘Ik heb meer zin in iets zoutigs, mag ik chips?’ Zoutigs. Zout. Zout in de supermarkt. ‘Precies! Dus!’ zeg ik tegen Tomas, en ik sla met mijn hand op het aanrecht. ‘Binnen twee uur mijn goede voornemens vergeten. Gaat lekker zo!’ Tomas kijkt me verbijsterd aan en sluipt weg met een stuk aardbeientaart dat hij niet lust. Voor ik nog meer goede voornemens bedenk, ga ik eerst op vakantie. Nee, beter nog. Ik neem eerst een groot stuk taart.


Praat over je geheimen

Een tijdje geleden kreeg ik een kaartje in mijn hand gedrukt van een onbekende vrouw. Tel je zegeningen, niet je wasgoed, stond erop. Met een lach gaf ze mij het kaartje en zei: ‘Deze kun je vast goed gebruiken.’ Ik moet een beetje dom naar haar hebben gekeken want ineens kreeg ze een hoogrode kleur. ‘Ach je snapt er vast niets van,’ zei ze. ‘Maar ik heb je boek gelezen en nu is het net alsof ik jou ken, maar jij kent mij natuurlijk niet. Je stukje over het nette domineesvrouwtje dat je niet bent, vond ik zo grappig. Vandaar dit kaartje. Blijf lekker wie je bent.’ Oké, dat doen stukjes uit mijn serieuze dagboek met de mens, ze doen mensen mijn zwakheden onthouden. Mijn huishoudelijk geklungel ligt open en bloot op straat en ik word er zelfs over aangesproken door wildvreemden. Ach, het was een grappige ontmoeting. Ik vind het geen ramp dat mensen mij kennen als een chaotische poetser, die de was niet in een keer opvouwt, maar in etappes. Die zich tussen het poetsen door bezighoudt met drie andere interessante bezigheden en aan het eind van de dag constateert dat het sopje onaangeroerd in de hoek is blijven staan. Toch weet ik dat het vreselijk is wanneer bepaalde zwakheden, fouten en zonden openbaar worden. En dan gaat het niet over geklungel in het huishouden maar over ernstige dingen. Wij beoordelen en veroordelen elkaar en in veel kerken is het onveilig voor je wanneer je, als zondaar, niet in de pas loopt. Onlangs sprak ik op jeugdbijeenkomst over het onderwerp 'top secret'. Ik geloof namelijk dat we allemaal geheimen hebben, verboden gedachten, verboden verlangens. In ons allen schuilt een monstertje. Maar de ellende is dat we ons vaak beter voor willen doen dan we in werkelijkheid zijn. Misschien is dat wel onze grootste zonde. Ik ben niet zoals die, gelukkig ben ik beter. Goed nog een biecht van mij. Laatst was ik boos op iemand en – schrik niet – er kwamen vreselijk lelijke gedachten in mijn hoofd op over deze persoon. Allesbehalve christelijke. En met dat die gedachten door mijn hoofd gingen, werd ik zo boos op mijzelf. Hoe haalde ik het in mijn hoofd om zo lelijk over die ander te denken? Ben jij nou die brave christelijke spreekster, die heilige boekenschrijfster, Sarianne? Ja, ook ik heb momenten dat het monstertje in mij opkomt. Ik kan het koesteren, wegstoppen of het in licht brengen. En dat laatste werkt mijns inziens het beste. Praat over je geheimen waar je niet trots op bent met mensen die je niet veroordelen, maar wel liefdevol eerlijk tegen je durven te zijn. Breng het bij God. Brengen in het licht is brengen in de ruimte. Het blijft niet in het donker, want de dingen die in het donker blijven, gaan rotten en stinken. ‘Wie van jullie zonder zonde is, laat die als eerste een steen naar haar werpen,’ zei Jezus. Nou ik gooi die steen zeker niet naar die overspelige, bedrieger of egoïst en zelfs niet naar de grootste sloddervos van Nederland. Ik ken het monster in mijzelf en ben dankbaar dat de Heer zo genadig voor mij is. Wij zijn niet perfect – en dat kan ook niet. Houd jezelf dus niet voor de gek. Dat maakt het leven met elkaar een stuk makkelijker.


Zomerdans

Ik betrapte mezelf net op een vreugdedansje. Zomaar op straat in – of all places – Veenendaal. Met een leuk interview achter de rug en de warme zon op mijn huid borrelde het ineens op. Zo’n wat-is-het-leven-toch-mooi-en-heerlijk-gevoel. Ik ga er weer van glimlachen. De zomer is voor mij bij uitstek de periode voor zulke borrels. Borrels die ontstaan bij de combinatie van zon, licht, enthousiasme over wat dan ook en ruimte, veel ruimte. Ik hoop dat je het ergens (her)kent. Dat gevoel dat alles mag en alles kan. De blijdschap. De lichtheid. De ideeën die over elkaar heen buitelen. De zin in een nieuw avontuur. Die glimlach om je mond. Dat huppeltje op straat. Leven met een hoofdletter. Zou je liever een dag koning of opnieuw kind zijn? stond er op het labeltje van het theezakje dat ik net nog in het kokende water hing, terwijl het gesprek met de geïnterviewde nog ergens tussen koetjes en kalfjes dwaalde. Ik moet denken aan mezelf, als klein meisje. Toen de zomers nog eindeloos duurden. We liters parfum met rozenbottelbloemen maakten. Het schooljaar afsloten met het grootste ijsje uit de Smikkelshop. Een heuse buurtclub hadden op het grasveld voor het huis. Avonden aaneen doorbrachten op het grote klimtoestel in het parkje iets verderop… Hoe kan het dat die onbevangenheid nu in borrels is verstopt? Verborgen, tot de juiste combinatie van factoren het kluisje op een – meestal – onbewaakt ogenblik opent en het leven in al zijn volheid weer even zijn weg naar buiten vindt. Het is een beetje zoals opblijven. Als kind genoot ik daar enorm van, maar nu elke dag opblijfdag is, lig ik het liefst zo vaak mogelijk vroeg op bed. ‘Eigenlijk probeer ik dat wat ik van de zomer hoop door het hele jaar heen een plek te geven,’ zei een geïnterviewde een paar weken terug. Het is wijsheid waarvan ik de gebruiksaanwijzing nog niet gevonden heb. Behalve vandaag. En daarom doe ik een dansje. Zomaar op straat. Op een fantastische zomer! Misschien maak ik het vanavond ook maar meteen lekker laat.