Fluitend stap ik in de auto. Dit was een leuke ochtend, want ik heb een goed gesprek gehad. De vragen die ik stelde, waren raak en mijn gesprekspartner was er duidelijk mee geholpen.
Ik ben bij de bakker. Nog zo’n echte ouderwetse met een toonbank waar allerlei versgebakken waar op ligt. Het is er druk, echt druk. Zeker drie mensen stappen tegelijk met mij de winkel in.
Hardhandig trek ik een zak chips open. De dungesneden in olie gebakken aardappels lachen me toe. Ik voel me, zoals mijn kinderen zeggen, ‘k-u-nog-wat’. Want ik maakte vandaag ruzie met hen.
In de winter vind ik mijn tuin maar niets. Overal modder. Het gras is aan puinpoeier. Veel te nat en drekkig. Weinig groen. Ik pleur meestal wat winterviolen in een bak om het geheel wat kleur te geven.
Ik ben ik het gemeentehuis om mijn rijbewijs te verlengen. Een oersaai klusje en ik druk me dan ook nog zacht uit als ik zeg dat ik niet echt uitkijk naar deze administratieve handeling.
Op een middag hoor ik achter mij iets over de grond slepen. En dan een zware bons. Er breekt iets doormidden… Op datzelfde moment hang ik luid achterover in mijn stoel. Het is heerlijk weer.