Mijn drie broers, mijn zusje en ik konden het onze moeder erg moeilijk maken. We steggelden met elkaar en reageerden ons ongenoegen af op de anderen. Kortom, veel geruzie en daardoor een vervelende sfeer.
Die zondag gingen we met z’n allen naar mijn ouderlijk huis. Iedereen was gekomen. We dronken een kopje thee en aten appeltaart, gebakken met de goudreinetten die gisteren nog onder de appelboom bij de weg lagen.
Leven met een handicap was al moeilijk, maar nog moeilijker was het voor Jolies om te leven met de ondraaglijke pijn die de herinneringen aan het misbruik en de mishandelingen veroorzaakten.
Tijdens een bezoek aan Suriname gingen we naar de intensive care in het ziekenhuis van Paramaribo. Een jongeman die vier weken in coma had gelegen, was enkele dagen daarvoor na gebed ontwaakt.
Voor het eerst ga ik naar een genezingsconferentie. We zingen wat liederen en het Woord wordt verkondigd. Daarna neemt de spreekster tijd om voor mensen te bidden. Eigenlijk bidt ze amper voor mensen.
Op een zonnige zaterdagmiddag ging ik met de kinderen even naar het dorp. We liepen wat te slenteren toen ik een vrouw zag lopen. Het arme mens had een dikke trui aan terwijl de zon aardig haar best deed.