Het begon met een herkenbaar Facebookberichtje. 'Dochter heeft de kerstboom opgetuigd, wanneer zal ik hem omtoveren tot míjn boom?' Het hadden mijn woorden kunnen zijn. Toen kwam de reactie.
Langzaam scroll ik door onze berichtjes. Sla, radijs, avocado, fruit (!). Xx. Mijn wenkbrauwen fronsen zich langzaam. Ik ben weg. Lijst komt zo! Twee managers die erop toezien dat de zaak draaiende blijft.
We zitten op een bruin leren bank voor het haardvuur. Rondom onze benen liggen tassen met nieuwe aanwinsten. Het gaat over Tweede Zoon die bijna naar de peuterspeelzaal gaat. 'Twee uur het rijk alleen.
We zijn in de ban van blauwe vinvissen. Echt, dat vieze bakbeest is al zeker twee weken trending topic in huis. Na de zebra is dat een verademing. Het grootste dier dat op aarde leeft, is mateloos fascinerend.
We zitten in een speeltuintje met onze kinderen. Kennis en ik. Kennis: "Die jas voor mijn zoon vond ik in een tweedehands winkeltje. Echt leuk! Toen ik het uit de plastic zak haalde, zag ik alleen het bonnetje.
'Hoe was het vandaag op school?' 'Poepiescheet.' 'Heb je gespeeld of gewerkt?' 'Kakkie.' Echt, sinds kort is er geen gewoon gesprek meer met Oudste Zoon te voeren. Hoort erbij, zegt men dan.
De brok in m'n keel slik ik moeizaam weg, terwijl ik mezelf tot de orde roep: 'Doe niet zo idioot!' Maar net als met alles waar je een paar weken intensief mee optrekt, ben ik aan 'm gehecht geraakt.
De ogen zijn ontspannen gesloten, z'n borstkast gaat regelmatig op en neer en slangen, overal slangen. Ik knijp in de hand van manlief. Hij staat naast me, tranen in zijn ogen. Samen kijken we naar onze vrienden.
Grijze vloer vol voeten. Bijna acht maanden nu staan die van mij er ook. En toch wil het maar niet wennen. Al die mensen die je ziet. Wie zijn ze? Wat doen ze? Wat beweegt ze? Echt, ik weet het niet.