Opgetogen stuift Tweede Zoon de keuken van het vakantiehuisje in. "Gaan we fluit eten?" Ik: "Ja, ga je broer maar halen." En weg is-ie. "Zal ik ze maar even gaan halen?", zegt echtgenoot vijf minuten later. Ik knik.
Vier en een half was Oudste Zoon, maar nog deed-ie de grote boodschap in z'n luier. Dat hij eenmaal zo groot als mama z'n behoefte niet meer in een luier kon doen, begreep hij ook wel. Maar ja...
Ooit, toen ik keurig met de barbies speelde terwijl de buurtjongens in legerjas, dito broek met nepwapens in allerlei uitvoeringen in de hand elkaar schreeuwend de oorlog verklaarden, nam ik een besluit.
Oudste zoon en ik zorgen deze zondagochtend voor babyzoon die ligt te slapen. Vast onderdeel: lekker meezingen met Nederland Zingt op Zondag. We zijn vroeg, dus we belanden midden in Bakkie Troost.
Brave kinderen die – zonder klagen – met mes en vork, binnen twintig minuten, hun warme maaltijd naar binnen werken en ondertussen gezellig keuvelen over hun laatste belevenissen. Vergeet het!
Het was half 1 's middags toen ik op de bank zat. Uitgeput. De kerstvakantie lag achter me en ik had last van een nu-wordt-het-toch-echt-tijd-dat-je-iets-nuttigs-gaat-doen-gevoel. Niet dat het hielp. Integendeel.