Als single vrouw droom je uiteraard maar van één ding: een prins op het witte paard. Althans, ik wel. Tot zo’n jaar geleden had die van mij een bos vuurrood haar, blauwe ogen om in te verdrinken, een heel schattig baardje.
Van single-zijn krijg je spierballen; je moet tenslotte alles alleen doen. Als je dan bedenkt dat ik al zo’n zeven jaar op mezelf woon, zou je denken dat ik ondertussen beresterk ben. Dat dacht ík in elk geval. Tot vorige week.
Bunschoten-Spakenburg. Als Hollander in hart en nieren moet je dat dorp toch minstens een keer in je leven hebben bezocht. Maar ik had nog nooit een voet op Spakenburgse bodem gezet...
Normaal loop ik er altijd met een grote boog omheen: het tuincentrum. Maar om een onverklaarbare reden voelde ik me laatst echter gedrongen om er niet langs, maar door de grote, glazen deur naar binnen te stappen.
Soms heb je van die seizoenen waarin de dagen sneller in elkaar overgaan dan anders. Zoals afgelopen najaar… Mijn herfst is voorbijgevlogen in een heerlijke aaneenschakeling van dates, appjes en telefoontjes.
Bijna niemand weet het, maar ik ben stiekem getrouwd. Met de meest romantische wederhelft die er op deze aardbol te vinden is uiteraard, en ook de knapste, aardigste, liefste, grappigste, spannendste, mooiste, avontuurlijkste…