Stel, je bent puber. Je prefrontale cortex is nog niet rijp en je kunt nog niet goed plannen en gevolgen op de lange termijn overzien (ook al denk je daar zelf anders over), maar je ziet ook de wereld aan je voeten liggen.
Hoe voed jij op? Je was vast van plan het allemaal zo goed mogelijk te doen, maar helaas, je bent geen perfecte ouder. Je lieve pubers zijn natuurlijk ook niet te beroerd om je dat duidelijk te maken.
Ik mag dan van ritme en regelmaat houden, de wekker van 6.45 uur gaat áltijd te vroeg. Zeker als het koud is. Dan ligt het bed op z’n allerlekkerst. Opstaan? Snoozen, zul je bedoelen!
Het was tijdens het lezen van Mijn verhaal van Michelle Obama, dat ik bleef haken. Het waren slechts zes woorden, maar blijkbaar triggerden ze iets van waarde. Een onderwerp waar ik iets mee wil… of moet… of mag.
Een druilerige zaterdag in januari. Een zolder die moet worden opgeruimd, want we gaan verhuizen: Eén plus één is twee: dit is een uitgelezen kans om spijkers met koppen te slaan op die zolder!
‘Het is hier on-ge-lo-fe-lijk saai!’ ‘Niemand is zo streng als jullie, ik mag echt he-le-maal niets!’ ‘Hallo, we leven nú!’ Soms lijkt het wel alsof pubers alleen met uitroeptekens kunnen communiceren.