Het is een prachtige morgen in april als ik met een kopje koffie in het zonnetje ga zitten en door mijn dagboek Hier aan zijn voeten blader. Ik loop twee maanden achter, maar wil de draad weer oppakken.
Ik vlieg van boomtop naar boomtop. Moeiteloos schiet ik door de lucht. Vliegen is het mooiste wat er is. Plotseling klinkt er een zacht muziekje. Waar komt dat vandaan? Dan krijg ik een duw in mijn rug.
Een poosje terug wilde Sara graag het blad LINDA. meiden, want er stond een interview in met iemand die zij via Instagram volgt. Een leuk cadeautje voor onder de kerstboom, dacht ik.
‘Is dit alles wat u wilde hebben?’ Ik kijk op om het gezicht te zien dat bij de stem hoort. Als ik haar gezicht zie, schrik ik. Ze heeft opgezwollen lippen, diepliggende ogen en onnatuurlijk strakke jukbeenderen.
‘Mam, er is een pakje voor je afgeleverd.’ Ik krijg geen gelegenheid om de boodschappentas op het aanrecht te zetten, als ik thuiskom. Mijn dochter is al bezig om het pakje open te maken.
Om 58 kom ik aan. Een appje van Rosa op een zonnige middag eind augustus. De boodschap is helder: of ik haar om 14.58 uur van het station in Almere Buiten kan ophalen.