Omdat ik bezig ben met een roman die gaat over mijn familiegeschiedenis, maak ik een tijdlijn van het leven van mijn oma. De eerste acht jaren van haar huwelijk stonden in het teken van kinderen krijgen.
Het is vrijdagavond. Mark en ik zitten in de woonkamer. De klok tikt de minuten weg. Het enige andere geluid is het geritsel van papier als een van ons een bladzijde omslaat. Maar dan klinkt er gemorrel aan de voordeur…
We zitten met zijn vijven in de auto. We gaan uit eten, omdat Rosa vier maanden naar Afrika gaat. Een reis waar ze al jaren naar uitkijkt. We vinden het superleuk en spannend, en zijn al weken in een licht hysterische stemming.
‘No parent should have to bury their child.’ (Lord Théoden of Rohan) Een uitspraak die miljoenen mensen door de jaren heen tot tranen toe geroerd heeft. Helaas staan veel ouders aan het graf van hun kind.
How He loves us, ooh how He loves us. De muziek schalt in mijn oren. Ondertussen stap ik met twee gewichten een trapje op en neer. Doodvermoeiend, maar heel gezond. Ik heb zin om hard mee te zingen.
Ik wil een kopje koffie maken. Hmm, koffiebonen op. Even uit de berging halen. Ondertussen hoor ik gerommel in de straat. De vuilnisbak wordt geleegd. ‘Wie wil de vuilnisbak met de tuinslang schoonspuiten?’ vraag ik.