Het kwartje viel ergens ter hoogte van de MacDonalds in Bodegraven. Samen met Peuter- en Tweede Zoon had ik een retourtje Gouda gefietst. De eerste zat achterop, de tweede fietste voor mij.
Honderden tieners stoppen we erin: de school. Vier, vijf, zes, soms zeven jaar lang. Leren zullen ze, vier, vijf, zes, soms zeven jaar lang! Vanaf dag één, als ik mijn brugger uitzwaai en hij volgestopt wordt met kennis.
Ik kan het niet helpen. Onwillekeurig moet ik altijd even glimlachen als ik lees dat Paulus zichzelf vergelijkt met een moeder. Welk beeld ik ook van hem heb, niet dat van een zorgzame moeder.
Wat voelde ik me klungelig. Ik dacht even snel boodschappen te doen, maar schatte alles verkeerd in. Het was het allemaal net niet. De boodschappen paste net niet in het mandje. Mijn aankopen kon ik net niet goed meesjouwen naar de auto.
Geloof het of niet, ik ben de braafheid zelve. De middagen dat ik na moest blijven, zijn op een hand te tellen. De keren dat ik kattenkwaad uithaalde ook. Maar sommige genen geef je gewoon niet door, blijkt op een mooie zondagmiddag.
Voor mama. ‘Zou je een brief aan je moeder willen schrijven?’ vroegen ze me. Ik zei ja. Maar waarom eigenlijk? Ik dacht er al langer aan om een brief te schrijven, maar nu ik er zo voor zit, vraag ik me af...