Vanmorgen overviel het me. Een gevoel van paniek. Ik was bezig me op te maken, toen mijn mascara uitschoot. Op zich geen probleem, want het teveel verwijder ik gewoon met een wattenstaafje. Appeltje-eitje.
We woonden net in onze huidige flat, toen ik Zaila ontmoette, een vrouw met treurige ogen. Telkens als ik haar tegenkwam, vertelde ze me wat van haar verhaal. Ik ging al snel van haar houden en zij van mij.
Nazra is erg ziek, vertelt haar man Amir me via Facebook Messenger. Na jaren in oorlogsgebied te hebben gewoond, is ze twee maanden geleden met hun kinderen overgekomen uit Syrië.
Cindy is een blonde vrouw van dertig. Haar haar valt sluik langs haar gezicht en ze kauwt altijd op kauwgom. De tatoeages op haar armen zie je niet nu ze iets met lange mouwen draagt, maar in de zomer wel.
De kinderen die vaak bij ons aanschuiven, hebben de gewoonte om na hun eerste bord nog een keer op te scheppen, om vervolgens een bord halfvol met eten te laten staan. Daarom spreekt Ralf, mijn man, hen erop aan.
Terwijl honderd meter verderop in het winkelcentrum tassen vol cadeaus en lekkernijen werden geshopt, was er in onze flat een gezin dat geen eten meer in huis had en ook geen geld voor boodschappen.