Ik vlieg van boomtop naar boomtop. Moeiteloos schiet ik door de lucht. Vliegen is het mooiste wat er is. Plotseling klinkt er een zacht muziekje. Waar komt dat vandaan? Dan krijg ik een duw in mijn rug.
Het is alweer anderhalve maand geleden dat we voor zesenhalfduizend euro bestolen werden. Als we naar ons eigen banksaldo keken, zou dat het einde van mijn man zijn bedrijfje betekenen.
‘Neemt u maar plaats in de wachtruimte. Mevrouw Cornelissen komt zo naar beneden.’ De portier schuift mijn paspoort terug onder het veiligheidsglas door en ik loop verder. De tbs-kliniek binnen.
‘Is dit alles wat u wilde hebben?’ Ik kijk op om het gezicht te zien dat bij de stem hoort. Als ik haar gezicht zie, schrik ik. Ze heeft opgezwollen lippen, diepliggende ogen en onnatuurlijk strakke jukbeenderen.
De miljoenen mensen die uitgebuit en mishandeld worden, als slaaf gebruikt. De vele vluchtelingen. De grote plastic soep in de oceanen die direct veel zeedieren en indirect onszelf ziek maken…
Het is oudejaarsdag, bijna 2019, en ik ben in gedachten verzonken. Wat is er terechtgekomen van mijn dromen voor 2018? vraag ik me af. En hoe ga ik verder in het nieuwe jaar?