Donderdagmiddag, al ver na vijven, hoor ik een bericht van de huisarts op mijn antwoordapparaat. Of ik de praktijk even wil bellen. Ik denk al direct te weten waarover dit gaat: mijn mammografie is niet goed.
Het is een plechtig woord: aanvaarden. Het is geen woord dat je zo maar gebruikt. Voor het in ontvangst nemen van een pakketje aan de deur zou je dit woord niet gebruiken.
Koning Saul in een geruit colbert met vlinderstrik? David in spijkerbroek achter z’n laptop? Elektrische gitaren in plaats van een harp? Ik zie het voor me – niet via mijn geestesoog, maar in het echt.
Het is weer zover. In onze vensterbank staat opnieuw een verpieterde, uitgedroogde plant. Klaar om weggegooid te worden, want zelfs met een emmer water is deze plant niet meer te redden.
Je hoort wel dat overgangsters hun leven drastisch op de schop nemen rond hun vijftigste. Ze gooien hun tekstverwerker of stofdoek uit het raam en worden hijskraanchauffeur,, starten een bed & breakfast...
‘Mama, waar komen baby’s vandaan?’ Verschrikt kijk ik mijn dochter van vijf aan. Het is zo ver. De oudere jongens kijken met glimmende ogen van mij naar Johan. Hoe gaan pap en mam dit oplossen?