Veel overgangsters merken dat de zwaartekracht vat krijgt op hun uiterlijk, maar bij mij gaat de boel ook vanbinnen hangen. En dan speciaal in m'n keel. Daardoor snurk ik elke nacht de pannen van het dak.
Ik slaap beroerd. Omdat ik elke nacht wakker word. Badend in het zweet en met hartkloppingen. Het is alsof iemand elke nacht – ik citeer – 'stiekem een tuinslang in m'n bed legt en de waterkraan opendraait'.
Ik klaag af en toe hevig over mijn maandelijkse ongemakken, maar verder gaat het prima. Dat kan ik niet zeggen van de meeste overgangsters over wie ik lees in het boek 'Vrouwen van ver, vrouwen in mijn hart'.
De media beïnvloeden ons meer dan we denken. Ze voeden ons met het idee dat alleen jong, fris, strak en mooi telt. En dat je dus uitgerangeerd raakt als je de overgangsleeftijd nadert en kraaienpootjes opduiken.
Mensen met wintertenen en snotneuzen vonden in de jaren tachtig soelaas bij 'Klazien uut Zalk'. Mede-overgangsters weten ongetwijfeld wie ik bedoel: de kruidenvrouw met haar wonderlijke huismiddeltjes.
Mijn lijf wordt ouder. Daar kan ik niet omheen. Broeken zonder achterzakken staan me niet meer, omdat mijn billen de strijd tegen de zwaartekracht inmiddels hebben opgegeven. Mijn krullenbos is ontembaar.