Het overkomt me elk jaar weer. Als in mei de eindexamens van de middelbare scholen beginnen, bekruipt me weer het gevoel dat ik destijds had, inmiddels precies vier decennia geleden.
Ik keek mijn ogen uit! Opeens waren de vier jongens met wie ik zat te kletsen verdwenen. Als in een beweging sprongen ze op en hielpen ze twee dames de trap naar beneden met hun kinderwagen.
Het gonsde van bedrijvigheid in het Internationaal Christelijk Centrum in Helsinki. Dozen met voedsel werden uitgeladen, gesorteerd en uitgestald op de vele tafels. In de hal lagen enkele tafels vol met kleding,
Ik houd van de winter! De heerlijkste dagen vind ik wanneer de lucht blauw is, en je adem wegvliegt als wolkjes, omdat het zo koud is. De rijp die de bomen met een witte waas omkleed, of beter nog de sneeuw.
Je reebruine ogen hebben zo’n impact op me gemaakt, dat het lijkt alsof we elkaar in levenden lijve ontmoet hebben. Zo’n onschuldig, liefelijk en klein meisje dat ik het liefst in mijn armen sluit.
Met de swingende Afrikaanse muziek op de achtergrond vraag ik hem ten dans. Langzaam schuift hij van zijn stoel en neemt mijn handen aan. Als klein mannetje heeft hij ontzettend veel ritmegevoel.