Het overkomt me elk jaar weer. Als in mei de eindexamens van de middelbare scholen beginnen, bekruipt me weer het gevoel dat ik destijds had, inmiddels precies vier decennia geleden. Dan voel ik me opeens weer achttien… Dat gevoel overvalt me wel vaker, als een discrepantie. En dat kan best verwarrend zijn…
Eigenlijk is het heel simpel. Ik voel me (vaak) jonger dan ik ben en dan ik eruit zie. Ik zou geen achttien meer willen zijn, begrijp me niet verkeerd. En ook geen achtentwintig. Maar veel emoties van die tijd laten zich nu eenmaal heel gemakkelijk triggeren. Door muziek, door beelden, door geuren, door wat dan ook… En als dat gebeurt, voel ik me zeer verbonden met de jonge mensen van nu.
Positief bekeken zou je kunnen concluderen dat ik jong van hart ben. Maar daar wringt dan meteen ook de schoen. Want dat jonge hart van mij huist wel in een lichaam van een vrouw die zich bijna officieel senior mag noemen. Een lijf dat kinderen heeft gebaard, kilootjes heeft gewonnen en verloren als een volleerde jojo en de nodige levensstormen heeft doorstaan. En in dat lijf, vlak bij dat jonge hart, huist ook een ziel die door het leven is gevormd, misvormd hier en daar, wijzer en milder geworden, wellicht wat cynischer hier en daar (of realistischer, het is maar hoe je het bekijkt) – kortom: ik ben wie ik nu ben door wat de jaren mij hebben gebracht aan wel en wee.
Dat totaalpakket, dat ben ik anno nu. Dat is het beeld dat mijn omgeving anno nu van mij heeft. Inclusief de jeugd. En dat is maar goed ook. Niemand zit te wachten op een overrijpe tiener of twintiger die zo nodig jong wil blijven en erbij wil blijven horen.
Nee, waar de jeugd van vandaag op zit te wachten is op mensen met de nodige levenservaring, die wel weten hoe het is om jong te zijn, maar ook hoe het is om ouder te worden. Die hebben geleerd om jeugdige idealen bij te schaven tot realistische verwachtingen. Om te relativeren. Om het leven niet alleen in zwart-wit te zien, maar ook in de nodige grijstinten.
De Bijbel hecht veel waarde aan de wijsheid van oudere mensen. Niet voor niets… de levenservaring van ouders, van de oudere mensen om ons heen kan de jongere generatie voor veel struikelen behoeden. De oudere generatie heeft al doorleefd wat de jongere nog moet doormaken. En de Bijbel noemt het wijs als de jeugd daarbij lering trekt uit de ervaring, het vallen en opstaan van de ouderen.
Maar ook als ze de goede raad van (hun) ouders afwijzen, juist als zij de mist ingaan, als zij afwijken van het rechte pad, is het van het allergrootste belang dat wij met open armen klaar staan om hen op te vangen. Niet afwijzend, niet verwijtend, maar vol genade, zoals ook onze hemelse Vader ons telkens weer vol genade in de armen sluit.
Ik hoop daarom nog heel lang jong van hart te blijven en mijn leven lang met de ogen van mijn hemelse Vader naar de jeugd van tegenwoordig te blijven kijken!
Ze zijn het zo waard!




