Het is halverwege november als ik samen met Johan in de wachtkamer bij de oncoloog zit. Afgelopen week is er een scan gemaakt en we zijn in afwachting van de uitslag. Ik kijk op mijn mobiel. 10:45.
De telefoon gaat. Mijn schoonmoeder aan de lijn. Vanmiddag heeft ze ons wasgoed meegenomen, zodat ik me daar niet druk over hoef te maken als ik morgen een kuur ga halen.
Met verbazing kijk ik naar mijn zoon die met een grijns aan de andere kant van de tafel zit. Ja, hoor, kind nummer twee heeft verkering. Het verbaast me, want hij heeft het eigenlijk nooit over dit soort zaken.
Liefdesbrieven. In de wereld worden heel wat liefdesbrieven verstuurd. Op internet circuleren er verschillende brieven over de liefde van God voor de mensen. Deze brieven kunnen je aan het denken zetten.
'Mama, mama, mama, hoe laat is het feestje?' Zenuwachtig en springend staat mijn zoon naast me in de winkel om een cadeautje uit te zoeken. 'Morgen, als je uit school komt. Vandaag kopen we een cadeautje.'
'Ja, naar omstandigheden gaat het hier goed.' Ik hoor het Johan zeggen aan de telefoon. Na een kwartier is het telefoongesprek afgelopen. Ondertussen heb ik nagedacht over de zin die ik opgevangen heb.
Het gebeurt eigenlijk nooit, maar vanmorgen gebeurde het wel. Ik werd wakker vóórdat de kinderen wakker werden. Normaal gesproken is de eerste zin in de vroege morgen: mama, wakker worden!
Eindelijk het verlossende telefoontje. Mijn broer en schoonzus hebben een dochtertje gekregen. En daarmee ben ik weer tante geworden. Helemaal trots en met een glimlach loop ik de woonkamer binnen.
Vandaag is het regenbogenweer. Ik loop over een landweggetje en ben in gesprek met een man die niet gelooft in God. Ik ben nieuwsgierig naar zijn ideeën, hij is benieuwd hoe een christen denkt.