Plots kwakt mijn hoofd voorover. Ik kijk geschrokken op. Daar is mijn beeldscherm en er staat een tekst op. Best een leuke tekst, op de laatste regel na: dat is een onleesbare letterbrij. Ik haal m’n verstijfde vingers van het toetsenbord en kijk duf rond. Het is weer zover: nog maar halverwege de ochtend en ik zit in slaap te sukkelen tijdens m’n werk!
Moeheid. Dat is wat me tijdens de overgang tot nu toe het meest parten speelt. Ondanks een flinke portie nachtelijke slaap heb ik het overdag regelmatig te kwaad. Gelukkig werk ik als freelancer meestal thuis en is er geen baas die me tijdens zo’n illegale dut in m’n nekvel vat. Maar dat heeft ook nadelen, want het werk moet wel af.
Natuurlijk, ik probeer van alles. Tongverdovend pittige koffie. Op en neer springen naast mijn bureau om de hersencellen los te schudden. Een tussendoors wasje ophangen. Wakker waaien op de fiets naar de supermarkt. Helaas, het helpt allemaal maar tijdelijk. Het enige wat langer werkt, is een tukkie op de bank – maar dat sta ik mezelf maar zelden toe, want er is genoeg te doen. Tijdens autoritten is het probleem nog prangender. Ik zet de ramen wijd open, brul mee met de radio en leg menthol ice kauwgom onder handbereik. Een vriendin, ook eind veertig, neemt – sinds ze een keer in slaap viel achter het stuur – zelfs van die energiedrankjes mee waar je vleugels van krijgt.
Nu is onder werktijd wegzakken erg genoeg, maar onder kerktijd is nog erger. Als ’s zondags om half tien de dienst begint, heb ik er doorgaans veel zin in. Thuis een dubbele dosis cafeïne weggeklokt, dus ik jubel wakker mee.
Maar als het zingen voorbij is en het met de minuut warmer wordt in de overvolle kerk, als de ouderling plechtig zijn mededelingen voordraagt en de mensen er echt voor gaan zitten, dan trekken duizend handjes mijn oogleden omlaag. Ik vecht. Sabbel op een pepermuntje. Sper mijn ogen wijd open. Dat helpt even. Maar als we gaan bidden, stijgt de moeilijkheidsfactor met sprongen – en na een tijdje betrap ik mezelf erop dat ik een beetje aan het dromen ben! Met een kleur ga ik rechtop zitten. Sorry Heer, ik ben een onverbeterlijke slaapkop. Stel dat ik erbij was geweest in Getsemane, dan had ik qua slaapsnelheid alle discipelen ruimschoots verslagen…
Met moeite blijf ik wakker tot het eind van het gebed. Ah, de preek. Boeiend onderwerp. Nu moet ik er écht bij blijven. Maar de sonore stem van de dominee heeft een hypnotisch effect op me en de rest van de tijd knok ik tegen het geknikkebol.
Wanneer we opstaan voor de zegen, zie ik geamuseerde blikken in mijn richting. Ai, het is ze niet ontgaan. Dit is erg. Hoe heb ik erbij gezeten het afgelopen halfuur? Ik zie gênante beelden voor me. En dan is daar nog mijn snurkprobleem. Heb ik ronkend de preek overstemd?
Klaarwakker van schrik rijd ik naar huis. Maar zelfs die helderheid duurt niet lang. Ik besluit om vanmiddag in elk geval één van de tien geboden vlekkeloos te gehoorzamen: ik ga de rustdag eren – met een hazenslaapje op de bank.
Word jij ook wel eens overmand door slaap op ongewenste momenten? Heb je tips op dat gebied voor collega-overgangsters?
Tekst: © Petra Butler




