Zo eens in het halfjaar duikt-ie op. Mijn vriend. Eerlijk is eerlijk, hij is niet de allerknapste, met zijn vooruitstekende tanden, en een beetje overbehaard, maar hij heeft de mooiste bruine ogen en, niet onbelangrijk, hij is gul. Vanzelf kijk ik dan ook weken uit naar het moment dat-ie weer van zich laat horen en vorige week zaterdag was het weer zover. Op de deurmat vond ik zijn uitnodiging voor een afspraakje. Donderdag. Rond het middaguur. In de Albert Heijn.
Toen de betreffende dag aanbrak, was ik niet meer te houden. Eindelijk zou ik hem weer zien! Het kostte een uur dralen voor de kledingkast, maar uiteindelijk koos ik ervoor om in stijl te gaan: oranje-wit geruit jurkje, witte gympen en een grote, blauwe shopper om het plaatje af te maken. Al zat daar afgezien van mijn portemonnee met speciale vipkaart en een lijstje niets anders in. Maar ja, all you need is love, toch?
Nog geen halfuur later sprong ik met een roze zonnebril op mijn neus op de fiets en precies dertien minuten later stopte ik voor ons aller Zaanse vriend, waarna ik me vlug naar de ingang haastte. En toen zag ik hem. Mijn grote, harige vriend. Hammie Hamster.
Na een warme omhelzing en een stevige knuffel was het tijd voor onze date. Niets nieuws, maar niettemin erg leuk. (Vooral voor iemand die dolgelukkig wordt van leuzen als ‘1 + 1 gratis’, ‘50% korting’ en ‘2 halen = 1 betalen’.) We gingen hamsteren. (Of, zoals Hammie het uitdrukt, ‘op aanbiedingenjacht’; niet zo dieronvriendelijk.) Met een boodschappenkar aan de ene hand, mijn lijstje in de andere en Hammie aan mijn zij, liep ik de winkel in en toen begon het feestje pas echt.
Bij het schap met wasverzachter hield ik als eerste stil en na even dubben welke geur ik zou nemen, zette ik een fles in mijn karretje. Hammie volgde mijn voorbeeld. ‘Van mij,’ fluisterde hij. ‘Gratis. Omdat je hier zo trouw komt.’ Blozend liep ik verder. Dat bedoelde ik dus. Hoe lief kun je zijn? En als je nu denkt dat het daarbij bleef, heb je het mis.
Elk pad dat ik insloeg, lachte Hammie me toe om me vervolgens te verleiden nog maar iets aan mijn voorraad toe te voegen. ‘Een koopje,’ fluisterde hij, toen ik langs het toiletpapier liep. ‘Bovendien doe ik je er dan eentje cadeau.’ Braaf knikte ik en ik liet het pak met een plof boven op de zakken diepvriesboontjes ploffen. ‘Je bent bijna door je voorraad afwasmiddel heen, weet je nog?’ klonk het halverwege het volgende pad. Weer een pad verder waren zijn woorden niet eens meer nodig. Met een veelbetekenende blik wist hij me naast de doosjes thee tot stilstand te brengen en een ogenblik later was de voorraad op de stelling aanzienlijk geslonken.
Pas toen mijn kar overliep van de boodschappen, vond Hammie het welletjes. Galant als altijd begeleidde hij me naar de kassa en toen ik ten slotte naar buiten liep, was hij in zijn nopjes. Míjn vreugde om alle gratis producten was echter snel verdwenen bij het zien van mijn bescheiden fietstassen. Om het nog maar niet te hebben over mijn fiets zelf, die na vier pakken frisdrank al begon te kreunen. (Mijn vriend portemonnee laten we maar even buiten beschouwing. Die kreeg ter plekke een zenuwinzinking en is nu opgenomen op de afdeling spoedeisende bankzaken. O ja, kaartjes zijn welkom, moest ik zeggen. Vooral die met zo’n blauw-rood Maestro-logo rechts onderin.)
Wanhopig keek ik naar al mijn o-zo-geweldig-goedkope-producten, die opeens niet zo geweldig meer leken. Hoe moest ik alles ooit thuis zien te krijgen? Of liever, waar moest ik het allemaal laten? Hammie kon ik echter niet om raad vragen; die was met de noorderzon vertrokken. Op naar zijn volgende slachtof… eh, date. Waarschijnlijk zo’n vrouw die alle folders altijd minutieus doorspit. Zo’n vrouw die leeft voor koopjes. Zo’n vrouw die er steeds achter komt dat haar keukenkastjes te klein zijn, haar voorraadkast planken tekortkomt en haar vriezer te weinig lades telt. Zo’n vrouw die haar huis zou kunnen behangen met toiletpapier.
Zo’n vrouw die verdacht veel lijkt op degene die me elke morgen in de spiegel aanstaart.



