Als ik naar buiten kijk dan is het alweer van het kwakkelweer. Om me heen hoor ik steeds meer mensen zeggen dat ze zich niet fit voelen. ‘Het gaat rond’, zeggen we dan. Als een lopend vuurtje worden de ziektekiemen verspreid. Vaak ben je ook niet de enige zieke; er zit altijd nog wel iemand anders in de lappenmand. Echt waar. Vertel maar eens dat je niet fit of ziek bent. Dan zul je al snel merken dat je niet de enige bent.
Ziektekiemen verspreiden zich onzichtbaar; je ziet het niet en je merkt er niets van, totdat de ziektekiemen je lichaam binnentreden en je je ziek voelt worden. Ze verspreiden zich door de lucht, net als de geluidsgolven die door de lucht trillen. Ook deze kunnen we niet zien, maar horen we uiteindelijk wel.
Waarom leg ik dit verband? We kunnen ziektekiemen onderling verspreiden. Maar er zijn nog meer dingen die we kunnen rondslingeren door de lucht. Woorden die we spreken komen via geluidsgolven bij een ander terecht. Sommige woorden kunnen als een lopend vuurtje verspreid worden. Sommige woorden kunnen helend werken, maar er zijn ook woorden die je kunnen aantasten.
Woorden kunnen goed doen of kwaad doen. Denk dus goed na voordat je iets zegt.
Spreuken 18:21 (BGT)
Lang niet altijd ben ik bewust van de woorden die ik spreek. Niet altijd alert op wat het met een ander doet. Ongemerkt kunnen mijn woorden trillend bij een ander binnenkomen. Geen idee wat voor schade dit aan zou kunnen brengen.
Helende woorden. Eigenlijk zou ik die veel meer moeten spreken. Mooie, waardevolle en zinvolle woorden spreken, die vervolgens als een lopend vuurtje rondgaan. De positieve woorden rondslingeren en deponeren bij andere mensen. Dat zijn woorden die ik graag in de lucht zie zweven.
Wat verspreid ik rond? Wat verspreid jij? Is het helend of misselijkmakend?
Ook in de schoolklassen van de kinderen beleven de bacillen en virussen hoogtijdagen. De een naar de ander krijgt te maken met verstopte neuzen en witte snoetjes. De kinderen zijn net uit school. We zitten met een kopje thee bij de eettafel.
‘Mama er zijn zo veel kinderen ziek!’
‘Ja, dat komt doordat je elkaar aansteekt.’
Grote verbaasde ogen kijken mijn kant op.
‘Doen ze dat dan met vuur?’




