Ongeduldig trommel ik met mijn vingers op mijn bovenbeen, terwijl ik probeer mee te neuriën met het liedje op de radio. In rap tempo naderen we nu de Nederlandse grens. Ik weersta de verleiding om alvast op mijn mobiel te kijken. Maar dan is eindelijk het moment daar: we zijn weer in Nederland.
Na een aantal kilometers pak ik quasi-onverschillig mijn mobiel om te checken of ik alweer verbinding heb. We komen net terug van een weekje vakantie in Duitsland. Skiën, lekker hotel, lekker gegeten, maar geen wifi – en dus geen Facebook, geen Twitter, geen mail, geen nieuws.
‘Hé, ik heb nog geen verbinding,’ mompel ik.
Mijn man lacht erom. ‘Verslaafde!’ zegt hij tegen me.
‘Ik ben niet verslaafd!’ reageer ik net iets te heftig. Onbedoeld raakt het namelijk toch een teer punt. Waarom moet ik per se gelijk weer verbinding hebben?
Het laat me in de weken die volgen niet los. Ben ik verslaafd aan mijn mobiel? Verslaafd aan Facebook? Schenk ik er te veel aandacht aan? Zo veel plaats ik eigenlijk niet op Facebook. Maar als ik het doe, vind ik het maar wat leuk als mensen erop reageren. Wil ik toch onbewust mezelf daarmee in de kijker zetten?
Ik stop ermee, besluit ik vastbesloten, maar eigenlijk wil ik dat ook niet. Kan ik het ook niet. Maar waarom kan ik het eigenlijk niet? Ben ik dan toch een beetje verslaafd?
Verbinding. Waar wil ik eigenlijk verbinding mee? En vergeet ik soms niet om me met het belangrijkste te verbinden? Verbinding met God. Verbinding met mijn gezin, met mijn familie. Met vrienden. Is dat niet het allerbelangrijkste?
Nee, helemaal stoppen lukt me nog niet. Maar ik neem me voor om veel meer in te zetten voor de andere verbinding, die met de mensen om mij heen. Met God.
Want dan zit je pas echt nooit zonder verbinding.




