Voorzichtig hoor ik de kamerdeur opengaan en ik kijk op vanaf de bank. Zoonlief staat in zijn pyjama in de deuropening en kijkt de kamer rond.
‘Wat is er?’ vraag ik.
Erik loopt naar me toe en gaat naast me op de bank liggen.
‘Kun je niet slapen?’ Hij schudt zijn hoofd.
‘Waar denk je aan in je bed?’
‘Ik ben bang dat er oorlog komt,’ antwoordt hij, ‘want ik hoor steeds harde knallen.’
‘De knallen die je hoort, komen door het carbidschieten,’ zeg ik.
Ik leg hem uit wat carbidschieten is en dat het heel normaal is dat hij op zijn leeftijd bang is. Bang voor mensen in de wereld die oorlog voeren. Ik probeer hem uit te leggen dat het in Nederland nu geen oorlog is en hij luistert vol aandacht naar wat ik zeg. Vlak voor hij weer naar boven gaat, vraagt hij: ‘Mama, waar ben jij bang voor?’
Als Erik naar boven is gegaan, denk ik na over de vraag die hij me net heeft gesteld. Ben ik weleens bang? En zo ja, waar ben ik dan bang voor? Zo vlak voor oud en nieuw overdenken we vaak het afgelopen jaar en dat geeft mij net zo’n gevoel als ik ervaar op de avond voor mijn verjaardag; momenten om terug te blikken en vooruit te kijken.
Als ik ergens benauwd van word, is dat het woord ‘tijd’. Maar dat is mijn eigen pakkie an. De kinderen houden zich met heel andere dingen bezig, maar ondanks dat zetten ze mij aan het denken.
Regelmatig merk ik dat mijn kinderen mij prikkelen. Zij kunnen vragen stellen waar ik zelf over na moet denken. Soms houden ze me een spiegel voor en een andere keer word ik gedwongen om na te denken over een ‘goed’ antwoord.
Vaak merk ik dat de vragen van de kinderen uit de lucht lijken te vallen. Eigenlijk net als vuurwerk. De ene vraag geeft alleen een harde knal en laat je schrikken. Een andere vraag zorgt voor een mooie versiering en geeft opening tot een goed gesprek. Soms komen kinderen met leuke, interessante vragen, maar ik merk ook dat het confronterend kan zijn. Onvoorbereid probeer ik zo goed en zo kwaad als het gaat een antwoord te geven, maar het lukt me lang niet altijd en volgens mij hoef ik ook niet op alle vragen een antwoord te hebben.
Wanneer heeft iemand jou onlangs laten nadenken? Door welke opmerking ben jij getriggerd? Wat deed dat met je? Houden anderen je weleens een spiegel voor? Als ik naar mijn kinderen kijk, hoor ik regelmatig opmerkingen van mijzelf voorbijkomen. Of die van hun juf of meester…
Het is een paar dagen later. De kinderen worden naar bed gebracht. Ik luister vanuit mijn bed naar de kinderstemmen. In de verte hoor ik de knallen van het carbidschieten. Plotseling klinkt er een enorme knal!
Even zijn de kinderen muisstil en dan hoor ik Annelie zeggen: ‘Wat was dat?’
Vanuit een andere kamer hoor ik Erik haar geruststellen.
‘Stil maar, dat heet kebabschieten.’




