Toen ik laatst na een dag werken op station Ede-Wageningen aankwam, zei ik een lelijk woord. Er reed geen enkele trein. Voorlopig niet. Maar ik zou nog oefenen met een pianist. En ik wilde zoons nog een welterusten-kus geven… Snel belde ik een collega die in Utrecht woont. Ja, ze ging met de auto. Ja, ze wilde mij afzetten op Utrecht Centraal. Ja, er was voor nog drie mensen plek.
Na zo’n vijftien jaar treinreizen weet ik inmiddels dat er niets heerlijker is dan mensen die in geval van vertraging vragen of je ook gebruik wilt maken van hun lift. ‘Kies je wel leuke mensen uit?’ had de collega gezegd. Dus speurde ik naar de leukste vrouwen – ja, dat dan weer wel – op het perron en bood ze aan mee te rijden.
Drie kwartier later stapte ik opgetogen de auto uit. Wat een pret om te zien wat er in vijfenveertig minuten tussen mensen kan gebeuren. Op Ede-Wageningen waren we verslagen onbekenden van elkaar. Nu wist ik dat de een die avond voor het eerst theaterlessen ging volgen, omdat ze behoefte had aan wat anders dan de schoolbanken. En ze speelde viool, iets wat de collega-chauffeur deed aansporen haar eigen saxofoon weer eens uit de koffer te halen.
De ander was na vijf jaar vanuit Denemarken terugverhuisd naar Nederland. Daar, in Scandinavië, is alles weliswaar echt goed geregeld, maar ze miste haar familie en vrienden. De derde vrouw deed ‘iets met bodembeestjes’, woonde nu in de stad, maar kwam graag bij haar ouders in het minidorpje, waar ze was opgegroeid, om even op te laden.
Ik genoot er echt van. Van het leren kennen van volslagen onbekenden. Maar ook van de oprechte belangstelling in mijn leven, we hadden tenslotte toch de tijd. Het stelde mijzelf (niet voor het eerst) voor de vraag: hoe vaak verdiep ik mij – buiten mijn werk om – oprecht in het leven van anderen? En ook: wat is het genieten als anderen belangstelling tonen in jouw – in dit geval mijn – leven (want laten we wel wezen, deze blog deelt natuurlijk alleen maar fragmenten).
Ooit zei een collega (niet die uit de auto): ‘Vraag als je met mensen praat niet hoe het met hen gaat, maar waar ze mee bezig zijn, of – beter nog – wat hen bezighoudt.’ De ontmoeting in blik maakt van die wijsheid een levensles. Dus, ook al zie ik jullie misschien nooit meer… Bedankt meiden!




