Een paar jaar geleden had ik hier, in Nunspeet, een leuk gesprek met een Oegandese vrouw. Ze zei: ‘You look very nice.’ Ik antwoordde: ‘Thank you!’ Toen zei ze: ‘Yes, you have gotten fatter!’
Dat is nu in een notendop het verschil in schoonheid tussen Oeganda en Nederland. In Oeganda wordt het op prijs gesteld als je lekker stevig bent. Dat is een compliment waard! En het verhoogt ook nog eens je kans op een grote bruidsschat.
Toen ik ongeveer twaalf was, waren wij voor een kort bezoekje in Oeganda op de plek waar wij vroeger gewoond hadden. Ik herinner mij gesprekken die mijn vader had met sommige leden van de mannelijke bevolking. Eerst werd ik van top tot teen bekeken. Vervolgens keerde de man zich naar mijn vader toe en vroeg: ‘How many cows do you want for this woman?’
Tja, wat moet je daar nou op antwoorden? Mijn vader kennende had hij wel een grapje klaar, iets in de zin van: ‘Zij is onbetaalbaar.’ Of misschien wel: ‘Hoeveel wil je er voor geven?’ Lachwekkend en een ietsepietsje zorgwekkend, omdat ik nog zo’n kind was en daar helemaal niet mee bezig was!
Overigens was ik toen zo mager als een lat, dus ik weet nog steeds niet wat de mannen in mij zagen! Aan een Oegandees schoonheidsideaal voldeed ik toen volstrekt niet.
Nu wel. Laat ik daar nou regelmatig last van hebben. Veel te vaak gaat het met vriendinnen en familie over gewicht. Over dikke billen, hangborsten, bolle buiken en kipfiletjes (je weet wel, die aan je bovenarmen hangen). Over wat ik nou wel en niet moet eten, en wanneer, en waarom. Ik word er moe van. Misschien moet ik maar terug naar Oeganda.
Wie weet hoeveel koeien ik nu waard ben!
Of misschien mag ik gewoon blij zijn met wat ik heb: stevige benen om op te lopen, ronde armen om mee te werken, een zacht lijf om mee te knuffelen en hopelijk steeds vaker een brede glimlach om een ander mee op te vrolijken!




