Christus heeft ons bevrijd opdat wij in vrijheid zouden leven; houd dus stand en laat u niet opnieuw een slavenjuk opleggen.
(Galaten 5:1, NBV)
BEGRIJPEN
Het is bijna Bevrijdingsdag, en dan herdenken en vieren we onze bevrijding. Bevrijding van onderdrukking, gedwongen leven in een systeem van denken, praten en doen waar veel mensen niet achter stonden. De bevrijding bewerkte nieuwe vrijheid in denken, praten en doen.
Wie bevrijding meegemaakt heeft, kan getuigen van de enorme impact op diens leven. Veelal ten positieve. Toch brengt bevrijding soms ook nieuwe moeite met zich mee. Want hoe gaan we om met onze verworven vrijheid? Laten we onszelf met de tijd toch zachtjes aan weer dwingen in een systeem van denken, praten en doen waar wij niet achter staan?
De wet van deze wereld en zijn heerser is heel eenvoudig: Ontketen oorlog in het hart van één mens en vele mensen zullen volgen.
Jaren geleden ontstond er oorlog in het hart van één mens. Deze oorlog werd gevoed door een hartgrondige haat tegen Jezus en daarmee tegen ieder die van Jezus houdt. Deze oorlog in dat ene hart ontketende een oorlog in het hart van meerderen. De vrucht van die oorlog was onder andere een terroristische aanslag op mensen die van Jezus houden en anderen over Hem vertellen. Twee van mijn vriendinnen hebben in mijn bijzijn in deze oorlog hun aardse leven verloren. Velen waren gewond. Het is Gods genade dat ik nog leef!
Ik wilde niet meegezogen worden in deze oorlog, was diep bewogen met de daders en vroeg God deze terroristen te vergeven. Ik leerde een heel klein beetje wat ‘lijden om Jezus’ wil’ betekent in de praktijk. Deze oorlog eindigde voor mij dankzij Gods vrede en liefde in mijn hart.
Na de aanslag wilde ik jarenlang niet meer stilstaan bij het gebeurde, duwde herinneringen weg. Tot ik ontdekte dat ik mij steeds meer innerlijk ‘gevangen’ voelde. Gevangen in bitterheid tegen datgene waar de terroristen voor stonden. Ik werd ook steeds banger om in het openbaar voor Jezus uit te komen. Dit was niet hoe ik wilde leven. Ik had het gevoel dat mijn eigen hart een oorlogsgebied was geworden. Ik wist dat satan hier een rol in speelde, maar kon mijn vinger er niet op leggen. Ik bad God om bevrijding. Vroeg of Hij mij wilde laten zien hoe ik in deze situatie terechtgekomen was en hoe ik eruit kon komen. Ik zocht bevrijding van invloeden van buitenaf, maar vond niets. Met de tijd werd ik wanhopiger en bad: ‘Heer, wilt U mij vrijmaken, U kunt het, U weet hoe het zit.’
Op een dag zat ik in een kerkdienst. Ik heb geen idee meer waar de preek over ging, ik weet alleen dat God tot mij sprak. Hij liet mij zien dat mijn hart vol bitterheid over de aanslag was. Ik zag in mijn hart een grote haat tegen de terroristen en wat zij vertegenwoordigden. Ik schrok enorm. Dit had ik niet verwacht. Ik was toch het slachtoffer? Ik was geen dader! Maar Gods licht scheen op al die vieze bitterheid en haat en ik kon er niet omheen. Ik kon mij niet meer verschuilen achter hun haat en mijn slachtofferschap. Ik stond daar, aangeklaagd om mijn eigen haat. De oorlog in de harten van de terroristen had mij alsnog meegezogen. Niet dat ik mee was gaan doen met de activiteiten van de terroristen, maar in mijn hart was ik wel een beetje op hen gaan lijken: vervuld met bitterheid en haat. Wat vond ik het vreselijk om dat te moeten inzien en naar God toe te erkennen. Toch kon en wilde ik niet anders, ik wilde niet gevangen blijven in een oorlog die niet van mij was, maar waar ik wel bij betrokken was geraakt. Ik wilde leven in de vrijheid die Jezus geeft – volkomen vrijheid in Hem. Ik snakte naar liefde in plaats van haat. Naar vrede in plaats van bitterheid.
Huilend beleed ik mijn eigen zonde. Alle haat legde ik voor Jezus neer, bij het kruis. Die dag werd ik schoongewassen. Gods vergeving stroomde door mij heen. Wat een bevrijding! De bitterheid was weg, vervangen door vrede. Haat verdween, liefde groeide. Ik kon weer vrij getuigen van mijn Heer, van mijn Bevrijder.
Wij kiezen niet altijd bij welke oorlog wij betrokken raken. Ongevraagd worden we meegesleept in de oorlog van een ander. Soms doen we met de ander mee. Soms ontketent zich in ons juist een tegenovergestelde oorlog. En soms ontstaat er een heel eigen, persoonlijke oorlog.
Wat van buiten op ons afkomt, kan binnen in ons een oorlog die niet alleen onszelf raakt, ontketenen. Wij besmetten anderen daarmee, waardoor ook zij zich op oorlogsgebied gaan begeven. Kijk maar naar de invloed die wij vrouwen hebben op mensen om ons heen. Een echtgenote op haar partner. Een moeder op haar kinderen. Een collega op het team. Een gemeentelid op de gemeente.
Als wij in eigen kracht oorlogen willen voeren of ontwijken, vrede willen brengen in bestaande oorlogen, dan zullen we op een gegeven moment moeten erkennen dat de situatie ons compleet boven het hoofd is gegroeid, dat wij of dader of oorlogsslachtoffer of allebei geworden zijn. In ons eentje kunnen wij deze situaties niet aan, de strijd is namelijk groter dan wij zo op het eerste oog zien en beseffen. Niet voor niets zegt Paulus:
Zoek uw kracht in de Heer, in de kracht van Zijn macht. Trek de wapenrusting van God aan om stand te kunnen houden tegen de listen van de duivel. Onze strijd is niet gericht tegen mensen maar tegen hemelse vorsten, de heersers en de machthebbers van de duisternis, tegen de kwade geesten in de hemelsferen.
(Efeziërs 6:10-12)
Alleen in Jezus is overwinning. Hij bevrijdt. Hij wijst ons de weg, neemt ons bij de hand. Heel persoonlijk, precies zoals jij dat nodig hebt. Waarom? Omdat het Zijn diepe verlangen is dat wij daadwerkelijk vrij zijn en Hem eren met ons leven. Daarom moet je voor bevrijding bij Jezus zijn. Soms gebruikt Hij mensen om ons daarbij te helpen. Vergeet nooit dat Hij de Enige is Die daadwerkelijk bevrijdt. Zoek jouw vrijheid alsjeblieft bij Jezus!
NALEVEN
Ik kan niet altijd voorkomen dat ik meegezogen wordt in andermans oorlog. Ook niet dat er in mijn hart oorlog uitbreekt. Verbazend hoe ik van het ene moment op het andere ineens in lichterlaaie kan staan. Ook verbazend hoeveel energie het mij kost om zo’n vuur weer te doven en de vrede te verklaren. Mens-zijn maakt mij nederig en klein. En dat, terwijl ik zo graag in de overwinning wil leven en het liefst alvast net zo heilig en rein ben als ik later in de eeuwigheid zal zijn. Ook al ben ik in Jezus nu al heilig en rechtvaardig, toch is dat vaak nog niet genoeg zichtbaar voor mensen om mij heen en voor mijzelf. Dan ben ik teleurgesteld in mijzelf en kan ik niet anders dan mijzelf regelmatig tot oorlogsgebied verklaren. Dan zou ik liefst met een rode vlag rondlopen met daarop de waarschuwing: Pas op, ontploffingsgevaar!
Wat ben ik blij dat ik deze strijd niet alleen hoef te strijden! Ik leer dat oorlogen buiten mij en binnen in mij voorkomen kunnen worden als ik dicht bij Jezus leef, compleet afhankelijk van Hem. Als ik mij elke dag op Hem richt, mij onderdompel in Zijn Woord en alle dingen met Hem bespreek, ja ze zelfs aan Hem overgeef. Dan leert Hij mij hoe ik strijden moet en vormt Hij mij naar Zijn beeld.


