Een week of wat geleden – toen het buiten nog flinke zomerde, maar dat terzijde – ben ik flink boos geworden. Uit mijn slof geschoten. Over de rooie gegaan. Dat overkomt me niet gauw, en ik ben er ook niet bepaald trots op. Maar het gebeurde.
Toen we een klein jaar voor de eerste keer verhuisden, kwam ik erachter dat er naast het uitzoeken, wegdoen en inpakken van onze spullen heel wat administratie nodig was om ervoor te zorgen dat iedereen die moest weten dat we een ander adres kregen dat ook wist. Over het algemeen verliep dat goed. Zowel die eerste keer alsook rondom de tweede verhuizing.
Maar onze bank was met name die tweede keer minder snel van begrip. Keer op keer werd de post op ons oude adres bezorgd. En omdat de nieuwe bewoners door een torenhoge taalbarrière niet goed doorhadden wat er in dat opzicht van hen verwacht werd, kostte het best veel moeite om die post te bemachtigen.
Toen diezelfde bewoners al na enkele weken besloten hun toevlucht elders te zoeken, werd de situatie nog wat ingewikkelder. De post van onze bank verdween in de brievenbus van ons oude adres tussen stapels reclame en plaatselijke sufferdjes. Gelukkig bleek de verhurende instantie van goede wil door regelmatig de brievenbus te legen en ons te informeren over eventuele aan ons gerichte post.
Inmiddels waren we een halfjaar verder en was het nog niet in orde. Dus heb ik op die zomerse dag de servicebalie van de bank maar weer eens gebeld. Bij het eerste telefoontje werd ik afgescheept als een dom blondje dat niet weet hoe ze haar bankzaken digitaal regelt. Terwijl ik zeker wist dat ik het goed had geregeld, bleef de man aan de andere kant van de draadloze lijn me ervan verzekeren dat dat toch echt niet zo was, want hij kon zien dat ik het niet goed had gedaan. En van een computer verlies je het altijd in zo’n geval.
Het kwik begon te stijgen, en niet alleen buiten. En dus was de dame die mijn tweede telefoontje beantwoordde de klos. Zij kreeg na het afhandelen van dezelfde reeks standaardvragen en -antwoorden als de vorige keer de volle laag. Enerzijds schaam ik me daar wel een beetje voor, want ze deed ook gewoon haar werk. Maar anderzijds bleek mijn boosheid en frustratie wel iets los te maken, want opeens bleek het mogelijk om een spade dieper te graven en te ontdekken dat het probleem niet bij mij lag, maar bij het computersysteem dat de bank gebruikt.
Binnen enkele seconden was het probleem de wereld uit… en heb ik de dame poeslief en vriendelijk bedankt voor de moeite.
Het kwik is inmiddels weer gezakt naar normaal voor de tijd van het jaar. Buiten én binnen.




