Ik ben geen dromer. Als ik ’s ochtends wakker word, kan ik me zelden heugen überhaupt gedroomd te hebben, en als ik me dat al herinner, ben ik zodra mijn beide luiken open zijn vergeten waarover die droom ging. Nachtmerries heb ik zelden of nooit. Gelukkig…
Toch herinner me nog levendig twee nachtmerries die mij als kind regelmatig plaagden. Ik kan ze zonder moeite oproepen in mijn gedachten, mocht ik dat al willen.
In de eerste nachtmerrie moest ik steeds weer een weg oversteken. Er kwam van alle kanten verkeer aan, voornamelijk zwaar vrachtverkeer. Ik probeerde dus voort te maken, maar al rennende werd de weg steeds breder en ik steeds vermoeider. Gelukkig overleefde ik die nachtmerrie steeds weer zonder kleerscheuren en kwam ik telkens in plaats van aan de overkant van de weg, veilig en wel in mijn warme bedje terecht.
In de tweede nachtmerrie zat ik in de klas. Op zich al vreemd dat het hierbij een nare droom betrof, want ik heb schoolgaan altijd als bijzonder plezierig ervaren. Maar goed, in die droom zat ik dus in de klas, in mijn bankje. Op een gegeven moment ontdekte ik echter tot mijn grote schrik en schaamte dat ik mijn pyjama nog aanhad… Hoe diep en diep ongelukkig ik me op dat moment voelde, ik herinner het me maar al te goed. Gelukkig eindigde ook die droom in mijn bedje, weliswaar in pyjama, maar dan met het gelukzalige gevoel: het was slechts een droom!
Dus mocht er zich onder jullie een Jozef of een Daniël bevinden die mij kan uitleggen wat deze dromen te betekenen hadden, dan kan zij zich melden bij de redactie.
Afgelopen woensdag echter kwam die tweede droom opeens weer in mijn herinnering bovendrijven.
Het was onze opa- en omadag. Die ochtend was ik in alle vroegte naar het huis van dochterlief en schoonzoon gereden om kleinzoon naar school te brengen. Tot mijn stomme verbazing en schrik deelde hij mij mee dat hij die dag niet in zijn warme spijkerbroek en dito trui, maar in pyjama naar school zou gaan. Het was immers pyjamadag! Ik kon mijn oren niet geloven en heb wel vijf keer navraag gedaan bij dochter en kleinzoon – maar ze hielden stug vol. Dus hees kleinzoon zich in zijn schoongewassen Ajax-pyjama, trok schoenen en jas aan (dat dan weer wel, gelukkig) en zo gingen we op pad.
Onderweg naar school keek ik schichtig om me heen en meende hier en daar inderdaad wat nachtkledij te zien onder warme winterjassen. Toen we de school binnenliepen, slaakte ik een zucht van verlichting. Want iedereen, echt iedereen, de juffen en meesters incluis, was gehuld in pyjama. Sommigen zelfs met slaapmuts…
Enigszins opgelucht liet ik kleinzoon daar achter. Toch bleef ik me de hele ochtend plaatsvervangend diep en diep ongelukkig voelen. Je begrijpt inmiddels waarom… Zo’n pyjamadag – het zou mijn ergste nachtmerrie zijn.




