Of u nu eet of drinkt of iets anders doet, doe alles ter ere van God.
(1 Korintiërs 10:31, NBV)
UITLEG
In ons rijke westen worstelen wij met een nogal decadent probleem: overvoeding. Volgens de statistieken tobt 40% van de vrouwen hiermee en laat ik maar meteen met de deur in huis vallen: ook ik hoor daarbij. Al mijn halve leven kamp ik met overgewicht waar ik op gezette tijden, en met wisselend succes, iets aan probeer te doen. Ik vermoed dat het voor veel van jullie een herkenbare kwestie is.
Toen ik op mijn vijftiende christen werd en in die tijd weliswaar ontevreden was met mijn figuur, maar toch best slank te noemen was, velde ik een keihard oordeel over mensen die te dik waren. Zo vond ik dat die corpulente ouderling zijn mond moest houden over het roken van anderen en eerst zijn eigen verslaving maar eens op moest zien te lossen. En dat die veel te zware zuster onmogelijk kon spreken over de vrucht van de Geest, zolang zij zich het onderdeel ‘zelfbeheersing’ duidelijk nog lang niet eigen had gemaakt.
Later ging ik daar – gelukkig – wel iets genuanceerder over denken. Maar dat had vooral te maken met mijn eigen gevecht tegen de kilo’s waardoor het een typisch gevalletje ‘theorie versus praktijk’ werd. Het maakte me een stuk nederiger ten opzichte van anderen en langzaam groeide het besef dat we allemaal onvolmaakte mensen zijn, op welk terrein dan ook, en Gods genade nodig hebben.
Die genade is ons in Jezus ons rijkelijk geschonken. Dus wie zijn wij dan om dat elkaar te onthouden?
Natuurlijk, we moeten mild zijn in ons oordeel over anderen. Laat daarom iedereen die denkt dat hij stevig overeind staat oppassen dat hij niet valt, zei Paulus al. (1 Korintiërs 10:12) Maar als we Jezus willen volgen, zullen we ook ernst moeten maken met Zijn oproep om te streven naar volmaaktheid: Wees dus volmaakt, zoals jullie hemelse Vader volmaakt is. (Matteüs 5:48)
Klinkt als een eitje. (Mmm, lekker, met mayonaise…)
Dus voortaan, als ik de koelkast opentrek om te gaan snaaien, denk ik aan deze woorden, vervolgens citeer ik Paulus: Ik hard mezelf en oefen me in zelfbeheersing (1 Korintiërs 9:27), en sluit met een resolute klap de toegang naar eetbare verleidingen. En misschien zing ik daarna nog het lied Want het Koninkrijk Gods bestaat niet in eten en drinken, maar in rechtvaardigheid, vrede en blijdschap!
Zucht. Was het maar zo gemakkelijk! Toch is het verrassend hoeveel er in Gods Woord te vinden is wat betrekking heeft op eten en drinken. Maar ook op begeerte en zelfbeheersing. Teksten die relativeren en inspireren, en ze staan daar vast niet voor niets!
NALEVEN
De Bijbel vertelt ons dat we de plicht hebben goed voor ons lichaam te zorgen: Weet u niet dat uw lichaam een tempel is van de Heilige Geest, Die in u woont en Die u ontvangen hebt van God, en weet u niet dat u niet van uzelf bent? (1 Korintiërs 6:19)
Je zou denken dat dit genoeg motivatie geeft om verstandig met ons voedsel om te gaan. Toch blijft het voor velen van ons een gevecht. Maar het is troostend te ontdekken dat ook Paulus, die het allemaal zo mooi wist te verwoorden, eenzelfde soort strijd voerde: Wat ik verlang te doen, het goede, laat ik na; wat ik wil vermijden, dat doe ik. (Romeinen 7:19)
Hij noemde zichzelf een ongelukkig, ellendig mens. Ik denk dat wij ons daar wel in herkennen met al ons falen. Maar als we ons vervolgens afvragen wie ons daarvan zal redden, geeft Paulus in dezelfde tekst het antwoord: Dat doet God! Dank aan Hem door Jezus Christus, onze Heer.
Diezelfde Jezus zei: Wie bij Mij komt, zal geen honger meer hebben. (Johannes 6:35) Hij doelde hierbij op de menselijke geest. Maar ooit zal dit ook voor ons lichaam gelden!
Wat een heerlijk vooruitzicht…


