‘Daarom ben ik blij als de mensen naar Hem toe gaan. Hij moet groter worden en ik steeds kleiner.’
(Johannes 3:29-30, HTB)
BIJBELGEDEELTE
De engel zei tegen hem: ‘Wees niet bang, Zacharias, je gebed is verhoord: je vrouw Elisabet zal je een zoon baren, en je moet hem Johannes noemen. Vreugde en blijdschap zullen je ten deel vallen, en velen zullen zich over zijn geboorte verheugen. Hij zal groot zijn in de ogen van de Heer, en wijn en andere gegiste drank zal hij niet drinken. Hij zal vervuld worden van de Heilige Geest, terwijl hij nog in de schoot van zijn moeder is, en hij zal velen uit het volk van Israël tot de Heer, hun God, brengen. Als bode zal hij voor God uit gaan met de geest en de kracht van Elia om ouders met hun kinderen te verzoenen en om zondaars tot rechtvaardigheid te brengen, en zo zal hij het volk gereedmaken voor de Heer.’
(Lucas 1:13-17, NBV)
EEN STAPJE DICHTERBIJ
Op het moment dat ik deze Binnenkamer schrijf, ben ik net weer terug uit Finland. Voor mij een jaarlijkse traditie, een familiebezoek. Een paar jaar geleden viel dat bezoek in het laatste weekend van juni, het weekend waarin traditiegetrouw het Midzomerfeest wordt gevierd.
Aanvankelijk was dat alleen het feest van de zomerzonnewende, zo rond de langste dag van het jaar. Maar toen in de zesde eeuw na Christus missionarissen door Noord-Europa trokken met de opdracht om de heidenen te bekeren tot het christendom, vroegen ze zich af hoe ze van die bewuste dag een ‘kerkelijke feestdag’ konden maken.
In die tijd was de 24e december, midwinter, al volledig geaccepteerd als de ‘geboortedag van Christus’ en dus lag het voor de hand om hier de geboortedag van Johannes de Doper van te maken. Johannes is immers een halfjaar voor Jezus geboren. Tegenwoordig wordt die dag groots gevierd, bijna net zo groots als het kerstfeest. Iedereen is vrij, er zijn kerkdiensten en families zoeken elkaar op om samen dit feest te vieren.
Wat weten we eigenlijk van deze Johannes, behalve dat hij in een ruwe jas van kameelhaar door de woestijn liep en sprinkhanen en wilde honing at? Johannes dankt zijn bestaan aan een goddelijk plan. Hij wordt tegen alle tradities in niet naar zijn vader vernoemd, maar krijgt de naam ‘Johannes’, die betekent: God is genadig. En dat is meteen een eerste verwijzing naar Jezus, Degene Die na hem kwam en voor Wie hij de weg moest bereiden.
Vanaf het begin maakt Johannes er nooit een geheim van om Wie het eigenlijk gaat en wat zijn taak is: ruim baan maken voor Jezus. Hij aarzelt dan ook niet om zijn volgelingen op Jezus te wijzen en als zij Hem daarop gaan volgen, betekent dat voor Johannes geen afgang, integendeel.
Johannes vergelijkt zichzelf met de vriend van de bruidegom: degene die het feest voorbereid, die de bruidegom naar zijn bruid brengt, die bij het begin van het feest nog in de schijnwerpers staat, maar dan langzaam naar de achtergrond verdwijnt, zodat het uiteindelijk alleen nog maar om het bruidspaar gaat. (Zie Johannes 3:28-30.)
Uiteindelijk komt Johannes in de gevangenis terecht omdat hij het lef heeft getoond ook Herodes op zijn zonde te wijzen. Het kost hem zijn leven. Een eenzaam, roemloos einde voor deze heraut! Afgedankt door mensen, maar niet door God. Hij was Gods profeet, Jezus’ heraut, de vriend van de Bruidegom – een man die zijn leven inzette en opgaf om Jezus ruimte te geven. Niet verkeerd dus om deze man (minstens) één keer per jaar wat extra aandacht te geven. Hij heeft ons zo veel te leren!
In een wereld van competitie, statistieken, kijkcijfers en wedijver om de grootste populariteit zou Johannes absoluut niet meetellen. Maar hij deed wat wij allemaal zouden moeten doen: ons leven inzetten om anderen op Jezus te wijzen, ook als dat betekent dat men óns daarbij uit het oog verliest; anderen de ruimte geven om volgelingen van Hem te worden; blij zijn als Hij steeds groter wordt in het leven van een ander; klein willen worden om Jezus groot te maken!
GEBED
Heer Jezus, het raakt me steeds weer dat Johannes zich niet liet leiden door de wens om populair en geliefd te zijn bij de mensen, maar alleen door het verlangen om U groot te maken. Zoals ook U bereid was afstand te doen van Uw gelijkheid aan God om als mens op aarde te komen, waar U Uzelf hebt vernederd en gehoorzaam bent geworden tot in de dood. Help mij om zo te leven dat U steeds groter wordt in mij, zodat de mensen om mij heen U kunnen zien in mij. Amen.


