Waarom, HEER, bent U zo ver en verbergt U Zich in tijden van nood?
(Psalm 10:1, NBV)
UITLEG
Niet lang voor haar sterven in 1922 schreef Jacqueline van der Waals het bekende lied Wat de toekomst brengen moge. Een schitterend lied dat ook nu nog heel vaak gezongen wordt en waarvan de woorden mij telkens weer diep weten te raken. Maar ik moet eerlijk toegeven dat er twee regels zijn in de tekst waar ik moeite mee heb. Zo veel moeite dat ik ze meestal niet meezing. ‘Leer mij volgen zonder vragen’ en ‘Zie, ik vraag U niet waarom’.
Want eerlijk gezegd barst ik soms van de vragen en stroomt mijn ziel soms over van de waaroms. Als ik hoor over het auto-ongeluk waarbij een jongen van negentien is omgekomen. Als ik van een vriendin hoor dat er bij haar kanker is geconstateerd. Als ik hoor over kinderen, overal ter wereld, die worden uitgebuit en misbruikt. Als in mijn eigen leven de storm losbarst… Zo veel lijden, zo veel onrecht… Bij wie kan ik beter terecht met mijn vragen dan bij mijn Vader?
Een leerling leert door te luisteren, na te denken, vragen te stellen en de antwoorden mee te nemen in zijn gedachtegang. Een kind leert verbanden zien, leert de wereld om zich heen kennen en begrijpen door vragen te stellen, steeds maar weer, en door vaak tot vervelens toe aan zijn ouders ‘Waarom?’ te vragen.
Zou God dan van ons vragen dat wij Hem volgen zonder vragen? Zouden wij Hem nooit mogen bestoken met ons ‘waarom’?
Alleen al in het boek Job en de Psalmen kom ik (in de Herziene Statenvertaling) zevenendertig keer het woordje ‘waarom’ tegen. Kom ik mensen tegen die veel lijden te verduren krijgen en God in hun nood overladen met allerlei vragen en met hun ‘waarom’. En zelfs Jezus, ons volmaakte voorbeeld, schreeuwt het vlak voor zijn sterven uit naar God: ‘Mijn God, Mijn God, waarom hebt U Mij verlaten?’
Jezus’ leerlingen die drie jaar met Hem optrokken, leerden van Hem door Zijn woorden, Zijn daden, maar ook door Hem vragen te stellen. Matteüs 17:10-13 is daar een voorbeeld van. Ze stellen een vraag, en Jezus geeft antwoord. En de leerlingen begrepen het.
Heel anders is de manier van vragen stellen van de farizeeën en de schriftgeleerden. Zij wilden niet van Hem leren; zij wilden Hem ter verantwoording roepen en uiteindelijk een reden vinden om Hem uit de weg te kunnen ruimen (bv. Matteüs 16:1).
NALEVEN
Ach, ik begrijp natuurlijk best wat Jacqueline van der Waals bedoelde. Ze wist dat ze ernstig ziek was en niet lang meer te leven had en met haar lied, ook met die regels over vragen naar het waarom, wilde ze zeggen: ‘Heer, ik leg mijn leven in uw handen. Ik roep U niet op het matje en vraag niet van U dat U mij verantwoording aflegt voor wat er nu in mijn leven gebeurt. Ik vertrouw op U, al begrijp ik U soms niet.’
Ik weet ook heel goed dat we lang niet altijd antwoord krijgen op onze vragen en waaroms. Dat we lang niet altijd zullen begrijpen wat er in ons leven gebeurt en waarom. Maar, volgens mij, getuigt het van vertrouwen als ik met alles wat mij bezighoudt – mijn dankbaarheid en mijn twijfel, mijn liefde en mijn vragen, mijn ontzag en mijn waaroms – vrijmoedig naar Hem toe ga. Vragen staat vrij, zolang ik met die vragen niet de bedoeling heb Hem op het matje te roepen. Zou God niet begrijpen dat ik worstel met het leed in mijn eigen leven, in mijn naaste omgeving en in de wereld?
Het is geen gebrek aan ontzag en vertrouwen als ik in de storm van mijn leven met mijn vragen naar God ga. Het getuigt juist van een hechte Vader-kindrelatie als ik de vrijmoedigheid heb om in mijn nood ‘vol vertrouwen te naderen tot de troon van de genadige God’ (Hebreeën 4:16, Groot Nieuws Bijbel).
En wat het lijden in de wereld betreft, geeft God misschien geen kant-en-klare antwoorden, maar wel een opdracht: blijf niet werkeloos toezien, maar zet je vragen om in daden en doe wat je kunt om het leed in de wereld te verzachten, om het onrecht om te buigen en om Mijn liefde handen en voeten te geven.


