Wij kijken juist verlangend uit naar de stad die komt.
(Hebreeën 13:14, NBV)
BEGRIJPEN
Heb je wel eens heimwee gehad? Dat gevoel diep vanbinnen, dat de Duitse taal zo treffend omschrijft als ‘unheimisch’ – het gevoel dat je niet thuishoort op de plaats waar je op dat moment bent? Dat haast pijnlijke verlangen naar de plaats waar je vandaan komt, thuis?
Als christenen zijn we niet thuis op aarde. We horen thuis in de hemel. Daar woont onze Vader. En zolang we hier op aarde rondwandelen, zijn we op reis naar huis. This world is not my home, I’m just passing through, zongen we vroeger vaak met de woorden van een christelijke gouwe ouwe. Dit is onze tijdelijke verblijfplaats. We zijn op doorreis. Met als eindbestemming de stad met gouden straten, het huis met de vele kamers (Johannes 14:1-3).
Maar dat gevoel van heimwee is ons over het algemeen vreemd. We hebben onze wortels stevig uitgeslagen in deze aardkloot en voelen ons hier over het algemeen meer dan thuis. Huisje, boompje, beestje… plus de nodige schatten op de bank. En de hemel? Prima, voor later. Maar nu willen we genieten van al het goede dat deze aarde ons te bieden heeft.
Kunnen we het een doen zonder het ander na te laten? Genieten van dit leven, en evengoed met groeiend verlangen uitzien naar ons huis bij God?
In 1 Timoteüs 6 lezen we dat rijk zijn op zich geen probleem is. Zolang je er je hoop maar niet op vestigt. Jij mag best veel bezitten, zolang het jou maar niet bezit. En voor wie niet veel heeft, geldt de waarschuwing tevreden te zijn met wat je hebt en niet jaloers te zijn. Voor arm en rijk is het zaak om in materieel opzicht niet te leven volgens het principe ‘meer is beter’.
Dan pas ben je vrij om je in te zetten voor wat werkelijk van waarde is: het verzamelen van schatten in de hemel. Investeren in zaken van eeuwigheidswaarde, in mensen, in Gods Koninkrijk. Met je geld, maar zeker ook met de gaven en talenten die God je heeft toevertrouwd.
En wordt je schatkist in de hemel voller, dan heb je vanzelf steeds meer om naar uit te kijken. Dan groeit het heimwee en het verlangen om naar huis te gaan, naar de Heer– je allergrootste Schat!
NALEVEN
Zo op de grens van weer een nieuw jaar zijn we vaak vol goede moed en voornemens om het in het nieuwe jaar echt beter te gaan doen. Een beter christen zijn, een betere echtgenote, moeder, dochter, werknemer, werkgever… Vul maar in. En natuurlijk hopen we dat het jaar dat voor ons ligt in elk opzicht een goed jaar voor ons zal zijn. Gezondheid, geluk, voorspoed… Wie verlangt daar nu niet naar?
Op het moment dat ik dit schrijf, wordt er wereldwijd, maar met name in de Verenigde Staten, schouderophalend, afwachtend, met vrees en beven of verlangend uitgekeken naar de datum van 20 januari 2017, de dag dat Donald Trump het stokje overneemt van Barack Obama. Wat voor gevolgen zal die machtsovername voor hen en voor ons hebben? Voorspoed, of juist niet? Vrede, of juist niet? Rust, of juist niet? Gerechtigheid, of juist niet?
Als je beseft dat al het ‘aardse’ maar tijdelijk is, zelfs de macht van wereldleiders, helpt je dat misschien om alles wat je hier overkomt, alles wat je hier bezit, materieel en immaterieel, met andere ogen te bekijken en waar mogelijk in te zetten voor dat wat eeuwig zijn waarde behoudt. Want ‘waar je schat is, daar zal ook je hart zijn’ (Matteüs 6:20-21).
Hoe 2017 ook zal verlopen – ik zie met heimwee uit naar de dag dat God alles nieuw maakt, herstelt wat gebroken is en ons thuishaalt. Daar verlang ik naar! En jij?
Hij Die op de troon zat zei: ‘Alles maak Ik nieuw!’ (Openbaring 21:5)


