Op 20 januari jongstleden arriveerde ik in het skigebied Stockhütte Klewenalp, Zwitserland, waar ik mijn derde seizoen als ski- en snowboardlerares zou doorbrengen. Maar dat liep iets anders dan verwacht.
Na mijn eerste privéles om 9.00 uur vertrok ik voor een eigen rondje, omdat ik een paar uur vrij had. Maar om 11.30 uur vloog ik over de kop, toen ik al carvend terug naar de skischool boardde. Het enige wat ik me kan herinneren van de val, is dat ik met mijn wang over de sneeuw gleed en tot de conclusie kwam dat mijn nek en mijn rug beide intact waren. Wel had ik een ongelofelijke pijn in mijn buik, wat meteen alle alarmbellen deed rinkelen. Tijdens mijn opleiding was er meermaals gewaarschuwd voor interne bloedingen…
Rustig aan toerde ik terug naar de skischool, waar ik twintig minuten later aankwam. Al snel liep alles uit de hand en belandde ik met de helikopter bij het traumateam van het ziekenhuis waar de diagnose ‘gescheurde linkernier’ op me wachtte. In plaats van zes weken als lerares aan de slag te gaan, maakte ik me op voor zes weken rust.
In mijn vijfde week, na al die weken bed- en bankhangen en voor me laten zorgen door de allerliefste vrienden, kreeg ik koorts en belandde ik weer vier dagen in het ziekenhuis. De nier was ontstoken én open. De artsen stonden voor een raadsel en ik moest weer voor zes weken rust houden.
Dat zijn mijn afgelopen zes weken die gigantisch aan mijn ‘zijn’ hebben geschut in notendop. Processen die al langer gaande waren in mijn leven werden in een snelkookpan gaargekookt. Van een totaal zelfstandige Nederlandse vrouw in het buitenland ben je opeens afhankelijk van mensen die echt alles voor je doen. Je bagage dragen, je auto pakken, voor je koken en je in huis nemen…
Een les die ik de afgelopen maanden leerde, was om hulp vragen. De eerste reactie van een doorgewinterde single is dat je het allemaal zelf doet; pas als je er niet uit komt, vraag je om hulp. Vind ik om hulp vragen dan moeilijk? Nee, dat geloof ik niet. Maar in 99% van de gevallen is er niemand in de buurt om hulp aan te vragen, dus stoei ik mezelf er wel doorheen.
Soms leidt dat ertoe dat ik langere tijd ergens niet aan toe kom en dat dingen blijven liggen. Een paar maanden geleden zei ik tegen mijn opa: ‘Ik red me wel.’ Waarop hij zei: ‘Nee, Marije, je redt jezelf niet, maar je wordt gered!’ Woorden die me al die tijd al door het hoofd gaan. De realisatie dat ik mezelf niet red, en dat ik dat ook helemaal niet hoef. Ik hoef mijn vrouwtje niet te staan, maar ik mag nadenken over de vraag wie me allemaal tot hulp zouden willen zijn.
De afgelopen weken heb ik als geen ander gezien dat er – zelfs hier, in Zwitserland – werkelijk een batterij aan mensen klaarstaat om me te helpen. Van alle kanten krijg ik hulp aangeboden en het enige wat ik hoef te doen, is dat te vragen of hulp te accepteren. En weet je, ik vind het heerlijk! Ik voel me zo gedragen, in de wetenschap dat ik het niet alleen hoef te doen. En dat terwijl God dit al lang bedacht had, toen Hij over de gemeente sprak als een lichaam! (Zie 1 Korinthe 12 en Romeinen 12.)
Denk er eens over na: Waarin kun jij hulp vragen of aanvaarden? Of ben jij degene die iemand hulp mag bieden?




