De titel is misschien een beetje gek en toch, die heeft alles met ‘echt’ te maken. Want hoe ‘echt’ durven we God te laten zijn?
Soms zit ik in de kerk en voel me met de minuut meer vervreemden van de God, Degene voor Wie ik juist hier gekomen ben. De kerk is tenslotte Zijn huis. Maar toch voel ik me daar regelmatig op grote afstand van Hem, omdat de vorm, de woorden, de manieren zo anders zijn dan wat aansluit bij wie ik ben – wie ik nu mag zijn bij God.
Begrijp me niet verkeerd: ik denk dat veel mensen (heel) veel diepgang kunnen beleven tijdens een veertigdagentijd (de vastentijd¬), kerkelijk jaar-vieringen, bij een liturgisch prachtig in elkaar gedraaide kerkdienst, of woorden/liederen die oud en vertrouwd in de oren klinken. En daar wil ik ook zeker geen negatief woord over zeggen (misschien ben ik wel jaloers op die mensen).
Maar wat als ik dat nu helemaal niet zo ervaar? In de kerk mogen, moeten, zullen, vinden en doen we zo veel. We mogen zo veel (ruimte van geloven). We moeten zo veel (goede, getrouwe christenen zijn). We zullen zo veel (grote dingen doen in Zijn Naam). We vinden zo veel van alles en iedereen (allerlei meningen te hebben over van allerlei zinnige en onzinnige, ethische en politieke zaken). We doen zo veel (omdat het ‘waar’, ‘heilig’, enzovoort zou zijn).
Ik herinner me kerkdiensten van ‘vroeger’ waarin gezegd werd: als de Heer echt in je werkt, dan… kon je niet slapen van ellende, lag je in de sloot te bidden, konden mensen dat op die en die manier aan je merken, vul zelf maar aan. Ik was me er al heel jong van bewust dat ik heel graag die échte God wilde kennen. Maar in de sloot liggen, daar had ik geen zin in. En me in zwarte kleren hijsen ook niet en de hele dag huilen zag ik ook niet echt zitten. Het verlangen om Hem écht te kennen werd groter en groter.
Daarom zou ik zo graag zien dat we die grote, almachtige God ook vrijlaten in hóé Hij dingen doet. En niet zoals we nu vaak doen, als we Hem en Zijn manier van werken met onze zelfgemaakte regels, wetten en denkwijzen proberen te snappen en in een hokje plaatsen, want juist daardoor houden we Hem mijlenver bij ons vandaan. De ‘zo hoort het’ of ‘zo werkt God’ of ‘zo is God’ kan op deze manier een gevangenis worden in plaats van vrijheid!
Inmiddels zijn we heel wat jaren verder en mag ik met veel blijdschap zeggen dat God Zich echt op Zijn veelzijdige manier aan mij heeft laten zien – en Zich nog steeds laat zien. Hij is belangrijk voor me geworden – onmisbaar zelfs – en de basis van mijn bestaan en leven. Ik zou werkelijk niet weten hoe ik zonder God ‘over bergen en door dalen’ zou moeten gaan.
Hij is mijn huis-tuin-en-keuken-God geworden, en dat bedoel ik niet oneerbiedig. Maar juist in het alledaagse laat Hij Zich zo vaak zien aan mij.
- Hij is er als ik wakker word, wat me dankbaar maakt voor elke nieuwe dag (ongeacht hoe ik me voel).
- Sommige gedachten, daarvan voel ik dat God me die geeft. Zelf kan ik soms mopperig, geïrriteerd of boos zijn, en dan zomaar uit het niets zijn daar ‘gedachten van vrede’. Nou, die komen echt niet uit m’n tenen – die geeft God!
- Ik kan me zo verwonderen over de kracht van een zaadje dat tot leven komt en begint te groeien.
- Woorden die ik lees of liederen die ik luister komen regelmatig zo ongelofelijk precies op de goede tijd, dat ik dat als knipoog van God beschouw; Hij ziet me en weet zo precies wat ik nodig heb.
God ís en ik mag zíjn,
zonder moeten, zullen, geven.
Gewoon van Zijn genade leven.




