‘Moet ik omkomen, goed, dan zal ik omkomen.’
(Ester 4:16b, NBV)
BIJBELGEDEELTE
‘En,’ zei hij, ‘verzoek haar met klem naar de koning te gaan. Ze moet hem om genade smeken en bij hem voor haar volk pleiten.’ Hatach ging naar Ester terug en bracht haar Mordechais woorden over. Ester droeg Hatach op om Mordechai het volgende te antwoorden: ‘Alle dienaren van de koning en de inwoners van alle provincies van het koninkrijk weten dat er maar één wet geldt voor iedere man of vrouw die zonder ontboden te zijn naar de koning gaat en in de binnenhof komt: die persoon wordt ter dood gebracht. Alleen degene wie de koning zijn gouden scepter toesteekt, brengt het er levend af. Wat mijzelf betreft, ik ben nu al in geen dertig dagen bij de koning ontboden.’ Esters woorden werden aan Mordechai overgebracht. Toen liet Mordechai het volgende antwoord aan Ester geven: ‘Beeld je maar niet in dat jij, omdat je in het koninklijk paleis woont, als enige van alle Joden zult ontkomen. Als jij nu je mond niet opendoet, nu het moment daar is, komt er van een andere kant wel uitkomst en redding voor de Joden. Maar jij en je vaders familie komen dan om. Wie weet ben je juist koningin geworden met het oog op een tijd als deze.’ Toen liet Ester het volgende antwoord aan Mordechai geven: ‘Roep alle Joden die in Susa wonen bij elkaar en vast voor mij: eet niet en drink niet, overdag niet en ’s nachts niet, drie dagen lang. Ook ik zal op die manier vasten met mijn dienaressen. En na die voorbereiding zal ik naar de koning gaan, al is dat tegen de wet. Moet ik omkomen, goed, dan zal ik omkomen.’
(Ester 4:8-16, NBV)
EEN STAPJE DICHTERBIJ
Het Bijbelboek Ester is een fascinerend boek, waarin een verhaal verteld wordt over… God. Zijn Naam wordt niet genoemd, maar toch gaat het over Hem! Hij is verborgen, onzichtbaar, maar toch duidelijk aan het werk. Als je goed leest, kun je de rode draad zien van Gods aanwezigheid en Zijn werk.
Het volk van God, Zijn oogappel, wordt bedreigd met uitsterven. Maar God voorkomt dat. Door heel wonderlijk te werken in het leven van Zijn kinderen. In dit verhaal met name in het leven van Mordechai en Ester. Dat zij een rol hierin hebben, is voor ons allemaal duidelijk, denk ik. Maar wat dacht je van koningin Wasti en haar rebellie, die tot gevolg had dat zij plaats moest maken voor een andere vrouw die koningin zou worden? Ook dat heeft een plek in dit bijzondere verhaal. Zonder haar opstand had Ester niet datgene kunnen doen, waarvan Mordechai zei: ‘Wie weet ben je juist koningin geworden met het oog op een tijd als deze.’
Als het van Ester ons iets duidelijk maakt, is het dat Gods leiding niet iets is wat je een-twee-drie kunt uitleggen. Hij werkt op verborgen wijze in het geheel van alles wat is gebeurd, gebeurt en zal gebeuren. Er gebeuren dingen waarvan je soms pas veel later kunt zeggen: ‘Wat bijzonder, dat het zo is gelopen. Daarin zie ik de hand van God. De puzzelstukjes vallen op zijn plaats.’ Je kunt dan zomaar verrast worden door Zijn genade. God is nauw betrokken op onze levens. We zien en ervaren het niet, maar het is wel zo!
Het is duidelijk dat God door mensen heen werkt. Ook als we het zelf niet eens doorhebben. Maar dat is niet alles wat er te vertellen valt over Gods leiding. Er is ook een andere kant. God leidt Zijn volk ook door mensen die heel bewust voor Hem kiezen. Daar is niets onduidelijks of onzichtbaars aan. Als mensen hebben wij een aandeel in de loop van de dingen van het koninkrijk van God. Als wij voor onszelf kiezen, kan het werk van God belemmerd worden; als we kiezen om te doen wat God van ons vraagt, kan God Zijn koninkrijk verder uitbouwen. Die laatste keus kan ons alles kosten. Denk aan de graankorrel!
Nu maar even direct een heel concrete, confronterende vraag: ben jij bereid alles op te geven, alles los te laten… voor God? Kun jij het Ester nazeggen: ‘Moet ik omkomen goed, dan zal ik omkomen.’
Had Ester trouwens eigenlijk wel een keus? Of niet? En jij?
GEBED
Here God, dank U dat U mijn leven leidt. Help mij om dichtbij U te leven, zodat ik kan onderscheiden waar het telkens op aankomt. Dank dat U mij hebt geroepen om mee te werken aan de opbouw van Uw Koninkrijk. Help me alles te doen wat U van mij vraagt. Ook als dat mijn eigen leven kan kosten. In Jezus’ Naam, amen.


