Nog één keer kijk ik achterom. Achter mij staat de basisschool waar ik jarenlang heb gewerkt. Voor de allerlaatste keer steek ik het plein over. Niet omdat de vakantie gaat beginnen, maar omdat ik dit deel van mijn leven af moet sluiten.
Mijn voeten voelen zwaar en bij elke stap die ik zet lijkt het alsof ik aan de grond geplakt ben. Ik loop verder, maar het liefst zou ik rechtsomkeert maken. Eigenlijk wil ik helemaal niet weg van mijn werk. Ik wil gewoon werken, juf zijn. Maar ik ben volledig afgekeurd, vanaf mijn achtentwintigste niet meer werken. Weer een consequentie van kanker hebben.
Zo voelt het afscheidnemen dus. Wat is het volgende waar ik afscheid van moet nemen? Ik moet, maar het gaat tegen mij gevoel in. Ik wil het niet. Het ontglipt mij en ik heb er geen grip op. Afscheid nemen gaat beginnen. Wanneer is het definitieve afscheid van dit leven? Met tranen in mijn ogen stap ik in mijn auto en rij de straat uit. Achter mij verdwijnt de school. Ik ga op weg naar huis.
Ruim een halfjaar geleden had ik het idee dat ik langzaamaan mijn leven weer terugkreeg. Na anderhalf jaar behandelingen tegen kanker, kon ik mijn leven weer oppakken. Eindelijk kon ik weer juf zijn. Het was herfst en ik reed in mijn auto naar school. De cd draaide het nummer ‘Heer, wijs mij uw weg.’ Uit volle borst kon ik meezingen. Ik had het idee weer op een weg te rijden die goed was. De relatie met God was sterk en ik kon dankbaar zijn. Ik kon de periode van kanker proberen achter mij te laten.
Na drie maanden, kreeg ik de grote klap. ‘Klarine, je bent ongeneeslijk ziek. De kanker is uitgezaaid, de prognose is slecht,’ waren de woorden van de arts. Ik was stil.
Langzaam moet ik afscheid nemen van het leven op aarde. Ik ben niet boos en ik ben ook nooit boos geweest. Maar ik heb wel vraagtekens. Waarom? Wat wil God nu? Ik snap er niks van. Ik zou immers de kinderen op school kunnen vertellen over God en heb een dosis geloofservaring om te delen. Mijn leven loopt anders. Maar op de een of andere manier mag ik tot de laatste seconde dienend zijn in Gods koninkrijk. Al ben ik op het laatst misschien alleen nog maar een luisterend oor.
Misschien sta je er niet zo vaak bij stil, maar je mag elke keer bezig zijn met het koninkrijk van God. Ik heb jarenlang genoten van de mooie en diepgaande gesprekken met kinderen, maar ook met collega’s. Nu mag ik bezig zijn op een heel andere manier. Dagelijks heb ik mijn eigen gezin om mij heen. Mag ik een blog schrijven, zijn we op televisie geweest en mag ik samen met mijn vader een boek schrijven. Ik hoop dat mensen hierdoor geraakt mogen worden. Al is het leven op aarde een grote woestijn. Toch is er elke keer een regenboog boven ons leven, als teken van Zijn trouw. Het is een voorrecht om christen te mogen zijn.
Na de schoolvakantie begint voor veel mensen en kinderen een nieuw werkjaar. Mijn oudste kinderen gaan weer naar school en dit jaar mag mijn dochter voor het eerst heen. Tegen mij zal er geen ‘juf’ meer gezegd worden, maar ik ben nog zo veel meer.
Zelfs al ben ik afgekeurd voor het werk op school, mijn taak in Gods koninkrijk blijft tot de laatste seconde.




