Vanmorgen overviel het me. Een gevoel van paniek. Ik was, zoals ik dat elke ochtend doe, bezig mijn gezicht te plamuren en te verven, toen mijn mascara uitschoot. Op zich geen probleem, want de overtollige schmink verwijder ik gewoon met een wattenstaafje. Appeltje-eitje.
Maar op dat moment moest ik denken aan de nieuwe Europese wetgeving – en toen sloeg de paniek dus toe. Als de wet erdoor komt, betekent dat namelijk het einde voor onder andere plastic wattenstaafjes, rietjes, wegwerpbestek- en borden, ballonnenstokjes en roerstaafjes. Hoe moet dat dan als mijn hand weer eens uitschiet tijdens mijn dagelijkse metamorfose?
Omdat ik al ruim zes decennia op deze aardbol rondhang, behoor ik tot de generaties die heel wat hebben zien komen aan nieuwe uitvindingen en toepassingen daarvan. Plastic is daar een van. Het gebruik van plastic heeft in elk onderdeel van onze maatschappij ontelbare vormen aangenomen. En de eerlijkheid gebiedt mij te bekennen dat ik erg gehecht ben geraakt aan de vele positieve kwaliteiten van dat materiaal. Het laat geen vocht door, verlengt de houdbaarheid en de versheid van veel etenswaren, is licht en soepel, en zo kan ik nog wel even doorgaan.
En nu plastic langzaam maar zeker onmisbaar is geworden in ons leven, worden we overspoeld met onrustbarende berichten over de plastic soep in onze wereldzeeën. De beelden van de gevolgen van die plastic afvalberg in onze wateren zijn afschuwelijk en walgelijk!
Ach, ik hoef maar om me heen te kijken tijdens mijn dagelijkse wandelingetje om te zien dat het niet alleen in onze wereldzeeën terechtkomt, dat plastic afval. Om een of andere reden zien veel mensen de openbare ruimte in ons land als één grote prullenbak.
Kijk, en daar begint het hele probleem volgens mij. Want hoe komt al dat plastic in de oceaan terecht? Gooien we onze wattenstaafjes en wegwerpservies linea recta overboord? Dumpen we onze plastic zakken vol plastic verpakkingsmateriaal tijdens een strandwandelingetje in zee?
Als wij vroeger een snoeppapiertje op straat gooiden en het voorval bagatelliseerden, omdat het maar één papiertje betrof, zei mijn vader steevast tegen ons: ‘Stel je eens voor dat alle mensen in Nederland er zo over denken? Dan liggen er straks miljoenen papiertjes op straat.’ Ik hoor het hem nog steeds zeggen als ik afval in mijn hand heb en even niet weet waar ik ermee heen moet.
Ik maak me zorgen om al dat plastic afval. Niet omdat ik straks geen wattenstaafjes meer tot mijn beschikking heb. Ik bedenk wel iets anders om ongewenste strepen weg te poetsen. Nee, ik maak me grote zorgen om de mentaliteit die volgens mij de werkelijke oorzaak vormt van de plastic soep in de oceanen, en van alle afval die op ongeoorloofde plekken wordt gedumpt.
De plannen en idealen om het gebruik van plastic terug te dringen steun ik voor honderd procent. Maar om te voorkomen dat de generaties na ons verdrinken in die plastic soep, zouden we,volgens mij, bij de basis moeten beginnen.
Bij onze mentaliteit.




