Dit is het verhaal van Monica. Zij heeft in haar leven geleerd wat onvoorwaardelijke liefde is en wil haar verhaal graag met jullie delen.
‘Zevenenvijftig jaar geleden werd ik geboren in Zuid-Amerika. Mijn moeder was vijftien en vader nergens te bekennen toen ik geboren werd. Daarom moest mijn moeder zelf de kost verdienen en woonde ik bij mijn opa en oma, samen met neefjes en nichtjes.
’s Nachts sliepen we allemaal in dezelfde kamer, op oma en opa na, wier slaapkamer aan de onze grensde. De nachten waren verschrikkelijk, vooral die ene, toen er vanuit het niets iemand naast mijn bed verscheen. Ik gilde en vloog mijn bed uit, naar de kamer van opa en oma. Oma sloeg haar dekens terug en zei: ‘Kom maar bij mij liggen en slaap voortaan elke nacht hier. Pas goed op voor de jongens.’ Ik hoefde niets uit te leggen. Ik was veilig bij oma, zij hield van mij.
In de jaren die volgden, hunkerde ik naar liefde en ik werd verliefd op Juan. Op mijn drieëntwintigste was ik getrouwd en dolgelukkig, niet wetend dat mijn man achter andere vrouwen aan zat en veel te veel dronk. Hij hield helemaal niet van mij! Zelfs toen ik een kind kreeg, voelde ik me moederziel alleen en ik vroeg me af: Wat moet ik met mijn leven? Wie is die God, over Wie mijn oma steeds praatte?
Toen mijn man me verliet, vluchtte ik met mijn moeder en dochter het land uit, want voor een gescheiden vrouw was er in Zuid-Amerika geen toekomst. Na een lange reis kwam ik in Nederland aan en daar ontmoette ik op een gegeven moment Thijs. Hij had belangstelling voor mij, maar ik hield de boot af; ik wilde niet opnieuw in dezelfde ellende terechtkomen.
Diezelfde avond zei echter een volslagen onbekende vrouw tegen mij: “Die man, met hem kun je wel omgaan. Hij wil serieus iets met je.” Daarom bad ik tot God en zei: “God, als hij van mij houdt, mijn dochter en moeder accepteert in zijn leven, dan trouw ik met hem.” Later hoorde ik dat Thijs óók tot God gebeden had. God gaf hiermee toestemming voor onze relatie, zo zag ik dat.
Toen ik vier maanden zwanger was van ons eerste kindje samen, trouwden we. Niet lang daarna kreeg Thijs depressieve buien. Hij ging drinken, blowen en lag dagenlang op de bank, terwijl hij niets anders deed dan somber voor zich uit staren. Het was moeilijk om van hem te houden, maar ik zei tegen God: “U hebt Thijs aan mij gegeven. Ik heb hem niet gekozen zonder toestemming van U. Nu moet U maar laten zien dat ik liefde voel voor hem.”
God deed het. Hij heeft mij geleerd om elke dag te bidden voor mijn man. Anders was ik al lang bij hem weggegaan. God heeft mij geleerd om mijn man lief te hebben. Ik denk dat ik die liefde van Jezus voor het eerst heb gevoeld door de liefde van mijn oma voor mij. Maar Jezus houdt nog meer van mij.
Jezus heeft mij bevrijd van mijn angst en ongeluk en ik ben gelukkig bij Hem. Jezus heeft mij door Zijn kracht geleerd om lief te hebben. Als je openstaat voor Hem dan helpt God jou ook om anderen lief te hebben, vooral in je huwelijk.’
![]()
Deze laatste dagen van de veertigdagentijd, de Stille Week, staan we op Sestra stil bij het thema ‘onvoorwaardelijke liefde’, zowel bij de onvoorwaardelijke liefde van de ene persoon voor de andere, als bij Jezus’ onvoorwaardelijke liefde voor ons, die tot uitdrukking komt in Zijn sterven aan het kruis voor onze zonden én Zijn opstanding, waarmee Hij de dood voorgoed overwon en de deur van de hemel openzette voor Zijn kinderen. Voor jou!




