Geprezen zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus: in Zijn grote barmhartigheid heeft Hij ons opnieuw geboren doen worden door de opstanding van Jezus Christus uit de dood, waardoor wij leven in hoop. Er wacht u, die door Gods kracht wordt beschermd omdat u gelooft, in de hemel een onvergankelijke, ongerepte erfenis die nooit verwelkt. U ziet de redding tegemoet, die aan het einde van de tijd zeker geopenbaard zal worden.
(1 Petrus 1:3-5, NBV)
BEGRIJPEN
EEN HOOP DIE ZEKER IS
Je hebt dat vast ook weleens, dat je een Bijbelgedeelte al best vaak gelezen hebt, maar het opeens met andere ogen lijkt te zien. Dat overkwam mij met deze tekst. Wauw, dacht ik, wat een geweldige zin heeft Petrus daar eigenlijk opgeschreven. Wat een veelomvattende woorden!
Hij begint met het prijzen van God de Vader. Want Hij is barmhartig; Zijn hart gaat naar ons uit. Geweldig! Die gedachte alleen al is om van te duizelen: de Schepper van hemel en aarde, Hij die het universum omvat, ontfermt Zich over ons! En Hij heeft dat getoond toen Hij ons de mogelijkheid gaf om opnieuw geboren te worden, doordat Jezus opstond uit de dood. Als wij dat geschenk aanvaarden, mogen we leven vanuit hoop.
Paulus zegt het als volgt: Wij weten dat de hele schepping nog altijd als in barensweeën zucht en lijdt. En dat niet alleen, ook wijzelf, die als voorschot de Geest hebben ontvangen, ook wij zuchten in onszelf in afwachting van de openbaring dat we kinderen van God zijn, de verlossing van ons sterfelijk bestaan. In deze hoop zijn we gered. Als we echter nu al zouden zien waarop we hopen, zou het geen hoop meer zijn. Wie hoopt er nog op wat hij al kan zien? Maar als wij hopen op wat nog niet zichtbaar is, blijven we in afwachting daarvan volharden. (Romeinen 8:22-25)
Die barensweeën van de schepping zijn op het ogenblik misschien wel zichtbaarder dan ooit. Maar we mogen de verlossing verwachten; als een zekerheid. Een vrouw in barensnood doorstaat de pijn omdat ze weet waartoe het leidt: nieuw leven. Aan diezelfde belofte mogen wij ons vastklemmen; dwars door de pijn van het bestaan. Hoop!
Femmie van Santen
IK ZAL ER ZIJN
Verdriet kan je verblinden. Dat overkomt ook Maria van Magdala. Als ze bij het lege graf staat, ziet ze de linnen doeken liggen, ziet ze de blinkende engelen, maar het lijkt wel of het allemaal niet tot haar doordringt. De dood slaat soms zulke diepe wonden, dat je niet meer over de rand van je verdriet heen kunt kijken. Maria’s wereld is ingestort. De Man Die haar bevrijdde van haar demonen en haar weer een hoopvolle toekomst gaf, is dood. Het enige wat haar nog rest, is Zijn lichaam. Dat wil ze zalven voor de begrafenis, maar zelfs dat is haar nu ontnomen.
‘Waarom huil je?’ vragen de engelen. In haar plaats zou ik misschien hebben geschreeuwd: ‘Waarom denken jullie? Ik ben alles kwijt! Hoe moet ik nu verder?’ Dan draait ze zich om en ziet ze Jezus. Ook Hij vraagt waarom ze huilt, en in haar verdriet herkent ze Hem niet. Pas als Hij haar naam noemt, gaan haar ogen open. ‘Maria.’ In dat ene woordje klinkt zoveel door: Ik ken jou, Ik zie jou, Ik ben er voor jou.
Misschien ben jij vandaag ook opgestaan met zo’n loodzwaar verdriet. Verdriet om de dood van een geliefde, om ziekte, om pijn, om alles wat dood is in je eigen leven. En dan is het Pasen, het feest van de opstanding, van nieuw leven. Wat kan dat moeilijk zijn. Draai je om naar Jezus. Hij vraagt waarom je huilt. Hij noemt je bij je naam. Hij kent jou, Hij ziet jou. Hij zal er zijn voor jou.
Connie van de Velde
ZEKER WETEN
Wat een turbulente week hadden ze achter de rug, de discipelen van Jezus. Van de hoogste bergtop naar het diepste dal. Op zondag liepen ze nog triomfantelijk met Jezus Jeruzalem binnen. En op vrijdagavond lag diezelfde Jezus achter een loodzware steen in een donker graf. Dood.
Misschien herinnerden ze zich nog vaag dat Hij er een paar keer iets had gezegd over dat Hij zou sterven en ook weer zou opstaan. Maar misschien was de verslagenheid wel zo groot dat ze alleen maar verdriet voelden. Eenzaamheid. Hopeloosheid. Tot die vreugdevolle ochtend dat ze het grote nieuws te horen kregen: Hij ligt niet meer in het graf. Hij is opgestaan! Hij leeft!
Ze hoefden het niet alleen te geloven – ze kregen Hem ook te zien! De opstanding was geen mooie droom, geen gedachtespinsel, geen ijdele hoop. Nee, de opstanding was een feit!
De opstanding van Jezus is een feit. Of je het nu voelt of niet. Of je het gelooft of niet. Of je het kunt verklaren of niet. En diezelfde opstanding, dat onveranderlijke feit, vormt de garantie voor jouw redding. Of je het nu voelt of niet. Misschien durf je het niet te geloven, durf je je het niet toe te eigenen – het feit dat Jezus jou heeft gered en dat je eeuwige bestemming zeker is.
Jouw redding hangt niet af van hoe je je voelt, maar van wat Jezus voor jou heeft gedaan. Voor jou gestorven en opgestaan! Geloof je dat?
‘Ik ben de opstanding en het leven. Wie in Mij gelooft zal leven, ook wanneer hij sterft,’ zegt Jezus. ‘Wie in Mij gelooft, heeft eeuwig leven.’ Geen reden voor onzekerheid. Je bent veilig en geborgen in Hem, voor eeuwig en altijd. Zeker weten!
Tineke Tuinder
TE MOOI OM WAAR TE ZIJN?
Het is de zondag na Goede Vrijdag. De discipelen en de vrouwen die Jezus volgden, hebben een paar vreselijke dagen achter de rug. Wat wij nu Goede Vrijdag noemen, was voor hun de Slechtst Denkbare Vrijdag. Zwarte Vrijdag. De vrijdag waarop alle hoop werd stukgeslagen en dromen verbrijzeld werden. De dag waarop ze hun Verlosser kwijtraakten. Hun beste Vriend, hun Leider. De Man in Wie ze God herkend hadden. En Hij was nu dood. Het was te erg om waar te zijn.
De zondag na deze vrijdag verschijnt Jezus aan een aantal van Zijn volgelingen. Eerst aan een paar vrouwen, onder wie Maria Magdalena. Aan de Emmaüsgangers, en later aan de apostelen. Soms wordt Hij niet direct herkend. Maria Magdalena houdt hem aanvankelijk voor een tuinman, de Emmaüsgangers hebben schellen voor de ogen.
Ik heb me vaak afgevraagd hoe dat kwam. Deels is het waarschijnlijk te verklaren doordat Jezus was opgestaan met een verheerlijkt lichaam. Maar vermoedelijk speelde ook mee dat Zijn opstanding niet te bevatten was, dat het te mooi leek om waar te zijn.
Jezus zorgde tijdens Zijn laatste veertig dagen op aarde dat Hij door veel ooggetuigen gezien werd. Het moest volkomen duidelijk zijn dat Hij de dood echt heeft overwonnen en dat satan niet het laatste woord heeft. Paulus zegt het onomwonden in zijn brief aan de Korintiërs: Als Christus niet is opgewekt, is uw geloof zinloos.
Een dode Jezus is te erg om waar te zijn. Gelukkig is het ook niet waar. Hij is werkelijk opgestaan en daarom hebben ook wij de zekere verwachting dat we uit de dood zullen opstaan met een verheerlijkt lichaam. Jezus is ons voorgegaan, wij zullen Hem volgen.
Dat is niet te mooi om waar te zijn, maar een zekere hoop waaruit we elke dag opnieuw mogen leven, te midden van alle pijn en dood die we om ons heen zien.
Esther Visser
EEN BLOEM IN DE BLUBBER
Het was zomaar een willekeurige zaterdag waarop ze naar Duinkerken togen om te helpen in een vluchtelingenkamp. Het was die dag erg regenachtig en grote delen van het tentenkamp –gebouwd op houten vlonders vanwege de lage ligging – waren veranderd in zompige moddervelden. Dochter liep de tenten langs, deelde kleding en bananen uit. Een meisje van een jaar of vier stond in de tentopening en staarde wezenloos voor zich uit.
‘Kijk eens!’ Dochter reikte haar een gele, plastic bloem aan. ‘Voor jou.’ De ogen van het meisje lichtten op en gretig pakte ze de bloem aan. Met een paar stappen was ze de tent uit en plantte de bloem vóór de tent in de bruine blubber. Een bloem in de blubber.
Opgewonden riep ze haar vader, maar die schudde zijn hoofd. Een bloem in de blubber. Een nepbloem nog wel. Hij pakte de bloem, veegde de modder eraf en gaf hem weer terug. ‘Bah, vies.’
De tekst uit 1 Petrus 1:3 bloeit als een bloem in de blubber: Hij liet Jezus Christus opstaan uit de dood. En daardoor is ons leven veranderd en zijn wij nieuwe mensen geworden. (BGT)
Kijk niet teveel naar de blubber in jezelf of de modder om je heen. Het gaat er namelijk niet om wat je voelt, wat je denkt of wat je wilt. God heeft zelf die bloem van de belofte in jouw levenstuin geplant en hij bloeit daar elke dag. Wees dus blij (1 Petrus 1:6) Niet vanwege je grote geloof, maar vanwege jouw grote God.
Marlon van den Bos
‘LEVEN IN HOOP’ OF ‘LEVENDE HOOP’?
Wij leven in hoop, omdat Jezus is opgestaan uit de dood en wij opnieuw geboren mochten worden, door Jezus. Dat zegt de Bijbel in andere woorden in 1 Petrus 1:3 (NBV). De Herziene Staten Vertaling zegt het anders: Geprezen zij de God en Vader van onze Heere Jezus Christus, Die ons, overeenkomstig Zijn grote barmhartigheid, opnieuw geboren deed worden tot een levende hoop, door de opstanding van Jezus Christus uit de doden…
Kort gezegd: je leeft tot een levende hoop. Oftewel: wij leven in hoop en wij leven tot een levende hoop.
Twee vragen:
- Leef jij in hoop? 1) Altijd; 2) Meestal; 3) Soms; 4) Nooit.
- En hoe levend is jouw hoop eigenlijk? 1) Springlevend & aanstekelijk voor anderen; 2) Leeft nog, maar houdt niet over; 3) Op sterven na dood, een ander heeft er niets aan.
Bid om: Levende hoop voor jezelf – dat je er echt aan vasthoudt en het je hele leven beïnvloedt. Levende hoop voor anderen – dat je de hoop die jij hebt actief doorgeeft aan anderen. Leef in hoop – tot een levende hoop voor velen!
Ankie Renger
GEWELDIGE ERFENIS
Pasen is voor veel christenen de kern van hun geloof. Jezus’ opstanding, Zijn overwinning op de dood, nieuw leven, vergeving waardoor er een eeuwigheid met Hem voor ons ligt. Geweldig!
Maar soms misschien ook wel wat ongrijpbaar en abstract voor ons. Want we staan nu nog met beide benen op aarde, volop in het leven met de bijbehorende worstelingen. Wat betekent dat dan, die opstanding, in ons leven nu?
Die paar verzen aan het begin van Petrus’ eerste brief zeggen hier mooie dingen over. Er wacht ons in de hemel een nooit verwelkende erfenis en redding aan het einde van de tijd. Ja, zeker, maar voor het zover is ‘een leven in hoop’. In The Message (een Bijbel in gewoon Engels) staat: … and the future starts now! – de toekomst begint nu! Dus die opstanding van Jezus destijds levert niet alleen mooie dingen op voor later, maar ook voor nu. Een leven in hoop, een leven met de levende Jezus.
Die geweldige erfenis en die hoop, zien en ervaren we nog niet helemaal, en soms zelfs helemaal niet. Er is zoveel gebrokenheid in onszelf en om ons heen, dichtbij en verder weg. En dat maakt het lastig om zeker te zijn van het mooie dat komen gaat. En weet je… Jezus weet dat. Hij leeft ons leven met ons, Hij kent onze gedachten, Hij is hier. Dus deel je leven, je gedachten, je worstelingen met Hem, vertel het Hem als je zo graag wat meer van dat ‘leven in hoop’, van dat nieuwe leven zou willen zien en ervaren. Vraag Hem of Hij je ogen ervoor wil openen, en zoek ernaar. Strek je uit naar de Levende, midden in gebrokenheid en verwarring. Hij is hier.
Annemarie Altena
BLIJVEN ZINGEN
Ik zal mijn stem verheffen, nee, ik zal niet zwijgen, want U verhoorde mijn gebed en U hebt mijn verdriet veranderd in vreugdedansen en daarom zal ik blijven zingen… (The Sun Is Shining – Third Day) Dit stukje van dit lied moedigt me altijd weer aan om te blijven zingen. Om de woorden van anderen in de mond te nemen en het uit te zingen. Om mijn kleine geloof te overstemmen met het geloof van anderen. Om mijn duisternis te verlichten met Bijbelse teksten van hoop, met verhalen waarin God redt en bevrijdt. Om dwars tegen al het moeilijke in te blijven zoeken naar God Die beloofd heeft dat Hij er altijd zal zijn.
Hoewel ik dat laatste niet altijd zo ervaar, oefen ik mijzelf erin om mij niet alleen te laten leiden door mijn gevoel, maar ook door mijn verstand. Want wanneer het moeilijk is om te geloven dan is het heel verleidelijk om alle ruimte te geven aan gevoelens van verdriet, van wanhoop. Dan is het soms haast niet te doen om depressieve gedachten de baas te blijven.
Daarom zal ik blijven zingen. Ik zal mezelf telkens opnieuw woorden laten zingen, bidden, lezen die anderen voor mij al hebben gezongen, gebeden, gelezen – geleefd. Want zo zal ik mijzelf blijven voeden met het goede nieuws van God – dat Hij in Jezus en door Jezus nieuw leven gegeven heeft.
Mirjam Kollenstaart-Muis![]()
NALEVEN
In de acht overdenkingen heeft ieder op haar eigen wijze en vanuit haar eigen beleving beschreven hoe ze de Goede Week en Pasen beleeft, het lijden, het sterven en de opstanding van onze Heer Jezus Christus. Hoe ze de hoop en de zekerheid beleeft die Hij ons geeft vanuit de opstanding, vanuit het vaststaande, onveranderlijke feit dat Hij leeft!
Juist deze week werd ieder van ons weer opgeschrikt door bruut geweld, door aanslagen met doden, gewonden, chaos en angst tot gevolg. De boodschap van Pasen lijkt dan zo ‘sprookjesachtig’, zo ver bij ons vandaan. Maar juist in deze tijd van onveiligheid, van dreiging en angst betekent de overwinning die Jezus heeft behaald over zonde en dood ons zekere houvast, ons enige anker voor de toekomst. Hoe donker de wereld ook is, het Licht heeft overwonnen en zal overwinnen. Aan die zekere hoop mogen we ons vasthouden!
Samen hopen en bidden we dat ook jij die dit leest dit paasfeest voor het eerst of opnieuw mag weten: ja, ik ben Gods kind. Ik heb eeuwig leven ontvangen in Hem, niet omdat ik aan Gods eis heb voldaan, maar omdat Jezus alles heeft volbracht. Omdat Hij stierf voor mij en opstond uit de dood. Omdat het een feit is, dat niet afhangt van mijn omstandigheden of mijn gevoel. Niets kan mij ooit nog scheiden van Hem!
Hemelse Vader, almachtig God, ik dank U voor het volbrachte werk van Jezus Christus. Dank U dat Jezus’ opstanding mij de hoop en de zekerheid biedt dat ik voor eeuwig veilig ben in U. Dat ik voor eeuwig mag leven met en straks ook bij U! Wat een vrijheid en geborgenheid geeft U mij daarmee voor de rest van mijn leven! Wat een bijzonder voorrecht om te mogen weten dat ik Uw kind ben! Dank U dat ik te midden van alles wat er in de wereld gaande is zeker mag weten dat mijn toekomst veilig en zeker is. Dank U, Heer, voor Pasen! Amen.
We wensen jou een heel gezegend en blij paasfeest toe!
Ankie, Annemarie, Connie, Esther, Femmie, Marlon, Mirjam, Tineke


