Laat de Heer uw vreugde blijven; ik zeg u nogmaals: wees altijd verheugd. (Filippenzen 4:4). Ik weet niet wat dit Bijbelvers met jou doet, maar ik krijg het altijd een beetje benauwd als ik dit hoor. Altijd blij zijn in de Heer: ik vind het een onmogelijke opdracht. Helemaal als je je realiseert dat er na de opdracht om altijd verheugd te zijn ook nog volgt: Laat iedereen u kennen als vriendelijke mensen. En: Wees over niets bezorgd, maar vraag God wat u nodig hebt en dank Hem in al uw gebeden. Een stevige opdracht.
We vinden het lastig als we iets moeten. Maar tegelijkertijd kunnen we er niet omheen dat er in de Bijbel regelmatig in de gebiedende wijs gesproken wordt. Het is geen verzoek. Het is geen mogelijkheid. Het is geen keuze. Nee, het is klinkt als een gebod: wees blij en onbezorgd en dank Hem niet alleen als het jou uitkomt, maar gewoon in al je gebeden. Punt.
Hoe is dit zichtbaar in ons leven? Wanneer is die vreugde voelbaar? Wij leven in een tijd waarin veel waarde wordt gehecht aan wat we voelen. En vreugde en blijdschap, dat moet je voelen. Dat zijn emoties. Maar jij en ik weten wel dat er in ons leven genoeg kan zijn dat de vreugde belemmert. Dus Paulus vraagt óf het onmogelijke van ons óf hij bedoelt iets anders dan simpelweg blij zijn.
Psalm 34:6 zingt: Wie naar Hem opzien, stralen van vreugde. Niet omdat diegene nou per se zo’n geweldig leven heeft, niet omdat het diegene allemaal voor de wind gaat, maar wél omdat het kijken naar God je uittilt boven je eigen situatie. Dat is ook het voorbeeld dat Paulus ons geeft. Want als hij zegt dat we altijd verheugd moeten zijn, heeft hij het ook tegen zichzelf. En zijn omstandigheden zijn allerminst vreugdevol. Hij zit namelijk gevangen als hij deze brief schrijft. Bijzonder. Als je opgesloten zit is toch wel het laatste waar je je mee bezighoudt of je wel vriendelijk over komt? En wat heb je te danken achter een dichte deur?
Toch schrijft Paulus dit. De omstandigheden waarin hij leeft, zijn niet leidend voor zijn gemoedstoestand. Hij ervaart een diepe vreugde, omdat de Heer hem nabij is. Paulus heeft dus een pittige opdracht voor ons. Hoewel het natuurlijk voor hem geen pretje moet zijn geweest om gevangen te zitten, ben ik wel blij dat hij dit vanuit die positie schrijft. Hij kent en erkent de weerbarstigheid van de wereld.
Hij draait er in zijn brieven niet omheen. Er is in deze wereld lijden door vervolging, armoede, ziekte en dood. Paulus kent de gebrokenheid en ondervindt die aan den lijve. Hij zegt ook niet dat we daar blij mee moeten zijn. Hij zegt niet dat we juichend de dokterskamer uit moeten lopen wanneer we gehoord hebben dat we ernstig ziek zijn. Hij zegt niet dat we schaterlachend door het leven moeten gaan wanneer we een geliefde hebben begraven. Hij zegt niet dat we met een glimlach op ons gezicht onze ontslagbrief in ontvangst moeten nemen.
Verdriet is verdriet, pijn is ellendig, eenzaamheid is vreselijk, angst is verlammend. Maar in dat alles ligt niet onze identiteit. Jij bent niet die bedroefde, jij bent niet je ziekte, jij bent niet alleen, jij bent niet de angst, jij bent een kind van God. Door zijn Zoon in het licht gezet, door Hem verwarmd, door Hem gered, door Hem bevrijd, door Hem genezen. Zijn heerlijkheid straalt al over jouw leven. En dat geeft vreugde, omdat je weet dat de Heer dichtbij is. Hij is bij je en zijn Rijk komt steeds dichterbij.
Ik denk dat in deze paar zinnen uit Paulus’ brief voor jou en mij een enorme uitdaging ligt. We leven in een wereld die geregeerd wordt door angst. Allerlei terreinen van ons leven zijn ervan vervuld. Er is angst voor banenverlies, economische krimp en pensioengaten. Er is angst voor ziekte, voor het verlies van functies en gezondheid. Er is angst voor het verlies van status. Angst om anders te zijn dan anderen, angst voor andersdenkenden, angst voor …
Daartegenover staan vreugde, vriendelijkheid, gebed, dankzegging en vrede. En het is de taak van christenen om daaruit te leven. Dat is het meest krachtige getuigenis dat we te geven hebben aan deze wereld. Dat wat het leven ons ook brengt aan voorspoed en tegenspoed, aan rijkdom of armoede, aan ziekte of gezondheid wij in alles de Heer loven en Hem prijzen.
Tekst: © God vinden in het gewone (Mirjam Kollenstaart)
![]()
In het gewone leven, in de alledaagse situaties, in werk of gezin – er is altijd wel iets wat je kan herinneren aan God. Toch lukt het niet altijd om op die manier naar je leven en de wereld om je heen te kijken. De 52 overdenkingen in God vinden in het gewone zijn een voorbeeld en een blijvende herinnering om op elk moment God te verwachten en hem in het gewone te herkennen.


