Thuis

13 februari, 2018

Veiligheid. Geborgenheid. Vertrouwdheid. Rust. Dat zijn woorden die bij me opkomen als ik het woord ‘thuis’ hoor. Een plek waar je je op je gemak voelt, waar je helemaal jezelf kunt zijn. Een plek die jouw sfeer uitstraalt, met spullen die jij hebt uitgekozen, omdat je ze mooi vindt en omdat ze bij je passen. Een plek waar misschien ook wel iemand woont met wie je je in liefde verbonden weet.

Zodra je de deur binnenkomt, je jas aan de kapstok hangt je schoenen verwisselt voor je sloffen, weet je: ik ben thuis. Hier kom je tot rust. Hier hoef je even niks anders te zijn dan jezelf.

Ja, ik weet het. Het is een ideaalplaatje. Zo zou het moeten zijn, maar zo mooi is het lang niet altijd. Op het moment dat ik dit schrijf, zit ik weer tussen de verhuisdozen in een voor mijn doen chaotische omgeving. Over drie dagen verhuizen we, na een halfjaar hier gewoond te hebben, naar onze ‘definitieve’ stek. En o, wat zie ik ernaar uit om straks al die dozen weer uit te pakken en een plekje te geven. Om van dat huis een thuis te maken. Om vervolgens na een halfjaar niet weer weg te hoeven, maar er hopelijk heel wat jaren met plezier te kunnen blijven wonen.

Maar op dit moment ervaar ik vooral onrust. Voel ik me verre van thuis. Hier niet, maar daar ook nog niet. Dat maakt dat ik bijzonder verrast ben om juist deze dag in mijn dagboekje te lezen:

Ik vraag aan de HEER één ding,
het enige wat ik verlang:
wonen in het huis van de HEER
alle dagen van mijn leven,
om de liefde van de HEER te aanschouwen,
Hem te ontmoeten in Zijn tempel.
Hij laat mij schuilen onder Zijn dak
op de dag van het kwaad,
Hij verbergt mij veilig in Zijn tent,
Hij tilt mij hoog op een rots.
(Psalm 27:4-5, NBV)

En het dankbare besef dringt weer diep tot mij door: mijn lijf en mijn spullen hebben eventjes geen thuis, maar mijn hart wel. Ik mag wonen in het huis van mijn God, elke dag van mijn leven. Niet als gast, maar als Zijn kind. Een plek waar ik thuis ben, omdat Hij er is. Een plek waar ik mezelf mag zijn. Waar ik me geliefd weet. Waar ik me op mijn gemak voel. Een plek die ik altijd en overal met me meeneem, dwars door alle omstandigheden, door alle chaos en onrust heen.

Niet dat die onrust nu als bij toverslag verdwenen is en er een diepe rust op mij neerdaalt. Nee, de eerlijkheid gebiedt mij toe te geven dat die onrust nog steeds af en toe bezit van mij neemt, van mijn lijf en mijn gedachten.

Maar mijn hart is gerust, want diep vanbinnen bewaar ik deze woorden, dit zeker weten: ik ben thuis bij God.

Reacties

nieuwe reacties


Zo dankbaar Gods liefdevolle Vaderhart
Zo dankbaar
Gods liefdevolle Vaderhart