Groeien

Wie wil leven, moet zich ontwikkelen en groeien. Iets inleveren om verder te komen, dat is soms pijnlijk! De Bijbel legt een link naar de natuur: soms snoei je een mooie struik terug, zodat hij nog groter kan worden. Ook wij moeten soms gesnoeid worden om vervolgens weer verder – en groter – te kunnen groeien. Durf jij te geloven in groei?

Nooit meer honger

De Bijbel leert ons dat God ons van waarde vindt, niet vanwege onze kracht, maar simpelweg omdat Hij ons gemaakt heeft. (Corrie ten Boom) BIJBELGEDEELTE Of u nu eet of drinkt of iets anders doet, doe alles ter ere van God. (1 Korintiërs 10:31, NBV) UITLEG In ons rijke westen worstelen wij met een nogal decadent probleem: overvoeding. Volgens de statistieken tobt 40% van de vrouwen hiermee en laat ik maar meteen met de deur in huis vallen: ook ik hoor daarbij. Al mijn halve leven kamp ik met overgewicht waar ik op gezette tijden, en met wisselend succes, iets aan probeer te doen. Ik vermoed dat het voor veel van jullie een herkenbare kwestie is. Toen ik op mijn vijftiende christen werd en in die tijd weliswaar ontevreden was met mijn figuur, maar toch best slank te noemen was, velde ik een keihard oordeel over mensen die te dik waren. Zo vond ik dat die corpulente ouderling zijn mond moest houden over het roken van anderen en eerst zijn eigen verslaving maar eens op moest zien te lossen. En dat die veel te zware zuster onmogelijk kon spreken over de vrucht van de Geest, zolang zij zich het onderdeel ‘zelfbeheersing’ duidelijk nog lang niet eigen had gemaakt. Later ging ik daar – gelukkig – wel iets genuanceerder over denken. Maar dat had vooral te maken met mijn eigen gevecht tegen de kilo’s waardoor het een typisch gevalletje ‘theorie versus praktijk’ werd. Het maakte me een stuk nederiger ten opzichte van anderen en langzaam groeide het besef dat we allemaal onvolmaakte mensen zijn, op welk terrein dan ook, en Gods genade nodig hebben. Die genade is ons in Jezus ons rijkelijk geschonken. Dus wie zijn wij dan om dat elkaar te onthouden? Natuurlijk, we moeten mild zijn in ons oordeel over anderen. Laat daarom iedereen die denkt dat hij stevig overeind staat oppassen dat hij niet valt, zei Paulus al. (1 Korintiërs 10:12) Maar als we Jezus willen volgen, zullen we ook ernst moeten maken met Zijn oproep om te streven naar volmaaktheid: Wees dus volmaakt, zoals jullie hemelse Vader volmaakt is. (Matteüs 5:48) Klinkt als een eitje. (Mmm, lekker, met mayonaise…) Dus voortaan, als ik de koelkast opentrek om te gaan snaaien, denk ik aan deze woorden, vervolgens citeer ik Paulus: Ik hard mezelf en oefen me in zelfbeheersing (1 Korintiërs 9:27), en sluit met een resolute klap de toegang naar eetbare verleidingen. En misschien zing ik daarna nog het lied Want het Koninkrijk Gods bestaat niet in eten en drinken, maar in rechtvaardigheid, vrede en blijdschap! Zucht. Was het maar zo gemakkelijk! Toch is het verrassend hoeveel er in Gods Woord te vinden is wat betrekking heeft op eten en drinken. Maar ook op begeerte en zelfbeheersing. Teksten die relativeren en inspireren, en ze staan daar vast niet voor niets! NALEVEN De Bijbel vertelt ons dat we de plicht hebben goed voor ons lichaam te zorgen: Weet u niet dat uw lichaam een tempel is van de Heilige Geest, Die in u woont en Die u ontvangen hebt van God, en weet u niet dat u niet van uzelf bent? (1 Korintiërs 6:19) Je zou denken dat dit genoeg motivatie geeft om verstandig met ons voedsel om te gaan. Toch blijft het voor velen van ons een gevecht. Maar het is troostend te ontdekken dat ook Paulus, die het allemaal zo mooi wist te verwoorden, eenzelfde soort strijd voerde: Wat ik verlang te doen, het goede, laat ik na; wat ik wil vermijden, dat doe ik. (Romeinen 7:19) Hij noemde zichzelf een ongelukkig, ellendig mens. Ik denk dat wij ons daar wel in herkennen met al ons falen. Maar als we ons vervolgens afvragen wie ons daarvan zal redden, geeft Paulus in dezelfde tekst het antwoord: Dat doet God! Dank aan Hem door Jezus Christus, onze Heer. Diezelfde Jezus zei: Wie bij Mij komt, zal geen honger meer hebben. (Johannes 6:35) Hij doelde hierbij op de menselijke geest. Maar ooit zal dit ook voor ons lichaam gelden! Wat een heerlijk vooruitzicht… WIL JE MEER? Joël 2:13 1 Korintiërs 6:12 1 Korintiërs 9:27 2 Korintiërs 4:16 Galaten 5:1 Sirach 18:30 (deuterocanonieke boeken)   Ik heb er genoeg van!; Els van der Vlist Komt het door mij?; Wil Doornenbal Gezond leven, gezond geloven; Stormie Omartian   Femmie van Santen


Gebroken om te helen

Our brokenness can be a container for God's glory. (Ann Voskamp) BIJBELGEDEELTE Het offer voor God is een gebroken geest; een gebroken en verbrijzeld hart zult u, God, niet verachten. (Psalm 51:19, HSV) UITLEG De afgelopen weken heb ik heel wat uurtjes doorgebracht in zorginstellingen. Bij bijna elk bezoek bekroop mij de vraag of er nog wel gezonde mensen rondlopen op deze aardbol. Als er alleen in dat ene ziekenhuis en dat ene zorgcentrum al zo veel mensen rondlopen, rondrijden, rondgereden worden of liggen, dan moet de optelsom van alle zorginstellingen een duizelingwekkend getal opleveren van mensen die het bewijs vormen van de gebroken wereld waarin we leven. Het ontmoedigde me regelmatig. Zo veel leed. Zo veel verdriet. Regelmatig vroeg ik me ook af hoe God daar nu tegenaan kijkt, tegen een schepping die in al haar delen zucht en in barensnood is. Of Zijn handen niet jeuken om in te grijpen, om iets te doen… om de nieuwe hemel en de nieuwe aarde te maken waar gerechtigheid woont, zoals Hij die ons beloofd heeft. Maar wij vertrouwen op Gods belofte en zien uit naar een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, waar gerechtigheid woont. Natuurlijk verlangt Hij ernaar zijn schepping te bevrijden. Om recht te maken wat krom is. Te helen wat gebroken is. De grootste stap om dat mogelijk te maken, heeft Hij immers tweeduizend jaar geleden al gezet. Hij gaf Zijn Zoon Die Zich liet breken om ons te helen. Om onze zonden werd Hij doorboord, om onze wandaden gebroken. Voor ons welzijn werd Hij getuchtigd, Zijn striemen brachten ons genezing. (Jesaja 53:6, NBG) Gods Woord geeft ons geen makkelijke antwoorden op het lijden in deze wereld. Kijk naar Job – na eindeloze discussies met zijn vrienden volgt een pittig gesprek met God. Als je dit boek voor het eerst leest, zou je misschien denken dat nu eindelijk het verlossende ‘daarom’ volgt op al die ‘waaroms’… Maar nee, God laat Job zien hoe groot en machtig Hij is, en hoe nietig wij mensen zijn. En Job kan uiteindelijk alleen maar concluderen: Eerder had ik slechts over U gehoord, maar nu heb ik U met eigen ogen aanschouwd. Daarom herroep ik mijn woorden en buig ik mij… (Job 42:5-6, NBG) Na alles wat Job was overkomen, was hij een gebroken man. Maar hier in het laatste hoofdstuk breekt hij op een manier die door God geheeld kan worden. Hij geeft zijn ‘waaroms’ uit handen en buigt zich neer. Kijken we ten slotte naar Jezus tijdens Zijn rondwandeling op aarde, dan zien we dat Hij juist opzoekt wie gebroken is. Mensen die denken dat ze God niet nodig hebben, dat ze het zonder Hem wel redden, hebben geen Heelmeester nodig, beweert Hij. Maar de mensen die aan het eind van hun Latijn weten dat ze verloren zijn zonder Jezus, die zoekt Hij op en heelt Hij. Dat herstel begint met het herstel van de relatie tussen Schepper en schepsel door het kruis van Golgota, en bereikt zijn hoogtepunt als de schepping voorgoed zal worden bevrijd van zonde en dood. NALEVEN Nadenken over gebrokenheid levert soms nieuwe inzichten en antwoorden op, maar vaak ook nieuwe vragen. Pasklare verklaringen zijn er niet. Deze Binnenkamer biedt dan ook geen antwoord op al jouw vragen over lijden en onrecht, maar deze overdenking wil je wel aansporen om God in zijn waarde te laten als de soevereine God en je vervolgens in kinderlijke afhankelijkheid aan Hem over te geven. In het volle vertrouwen dat Hij je draagt, dwars door alle vragen, twijfels, verdriet, onrecht en tranen heen; dat de overwinning al is behaald; dat het recht uiteindelijk zal overwinnen; dat Hij bij je is, alle dagen, tot aan de voleinding van de wereld; dat Hij Zijn schepping nooit loslaat, zelfs al lijkt Hij soms afwezig; dat Hij Zijn kinderen trouw blijft – tot in eeuwigheid! WIL JE MEER? Lijden in Gods Hand; Christa Rosier; Voorhoeve Ongeluk; Anne Westerduin; Boekencentrum Levenslessen uit de Schuilplaats; P. Rosewell; Gideon Gebroken leven; Ann Voskamp; Van Wijnen Adam; Henri Nouwen; Lannoo De stille jaren van Corrie ten Boom; P. Rosewell; Gideon De kracht van Jezus (Opwekking 441)   Tineke Tuinder


Ik & mijn lijf

Door Jezus heeft God ons lichaam geheiligd tot een plek, waar Hij wil wonen. Als we geloven in de opstanding van het lichaam, moeten we ons eigen lichaam en dat van anderen met zorg en liefde omringen. Door elkaars wonden te verbinden en elkaars lichaam te genezen zeggen we dat het menselijk lichaam heilig is en bestemd voor eeuwig leven. (Henri Nouwen, Brood voor onderweg) BIJBELGEDEELTE En het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond en wij hebben Zijn heerlijkheid gezien, een heerlijkheid als van de Eniggeborene van de Vader, vol van genade en waarheid. (Johannes 1:14, HSV) UITLEG Ik ben weer begonnen. ’s Ochtends vroeg, als de rest van ons gezin langzaam ontwaakt, draaf ik over menig weg en straat. Voor mij is dit hardlopen een wilsbesluit, ik beleef er nog niet zo veel plezier aan. Eigenlijk houd ik helemaal niet van sporten. En ook niet zo van mijn lijf. Maar dat zal vast met elkaar te maken hebben. Natuurlijk weet ik dat mijn lijf door God is geschapen. Wonderlijk gemaakt, zoals ik vaak genoeg in Psalm 139 heb gelezen. Drie keer heb ik een pasgeboren kindje op mijn buik gehad. Ik weet hoe wonderlijk dat is. Ik kan genieten van haar dat over mijn rug zwiert, van de krul van een wimper als ik er mascara op borstel. Maar toch… leef ik vooral in mijn hoofd. En een beetje in mijn gevoel. Het lukt me niet altijd goed om in mijn lijf te leven. En nu, met de zomer voor de deur, zijn we vaak wat meer bezig met ons lijf; we fronsen naar onze vetrolletjes, proberen nog vlug wat grammetjes af te vallen om een bikiniproof buikje te krijgen en klagen over ons not so perfect lichaam… Noem maar op. Als je het herkent, is het misschien het goed om eraan te denken dat God er bewust voor heeft gekozen om mens te worden. Een menselijk lichaam aan te nemen. Met oksels, vetlagen, moedermelk en babypoep. Een menselijk lijf in al zijn schoonheid en kwetsbaarheid, in al zijn kracht en lelijkheid. Deze menswording is onze redding. Als Jezus sterft, is dat ook op een menselijke manier; Hij gaat echt dood. Maar Hij wordt ook echt levend. Zoals de lijfelijke geboorte van Jezus verlossend is, is Zijn dood dat ook – en Zijn opstanding in een nieuw geschapen lichaam. God vindt Zijn schepping zo belangrijk dat Hij die nieuw wil maken. Een echte nieuwe aarde, met echte mensen, een echt lijfelijke ervaring. Zo echt als het visje dat Jezus na Zijn opstanding eet. Als God Zijn schepping, mij als Zijn schepsel, zo belangrijk vindt, helpt dat mij om ook meer in mijn lijf te leven. NALEVEN Als God iets geschapen heeft, benoemt Hij het als goed. Toen Hij de mens had geschapen, noemde Hij hem zelfs zeer goed (Genesis 1:31). Kun jij dat God nazeggen? Misschien begint leven in je lijf wel met dankzeggen. Dankzeggen voor wat God je geeft. Dat je een lijf hebt om mee te bewegen, dingen aan te pakken, mensenkinderen te knuffelen en om mooi te maken. Spreek het maar uit, schrijf het maar op. En doe het! Het christelijk geloof wordt niet alleen getypeerd door zegen en dankbaarheid. Maar ook door hoop en verlangen. Hopen op wat je niet ziet en verlangen naar wat er nog niet is. Er is zo veel in onze lichamen wat niet volmaakt is! Bij christen-zijn hoort zeker ook het uitspreken van je verlangen. Ook hiervoor geldt: spreek het maar uit, schrijf het maar op. Wees maar concreet in je hoop en in je verlangen. Toch leven we niet in het verleden van de zeer goede schepping. En we leven ook niet in de gouden toekomst van God. We leven in het nu, op deze geweldige en geschonden aarde. Met onze mooie en vermoeide lichamen. De uitdaging is natuurlijk om in dat leven van alledag te ontdekken dat God er wil zijn. Te ontdekken dat het Woord vlees wil worden in jouw leven. Hij wil er zijn in het pashokje, op het strand en voor de cameralens. Vol van genade en waarheid – de woorden uit Johannes 1:14. Zo zou ik wel in mijn lijf willen leven: eerst het woord van genade, waardoor ik mag leven, mag zijn. Maar ook een woord van waarheid, geen vlucht uit de keuzes van alledag. De veiligheid van de genade en de daadkracht van de waarheid. Wanneer heb jij genade nodig om in je lijf te kunnen leven? En bij welke keuzes heb je de waarheid nodig? WIL JE MEER? Genesis 1:31 Romeinen 8 Psalm 139 Op je mooist!; Anne Westerduin; Boekencentrum. De fascinerende vrouw; John & Stasi Eldredge; Gideon. Jij bent mooi!; Eline Visscher; Buijten en Schipperheijn.   Janneke Burger-Niemeijer


Kijk Me aan!

Vader, help me te zijn zoals Petrus en Jezus’ Naam zonder schroom te gebruiken om de behoeftige mensen om me heen te zegenen. (Joyce Meyer) BIJBELGEDEELTE En Petrus keek hem met Johannes doordringend aan en zei: Kijk ons aan! En hij hield de ogen op hen gericht, omdat hij verwachtte iets van hen te ontvangen. Petrus zei echter: Zilver en goud heb ik niet, maar wat ik heb, dat geef ik u: in de Naam van Jezus Christus de Nazarener, sta op en ga lopen! En hij greep hem bij de rechterhand en richtte hem op, en onmiddellijk werden zijn voeten en enkels vast. En met een sprong stond hij overeind en liep rond. (Handelingen 3:4-8a, HSV) UITLEG Petrus en Johannes zijn op weg naar de tempel. De gebedsdienst begint bijna, maar dan zit daar die man. Vlak voor de deur van de tempel. Een verlamde, vuile bedelaar vlak voor de Schone Poort (hoe tegenstrijdig klinkt dat?). Zijn familie brengt hem elke ochtend naar dit plekje, waar hij de hele dag zijn hand moet ophouden om te bedelen. ‘Hebt u misschien een liefdegave?’ Nee, hij verwacht geen medelijden van mensen, hij hoopt hooguit op wat geld. Wat had hij te verwachten van mensen? Geen meeleven, het enige wat telde, was overleven en daarvoor zat hij hier en als vanzelf vormden zijn lippen die ene zin: ‘Hebt u misschien een liefdegave?’ Petrus en Johannes horen de vraag van de verlamde bedelaar en blijven staan. ‘Kijk ons aan!’ Dat klinkt als een bevel. Wil de bedelaar iets van liefde kunnen ontvangen, dan zal hij eerst de richting van zijn blik moeten veranderen. Hij moet omhoogkijken, oogcontact maken met die twee mannen die voor hem halt hielden en die hij eerst niet in het vizier had. En dat doet hij! Zijn blik richt zich voorzichtig op die twee mannen die hem ook aankijken. Op het moment dat hun ogen elkaar vinden, gebeurt er iets. Een wonder van de Bovenste plank. Mooi eigenlijk, dat Petrus en Johannes stilstonden en zich niet verder haastten om maar op tijd te zijn voor de gebedsdienst in de tempel. Want die zou gewoon beginnen op de vastgestelde tijd, het negende uur. Nee, deze mannen snapten wat ware religie is. Ze hielden halt. Bij die Schone Poort zagen ze het lijden en de armoede recht in het gezicht en maakten ruimte in hun agenda. Petrus en Johannes gaven geen geld, omdat ze dat simpelweg niet hadden. Maar wat ze wel bezaten, dat gaven ze. Ze staken de kreupele man de hand toe en richtten hem op! NALEVEN Jezus is nog steeds op zoek naar apostelen (m/v) die het onrecht en de armoede recht in de ogen durven kijken. Hij wil navolgers, niet om de wereld te verbeteren, maar om liefde en bewogenheid uit te delen. Zodat wij proeven hoe het voelt om te leven vanuit liefde, als klein voorproefje op de eeuwigheid. Jezus deed het voor. Hij bleef staan toen er een rouwstoet naderde en had oog voor het verdriet van die moeder die zojuist haar kind verloren had. Jezus zag die eenzame buitenlandse vrouw bij de waterput en knoopte een gesprek met haar aan. Jezus keek nooit weg en Hij roept ons ook op om het onrecht in de ogen te zien. Je kunt nog zo hard je best doen om het lijden te negeren, maar het zal ons altijd vinden. Zelfs op de Biblebelt of in die keurige Vinex-wijk kun je uiteindelijk geen muren bouwen om de prettige dingen binnen en de onprettige dingen buiten je Schone Poort te houden. Door met liefde te kijken naar de ander wordt je hart geraakt, kan de Geest Zijn werk doen en gaat er echte liefde stromen. Bij de ex-verlamde spatte de blijdschap ervanaf. Zie je het voor je, hij, dansend op zijn dunne beentjes te midden van geschokte, vrome toeschouwers? Wie weet wie hij in zijn enthousiasme nog meer meegenomen heeft, dansend door die tempelhof! Jezus kijkt niet weg en dat doet Hij nog steeds niet. Hij ziet ook jou, lamgeslagen in je hoekje zitten. Hij weet dat je niets meer te verwachten hebt van het leven. Je houdt je hand op, vraagt misschien wat noodhulp, bent blij met een voedselpakket of wat kleding voor de kinderen misschien… Maar ten diepste voel je je leeg en verlaten en verwacht je weinig meeleven meer van anderen. ‘Kijk me aan,’ zegt Petrus (vers 4) namens Jezus. Kijken dus, verwachtingsvol je blik omhoogheffen, naar apostelen die jou de hand toesteken, naar God. Het vraagt moed om je schaamte aan de kant te zetten en te erkennen dat je het zelf niet meer voor elkaar krijgt. Maar God in de hemel ziet jou zitten! Kijk zelf dan! WIL JE MEER? Handelingen 3:1-10 Turn your eyes upon Jesus   Marlon van den Bos


Opgebrand

BIJBELGEDEELTE Kom naar Mij, jullie die vermoeid zijn en onder lasten gebukt gaan, dan zal Ik jullie rust geven. (Matteüs 11:28, NBV) UITLEG Elia, een van de grote profeten uit het Oude Testament, heeft een heftige dag achter de rug. Hij heeft het moeten opnemen tegen de vijanden van God, de profeten van Baäl. Na een zware geestelijke strijd komt God als Overwinnaar uit de strijd. Je leest dat verhaal in 1 Koningen 18 en 19. Maar met die overwinning is de rust voor Elia nog niet terug. Koning Achab en zijn vrouw Izebel, willen hem dood. Dus slaat hij op de vlucht... Het is ‘the morning after’… De dag na de glorieuze overwinning op de Karmel. Je zou toch denken dat Elia na zo’n ervaring in de zevende hemel is, zo dicht bij God dat niets en niemand meer tussen hen kan komen. Maar niets is minder waar. Elia beleeft die morning after als een enorme anticlimax. Een kater met een hoofdletter K. Elia is totaal opgebrand. Hij heeft het helemaal gehad. Hij gaat ervandoor en trekt een dagreis ver de woestijn in. Weg van al die ontrouwe Israëlieten. Weg van Achab en Izebel, die hem naar het leven staan. En misschien ook wel weg van God. Daar, in de woestijn, zakt hij neer onder een struik en wil dood. Hij is er helemaal klaar mee. In no time van de hoogste bergtop naar het diepste dal… Laat mij maar… Gods reactie op Elia’s noodkreet raakt me diep, omdat die zo simpel en praktisch is. Geen zelfhulpcursus, geen geestelijke toverformule, nee, alleen maar dit ene: sta op en eet wat. Wat brood en water, meer heeft Elia niet nodig om veertig dagen lang door de woestijn te trekken, op weg naar de berg van God. Daar aangekomen gaat hij in een grot liggen slapen. Eenmaal bij de berg Horeb neemt God weer het initiatief en vraagt: ‘Elia, wat doe je hier?’ Elia doet zijn verhaal en God luistert. En ook Gods tweede advies is niet moeilijk: ga naar buiten, dan kom Ik voorbij. Ruim anderhalve maand daarvoor had Elia God zien verschijnen met een indrukwekkend, allesverterend vuur, maar nu kiest God voor een andere manier. Hij gaat voorbij in het zachte suizen van de stilte. Elia voelt dat God er is en hoort Hem opnieuw vragen: Elia, wat doe je hier? Opnieuw doet Elia zijn verhaal en zegt heel eerlijk hoe down en eenzaam hij zich voelt. Wat God dan zegt, lijkt wat onverwacht: ‘Ga op pad en ga weer aan het werk. Jouw taak is nog niet af.’ Maar God laat ook merken dat Hij Elia wel degelijk heeft gehoord – Hij laat hem weten dat de profeet niet echt alleen is, dat er nog zevenduizend Israëlieten zijn die God trouw zijn gebleven. Wat een bemoediging! Bovendien geeft God hem een maatje om hem te helpen en hem uiteindelijk op te volgen: Elisa. Maar het begin van Elia’s herstel is toch dit ene: back to the basics… Terug naar God, om van daaruit uitgerust, gesterkt en bemoedigd zijn taak voort te zetten. NALEVEN Herken je dat? Het gevoel dat je niet graast in sappige weiden aan fris, helder water, maar eerder in de dorre woestijn? Ver bij God vandaan? Lijkt het weleens of God zwijgt? Of Hij je is vergeten? Voel je je uitgeput en opgebrand? Laat mij maar… God laat je ook… maar Hij laat je niet aan je lot over. Hij komt jou, net als Elia, tegemoet met de vraag ‘wat doe je hier?’ en vervolgens biedt Hij jou eten en drinken aan, letterlijk als een vorm van herstel; en symbolisch in de vorm van de Maaltijd die Hij Zelf heeft ingesteld als aandenken aan Zijn offer. Terug naar de basis van je leven, je geloof. Hij komt je als goede Herder tegemoet met een tijd van rust. In groene weiden, aan vredig water. En Hij komt je tegemoet met zijn nabijheid. Dat Ik altijd bij u ben, is genoeg. Wanneer u zelf zwak bent, kan Mijn kracht zich ten volle ontplooien. (2 Korintiërs. 12:9, Het Boek) Soms kan de eerste aanpak van geestelijke oververmoeidheid zo simpel zijn: eten, drinken, slapen… Als we onszelf een tijdlang hebben verwaarloosd, omdat we non-stop druk bezig zijn, hoe goed ook, is het niet meer dan logisch dat ook daar de basis van ons herstel ligt. Vanuit die basis mag je dan verdere stappen zetten op de weg naar herstel. Geen makkelijke weg – ik wil het gevoel opgebrand te zijn en alles wat daaruit voortvloeit niet bagatelliseren, integendeel – maar wel een weg die je niet alleen hoeft te bewandelen, zelfs al lijkt dat soms zo. God belooft je Zijn nabijheid – niet altijd op een sensationele manier, maar heel vaak in het suizen van een zachte stilte. En daarvoor moet je soms op letterlijk de stilte opzoeken – de stilte van de natuur of van je binnenkamer… Maar God laat je Zijn nabijheid ook merken in de vorm van mensen, één mens soms, die naast je staat en je ondersteunt als je het een tijdje niet alleen aankunt. De Heer zorgt voor mij, zoals een herder voor zijn schapen zorgt. Hij geeft me alles wat ik nodig heb. Hij leidt mij, zoals een herder zijn schapen leidt naar groen gras en fris water. Bij de Heer ben ik veilig, Hij geeft mij nieuwe kracht, zo goed is Hij. (uit Psalm 23, BGT) WIL JE MEER? 1 Koningen 18-19 Matteüs 11:28-30 Hij is erbij Stil   Tineke Tuinder


De blik naar boven!

  BIJBELGEDEELTE Als u nu met Christus uit de dood bent opgewekt, streef dan naar wat boven is, waar Christus zit aan de rechterhand van God. Richt u op wat boven is, niet op wat op de aarde is. (Kolossenzen 3:1-2, NBV) UITLEG Stel, je zou de volgende meerkeuzevraag mogen invullen: Ik kijk bij de keuzes die ik dagelijks moet maken en bij de reacties die ik geef vooral naar: A. achteren B. voren C. beneden D. boven E. binnen Wat zou jij dan omcirkelen, zo op het eerste gezicht, zonder te weten wat het betekent? Ik denk dat we, zo verschillend als we zijn, deze woorden ook verschillend zullen invullen. Als ik naar deze woorden kijk dan zou ik zeggen: als mijn blik naar achteren is, laat ik me vooral leiden door wat in het verleden is gebeurd. Als ik naar voren kijk, worden mijn keuzes bepaald door de mensen en situaties die op mijn pad komen. Naar beneden kijken, is somberen, klagen, me richten op het negatieve. Naar boven kijken, is naar Gods werkelijkheid kijken. Naar binnen kijken, is op mezelf gericht zijn. Deze meerkeuzevraag heeft alles te maken met het heilsfeit waar we de komende week bij stilstaan: de hemelvaart van Jezus. Hoe ging dat ook alweer? Jezus was met Zijn leerlingen in gesprek en van het ene op het andere moment werd Hij voor hun ogen opgetild en opgenomen in een wolk. Wauw! De leerlingen van Jezus volgden hem met hun blik. De blik was naar boven gericht, naar de hemel. Terwijl hun blik naar boven gericht was, waren daar plotseling twee mannen in witte gewaden: ‘Galileeërs, wat staan jullie naar de hemel te kijken?’ Met andere woorden: wat staan jullie naar boven te kijken? Het was een retorische vraag, maar als zij er antwoord op hadden kunnen geven, hadden ze wellicht gezegd: ‘Omdat we niet weten wat hier gebeurt. Waar is Jezus?’ Ze konden het nog niet duiden. De blik was omhoog, maar het was een tastende, zoekende blik in de categorie: ‘God, waar bent U?’ Waar was Hij? Ze moesten eens weten waar Hij was! Gelukkig zou het hen snel duidelijk worden door de Heilige Geest. Waar is Jezus nu? Aan de rechterhand van de Vader, in de hoogste hemel, waar Hij troont als overwinnaar! NALEVEN De blik naar boven richten, betekent leven in het geloof dat Jezus Christus de opgestane Heer is. Hij leeft en regeert tot in eeuwigheid. Als christenen mogen we ons er voortdurend in oefenen om de blik op Hem gericht te houden. Hoe? Bijvoorbeeld door te kijken naar de Naam van Jezus: JHWH. Die Naam die elke naam te boven gaat, is Hem gegeven door God! De Naam die op verschillende plekken in de bijbel wordt aangevuld met een extra naam. Stuk voor stuk geweldige namen! Zijn Naam laat zien wie Hij is en wie Hij voor ons wil zijn. 1. JAHWEH ZIDKENU (De Here is onze gerechtigheid). 2. JAHWEH SHALOM ( De Here is onze vrede). Richteren 6:24 3. JAHWEH ROHI (De Here is mijn Herder) Psalm 23:1 4. JAHWEH ROFEH (De Here is uw Heelmeester) Exodus 15:26 5. JAHWEH JIREH (De Here zal voorzien) Genesis 22:8 6. JAHWEH SHAMMA (De Here is aanwezig) Ezechiël 48:35 7. JAHWEH-NISSI (De Here is mijn banier) Exodus 17:15 Wat betekent dit? Dit betekent o.a. iets voor de manier waarop wij bidden! Als we bidden, is onze blik automatisch naar boven gericht. Maar ‘naar boven’ kun je op twee manieren uitleggen. Want: je kunt bidden als je het bijvoorbeeld moeilijk hebt met iets: ‘Heer, help me, leid me, wilt U voorzien, etc. ‘ Je kunt ook anders bidden, namelijk vanuit ‘geloof’: vanuit de zekerheid van de overwinning van Christus en Zijn positie in de hoogste hemel: ‘Dank U Jezus, U bent de Herder. Dank U dat U mij leidt. U bent de Heer Die voorziet, dank U dat U zal voorzien. Ik zie uit naar wat U gaat doen.’ En, is het je opgevallen dat we vaak bidden: ‘Heer, wilt U erbij zijn…?’ Maar uh, Hij is toch de Aanwezige?! Hij is toch met ons, door Zijn Heilige Geest?! Dus: ‘Heer, dank U dat U de Aanwezige bent! Opent U onze ogen voor Uw aanwezigheid!’ Dat smaakt naar meer, nietwaar?! WIL JE MEER? Handelingen 1:4-11 Filippenzen 2:9-11 Filippenzen 4 Openbaring 4 en 5   Carolina Blokland