Groeien

Wie wil leven, moet zich ontwikkelen en groeien. Iets inleveren om verder te komen, dat is soms pijnlijk! De Bijbel legt een link naar de natuur: soms snoei je een mooie struik terug, zodat hij nog groter kan worden. Ook wij moeten soms gesnoeid worden om vervolgens weer verder – en groter – te kunnen groeien. Durf jij te geloven in groei?

debijbel.nl/advent

Luistert U wel?!

Laat uw verlangens in alles, door bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij God; en de vrede van God, die alle begrip te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten bewaken in Christus Jezus. (Filippenzen 4:6, HSV) BIJBELGEDEELTE Verblijd u altijd in de Heere; ik zeg het opnieuw: Verblijd u. Uw welwillendheid zij alle mensen bekend. De Heere is nabij. Wees in geen ding bezorgd, maar laat uw verlangens in alles, door bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij God; en de vrede van God, die alle begrip te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten bewaken in Christus Jezus. (Filippenzen 4:4-7, HSV) EEN STAPJE DICHTERBIJ Toen ik als tiener een bewuste keuze maakte voor het geloof, werd ook het onderwerp ‘gebed’ belangrijk. Voor die tijd beperkten mijn gebeden zich tot kinderversjes als: Ik ga slapen, ik ben moe, en Here, zegen deze spijze, amen, en de formuliergebeden die mijn vader bij de maaltijd uitsprak. Naarmate ik de Bijbel beter begon te begrijpen, groeide mijn geloof en leerde ik meer over God. Ook mijn gebeden veranderden. God werd mijn dagelijkse gesprekspartner bij Wie ik al mijn vragen en gedachten kwijt kon. En dat is Hij nog steeds. Toch heb ik het gebed altijd een moeilijk onderwerp gevonden. In mijn kerkelijke gemeente waren op een gegeven moment twee vrouwen ziek. ‘Ongeneeslijk’, zoals de diagnose luidde. Een van hen was alleenstaand, de ander had een gezin. Keer op keer werd er voor de vrouwen gebeden en de alleenstaande vrouw genas. Vanaf het podium gaf zij een blij getuigenis. Tijdens het hele ziekteproces was zij op God blijven vertrouwen, en Hij had haar genezen. De andere vrouw overleed een half jaar later. Haar inverdrietige man en kinderen hadden geen getuigenis, wel veel tranen. Het voorval deed mijn worsteling met het onderwerp ‘gebed’ geen goed. Heeft bidden eigenlijk wel zin? vroeg ik me moedeloos af. Door de jaren heen is het antwoord daarop een duidelijk ‘Ja!’ geworden. Werpt al uw bekommernis op Hem, want Hij zorgt voor u. (1 Petrus 5:7, SV) Deze tekst heb ik altijd mooi gevonden. Het suggereert geen instantoplossingen of hapklare antwoorden, maar wel het vooruitzicht van bevrijding en troost Of wat te denken van de tekst die hier bovenaan staat? Wees in geen ding bezorgd, maar laat uw verlangens in alles, door bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij God; en de vrede van God, die alle begrip te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten bewaken in Christus Jezus. (Filippenzen 4:6, HSV) Ik kreeg die woorden mee bij mijn doop. Een bemoediging die ik vaak nodig zou hebben, bleek later. Al je verlangens mag je met een dankbaar hart biddend en smekend bij Hem brengen; dat is wat de tekst zegt. En dan geeft God alles wat je wilt… Nee, wacht even, dat staat er niet. Hij waakt over je hart en je gedachten en geeft je vrede – díé belofte is er wel. Nu hoor ik je al zeggen: ‘Maar er staat toch ook “bid en u zal gegeven worden”?’ Dat is waar. Maar ook: Wij kunnen ons vol vertrouwen tot God wenden, in de zekerheid dat hij naar ons luistert als we hem iets vragen dat in overeenstemming is met Zijn wil. (1 Johannes 5:14, NBV) We kunnen het een niet los zien van het ander. Over het onderwerp ‘bidden’ is veel te vinden in de Bijbel. Een tekst die mij ook altijd aanspreekt is: Wees verheugd door de hoop die u hebt, wees standvastig wanneer u tegenspoed ondervindt, en bid onophoudelijk. (Romeinen 12:12, NBV) Paulus zegt hier eigenlijk: wat je ook overkomt in het leven, blijf altijd in contact met je Schepper. Als je blij bent: dank God. Zit het tegen: gooi je ellende er maar uit. Nee, ik begrijp nog steeds niet hoe bidden precies werkt. Maar ik blijf hoe dan ook met God in gesprek en vertrouw erop dat Hij mij geeft wat ik nodig heb. GEBED Dank U, Heer, dat ik met U in gesprek mag blijven, wat de omstandigheden ook zijn. Er zijn zo veel onbeantwoorde vragen, maar ook die mag ik bij U neerleggen. Leer mij te vertrouwen op Uw nabijheid en geef mij steeds opnieuw Uw vrede.   Femmie van Santen


Vanwaar komt mijn hulp?

  Ik sla mijn ogen op naar de bergen, van waar komt mijn hulp? (Psalm 121:1, NBV)BIJBELGEDEELTE Een pelgrimslied. Ik sla mijn ogen op naar de bergen, van waar komt mijn hulp? Mijn hulp komt van de HEER Die hemel en aarde gemaakt heeft. Hij zal je voet niet laten wankelen, Hij zal niet sluimeren, je Wachter. Nee, Hij sluimert niet, Hij slaapt niet, de Wachter van Israël. De HEER is je Wachter, de HEER is de schaduw aan je rechterhand: overdag kan de zon je niet steken, bij nacht de maan je niet schaden. De HEER behoedt je voor alle kwaad, Hij waakt over je leven, de HEER houdt de wacht over je gaan en je komen van nu tot in eeuwigheid. (Psalm 121:1-8, NBV)EEN STAPJE DICHTERBIJ Ik zal nooit vergeten dat mijn wiskundeleraar na de zomervakantie vertelde dat zijn zoon verongelukt was tijdens een bergwandeling. Het wonderlijke was dat op de rouwkaart een tekst uit Psalm 121 stond: Ik sla mijn ogen op naar de bergen, van waar komt mijn hulp? Als kind en tiener maakte dat grote indruk op mij. Hoe kun je bij zo’n verschrikkelijk ongeval in de bergen uit de voeten met Psalm 121?Psalm 121 zou je kunnen zien als een gesprek tussen twee pelgrims. De eerste pelgrim slaat zijn ogen op naar bergen. Een reis door de bergen zit vol met risico’s. Je kunt struikelen en vallen, zoals de zoon van mijn wiskundeleraar. Je kunt een zonnesteek oplopen. Je kunt angstig worden. En de pelgrim in ons verhaal kijkt naar de bergen die voor hem liggen en denkt: waar komt mijn hulp vandaan?Waar komt mijn hulp vandaan, vraagt ook de pelgrim in onze psalm. Al in het tweede vers klinkt een antwoord en daardoor lijkt het alsof er in deze psalm een gesprek gevoerd wordt door twee pelgrims. Mijn hulp komt van de Heer, die hemel en aarde gemaakt heeft.Lekker makkelijk, denk je misschien. Kun je niet beter gewoon de hulp van mensen verwachten? Van mensen weet je immers zeker dat ze bestaan. Aan mensen weet je wat je hebt. Aan God wellicht niet. Of toch wel? Mensen zijn er niet altijd. Veel mensen kunnen voor je klaarstaan, maar uiteindelijk moet je zelf, net als de eerste pelgrim in onze psalm, in je eigen leven omgaan met die hoge bergen.De tweede pelgrim is ervan overtuigd dat God, Die de aarde en hemel gemaakt heeft, je kan helpen. Hij Die jou het beste kent, omdat Hij jou geschapen heeft, wil jou helpen. Hij zal je voet niet laten wankelen, Hij zal niet sluimeren, je Wachter. Hij sluimert niet, Hij slaapt niet. Soms zeggen mensen weleens: ‘Toen mijn geliefde omkwam, keek God zeker even de andere kant op.’ Het is uiting van de vraag naar Gods aan- en afwezigheid in het lijden. Een vraag die al eeuwenlang, zowel binnen als buiten de kerk gesteld wordt. Hoe kan het dat sommige dingen gebeuren? Hoe kan het dat de zoon van mijn wiskundeleraar van de berg valt en God niet ingreep?We weten dat het lijden bij het leven hoort, maar dat lost onze waaromvragen niet op. Toch lezen we in deze psalm dat je erop mag vertrouwen dat God niet een andere kant op gekeken heeft, als er iets ergs plaatsvindt. Hij zal je voet niet laten wankelen, Hij slaapt niet. Hij waakt over je leven.Dat betekent niet dat je niet zal sterven, dat je niets overkomt. Maar wat er ook gebeurt, God is bij je. Hij waakt over je leven en geeft leven, want bij Hem is iets te vinden wat geen mens ons bieden kan. Het leven met een hoofdletter. Het Leven bij God waarin wij mensen in eenheid met Hem zullen leven.GEBED Lieve God, we danken U dat we in al onze hoge bergen mogen roepen naar U. Om Uw hulp, als we het zelf niet meer zien zitten. We danken U dat U over ons leven waakt. Wees ons nabij in ons verdriet en geef ons vertrouwen in U als we onze geliefden moeten missen. Als de bergen soms te hoog lijken, komt U dan met Uw Geest en liefdevolle nabijheid. Amen. Jantine van Iersel-Veenhof


Gods vreugde is je kracht

De vreugde van de Heere, dat is uw kracht. (Nehemia 8:11, HSV) BIJBELGEDEELTE En Nehemia, Ezra, de priester en schriftgeleerde, en de Levieten die het volk onderwezen, zeiden tegen heel het volk: Deze dag is heilig voor de HEERE uw God. Rouw dan niet en huil niet. Heel het volk huilde namelijk toen ze de woorden van de wet hoorden. Verder zei hij tegen hen: Ga, eet lekkernijen en drink zoete dranken. En deel uit aan hen voor wie niets is klaargemaakt, want deze dag is heilig voor onze Heere. Wees niet bedroefd, want de vreugde van de HEERE, dat is uw kracht. (Nehemia 8:10-11, HSV) EEN STAPJE DICHTERBIJ Voor veel mensen is november een sombere maand. De klok is verzet, de dagen worden korter en donker. Je gaat in het donker naar je werk en komt in het donker ook weer thuis. Die beleving zorgt er – volgens Deens onderzoek – voor dat er meer mensen depressief raken. Onze hersenen en ons lijf hebben namelijk behoefte aan licht en frisse (buiten)lucht. Gelukkig staat het internet bol van tips en trucs waardoor we onszelf weer nieuwe energie kunnen geven, zoals ‘met deze kruiden kom je blij en fit het najaar door’, en ‘pas je voedingspatroon aan, beweeg meer en krijg meer energie’. Ik geloof dat het werkt. Daarom loop ik graag een rondje hard. En kook ik gezond en suikervrij met pure producten uit eigen moestuin. Fysiek voel ik me fit, fris en energiek. Maar mentaal morrelt er iets (of iemand?) aan me. Dat begint al als ik wakker word en de dag met alle verplichtingen zich langzaam aan me opdringt; hij drukt als een zware steen op mijn maag. Ik voel me inspiratieloos, moe en mislukt. Om chagrijnig van te worden. Maar dan lees ik in de Bijbel: Wees niet bedroefd, want de vreugde van de Heere, dat is uw kracht. De ‘vreugde van de Heere’… dat gaat over échte power. Power van boven die je laat bruisen en vreugde geeft, en díé vreugde geeft je kracht en maakt je sterk. Zulke power wil ik wel! Maar tegelijk besef ik dat ik die vaak mis. Hoe kom ik eraan? In Nehemia 9 vanaf vers 5 bedenkt het volk van Israël wie God is en wat Hij voor hen gedaan heeft. Ze spreken dit ook uit: God heeft Zijn belofte gehouden, Hij is rechtvaardig, vergeeft, is genadig, barmhartig, geduldig. In de woestijn heeft Hij Zijn volk niet verlaten, maar het alles gegeven wat het nodig had en het onderwijs gegeven door Zijn goede Geest. Weet je wat er gebeurt als je God op zo’n manier gaat prijzen? Probeer het! Heb jij God ooit aan het werk gezien in jouw leven? Op welke manier? Spreek het hardop uit en prijs God om wie Hij is. Hopelijk raak je dan onder de indruk van onze grote, geweldige, ontzagwekkende God. (Tip: maak een dank-voor-duizend-dingen-boekje waarin je al die kleine en grote momenten noteert.) Het is belangrijk dat je in de donkere novembermaand goed voor jezelf zorgt. Neem dus tijd voor die wandeling, eet verse groenten en fruit en ga op tijd naar bed. Een vrolijk hart bevordert een goede gezondheid, maar sombere geest verzwakt het lichaam. (Spreuken 17:22, NBV) Maar de échte power zit ‘m niet in gezonde voedingsgewoonten of veel sporten. Dat je je verheugt over jouw grote God, dát geeft nieuwe energie! Ook als je verlaten bent door vrienden, geen geld hebt voor verse groenten, geen tijd voor een wandeling met jezelf, omdat je voor je (dood)zieke kind moet zorgen. De blijdschap – over wie God voor je is – is niet afhankelijk van je omstandigheden. Als je morgenvroeg wakker wordt, laat je dan niet laten leiden door je gevoelens, verplichtingen of agenda. Dat berooft je alleen maar van je kracht. Begin je dag met het hoofd omhoog, op God gericht. Prijs Hem om wie Hij is. Hij zal je kracht geven. Elke nieuwe dag. GEBED Liefdevolle Vader, wat ben ik een gemakkelijke prooi voor de satan. Hij morrelt aan mijn energieniveau als ik me laat leiden door mijn gevoel en emoties. Ik leg mezelf een norm op en vergeet dat mijn norm niet die van U is. Help mij niet naar de grond te kijken of naar mijn omstandigheden, maar mijn gezicht op te heffen, zodat ik Uw liefdevolle blik mag zien. U bent mijn Maker en ik prijs U om wie U bent. Vul mij met Uw kracht! Amen.   Marlon van den Bos


God wil jou gebruiken!

‘Om niet hebben jullie ontvangen, om niet moeten jullie geven!’ (Matteüs 10:8, NBV) BIJBELGEDEELTE Deze twaalf zond Jezus uit, en Hij gaf hun de volgende instructies: ‘Sla niet de weg naar de heidenen in en bezoek geen Samaritaanse stad. Ga liever op zoek naar de verloren schapen van het volk van Israël. Ga op weg en verkondig: “Het koninkrijk van de hemel is nabij.” Genees zieken, wek doden op, maak mensen die aan huidvraat lijden rein en drijf demonen uit. Om niet hebben jullie ontvangen, om niet moeten jullie geven! Neem in je beurs geen gouden, zilveren of koperen munten mee, schaf je voor onderweg geen reistas aan, geen extra kleren, geen sandalen en geen stok, want een arbeider is het waard dat er in zijn onderhoud wordt voorzien.’ (Matteüs 10:5-10, NBV) UITLEG Tot nu toe hebben de twaalf leerlingen naar Christus gekeken en Zijn wonderen gezien, maar ze hebben nog niet de macht gekregen om zelf ook die wonderen te doen. Ik denk niet dat de leerlingen verwachtten dat ze iets meer zouden gaan doen dan toekijken. Maar nu krijgen ze ineens een speciaal welkom in de wondere wereld van Jezus Christus. Jezus roept de leerlingen bij elkaar en geeft hun ‘macht en gezag over alle demonen, en de kracht om ziekten te genezen’ (Lucas 9:1). Daarna stuurt Hij hen eropuit om het koninkrijk van God te verkondigen en zieken te genezen. Ze mogen voor onderweg niets meenemen en ze moeten blijven in het huis waar ze onderdak vinden. Ik had de gesprekken tussen de leerlingen wel even af willen luisteren toen ze zich klaarmaakten, jij niet? Net als wij hadden ze er waarschijnlijk geen idee van wat ze gekregen hadden. Ze hadden het voorrecht om als Zijn medewerkers hier op aarde het dichtst bij de Zoon van God te staan. Ze waren uitgekozen om ooggetuige te zijn van het meest opmerkelijke fenomeen uit de geschiedenis van de mensheid: het vleesgeworden Woord dat bij ons is komen wonen. Ze braken brood met Hem, lachten met Hem en spraken over de Schrift met Hem. Ze kenden het geluid van Zijn ademhaling als Hij sliep. Ze wisten wat Zijn lievelingseten was. Ze zagen Hem zieken genezen, demonen uitdrijven en doden opwekken. Al zouden ze niets anders meer krijgen, dit voorrecht ging alles te boven. Maar Christus liet het hier niet bij. Hij gaf hun ook kracht en gezag. De woorden van Christus in Matteüs 10:8 zouden ons moeten inspireren om ons leven als een drankoffer uit te gieten voor de rest van onze dagen. ‘Genees zieken, wek doden op, maak mensen die aan huidvraat lijden rein en drijf demonen uit. Om niet hebben jullie ontvangen, om niet moeten jullie geven!’ Het Griekse woord voor ‘om niet’ is ‘dorean’, dat betekent: ‘vrijelijk, gratis, als een gratis geschenk’. Het is interessant om even naar een ander vers te kijken, waarin dit Griekse woord ook voorkomt, in Johannes 15:25. Het krijgt daar een andere vertaling. Jezus zegt daar: ‘Ze hebben Mij zonder reden gehaat.’ De woorden ‘zonder reden’ zijn een vertaling van hetzelfde woord ‘dorean’. Wat zegt dat ons over de dingen die we van Christus hebben ontvangen? Onredelijke genade! Er is geen reden voor de liefde van God of voor de gaven die Hij ‘om niet’ geeft! Net als ik zul jij ontelbare dingen ‘om niet’ van God gekregen hebben. Heeft die ‘onredelijke genade’ er ook voor gezorgd dat je, vroeger of nog maar pas, iets van jezelf ‘om niet’ aan anderen hebt gegeven? GEBED Heer, ik weet dat wij niet de geest van de wereld ontvangen hebben, maar de Geest die van U komt, opdat we zouden weten wat U ons in Uw goedheid hebt geschonken. Ik bid dat wij daar ook over zullen spreken, niet op een manier die ons door menselijke wijsheid is geleerd, maar zoals de Geest het ons leert (1 Korintiërs 2:12-13). Wij verlangen ernaar om ‘om niet’ te geven, Heer, uit de overvloed die wij hebben ontvangen. Tekst: © Ontmoet Jezus (Beth Moore)


Als je moe bent

Kom naar Mij toe, allen die vermoeid en belast zijn, en Ik zal u rust geven. (Mat. 11:28, HSV) BIJBELGEDEELTE In die tijd antwoordde Jezus en zei: Ik dank U, Vader, Heere van de hemel en van de aarde, dat U deze dingen voor wijzen en verstandigen verborgen hebt, en ze aan jonge kinderen hebt geopenbaard. Ja, Vader, want zo was het Uw welbehagen. Alle dingen zijn Mij overgegeven door Mijn Vader; en niemand kent de Zoon dan de Vader, en niemand kent de Vader dan de Zoon, en hij aan wie de Zoon het wil openbaren. Kom naar Mij toe, allen die vermoeid en belast zijn, en Ik zal u rust geven. Neem Mijn juk op u, en leer van Mij dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart; en u zult rust vinden voor uw ziel; want Mijn juk is zacht en Mijn last is licht. (Mattheus 11: 25-30, HSV) EEN STAPJE DICHTERBIJ Mijn zwangerschapsverlof is voorbij, maar ik zit nog zo fijn in mijn roze bubbel. Het ruikt daar naar Zwitsal, moedermelk en babypoep. Het is er gezellig en warm. Maar buiten is de boze wereld en het is daar verdrietig en soms eng. Daar maak ik me zorgen om. Mijn handen en hoofd zijn vol. Doodmoe ben ik. Ik sjouw best veel met me mee en mijn hart is zo onrustig. Hoe moet ik nu een Binnenkamer schrijven die getuigt van een springlevend geloof en jullie een mooie bemoedigende start van de week geeft? Ik besluit eerst eens onder de douche te gaan en terwijl het warme water stroomt, stromen ook mijn gedachten. Ik hoor God zeggen: ‘Kom naar Mij toe, allen die vermoeid en belast zijn, en Ik zal u rust geven.’ Ik zou dolgraag willen. Maar als ik deze tekst lees, denk ik altijd aan mensen die het écht zwaar hebben. Deze tekst kan niet bedoeld zijn voor mij met mijn huis-tuin-en-keukenzorgen. Ik doe het wel alleen. Dan heeft God tijd voor de mensen die Hem echt nodig hebben. Herken je dat? Je bent zo druk bezig met overleven en denkt dat je nog wel contact met God hebt, maar intussen ben je moe en druk, en pieker je over van alles en nog wat. Je gaat maar door om de dagelijkse dingen draaiende te houden, maar komt niet echt tot rust bij jezelf en bij God. Ik praat de hele dag met God en voel Zijn nabijheid heel sterk. Maar nu ik erover nadenk, praat ik waarschijnlijk meer tégen hem dan mét Hem. Wat een eigenwijs figuur ben ik eigenlijk. Want God heeft dit al lang voorzien. Terwijl ik moe en een beetje in paniek ben, doordat ik het zo nodig allemaal zélf moet doen, zegt Hij: ‘Kom maar bij Mij!’ Dat realiseer ik me nu pas en dus is de bovenstaande tekst ook voor mij bedoeld. En voor jou! Voor mensen met grote zorgen en worstelingen. Maar ook voor hen die moe zijn en rondsjouwen met hun eigen zorgen of te weinig slapen, omdat ze ’s nachts hun baby de borst moeten geven. Soms is het goed om even te stressen of je zorgen te maken, omdat je dan eerder geneigd bent de stilte op te zoeken om God te horen praten en naar Hem te luisteren. God is er voor mij. In de chaos van alledag vraagt Hij mij naar Hem toe te komen en bij Hem uit te rusten. Dat geldt ook voor jou – vandaag al. Maak gebruik van Zijn aanbod en wees niet eigenwijs. Ga tot Hem, als je vermoeid en belast bent. Gebruik deze zondag daarvoor en zoek Hem ook doordeweeks op. God geeft jou met liefde alles wat je nodig hebt: rust, kracht en nieuwe energie om de nieuwe week in te kunnen gaan. God houdt van jou! GEBED Lieve Vader in de hemel, dank U dat we vandaag bij U tot rust mogen komen. U weet wie we zijn, waar we staan en wat er in ons leven speelt. Als we somber en wanhopig zijn, omdat er meisjes kwijtraken, jonge moeders overlijden, kinderen uit het leven gerukt worden. Als we te weinig slapen, ons zorgen maken of om andere oorzaak in een vicieuze cirkel zijn beland, waar we zelf niet meer uit komen. Lieve Vader, wilt U ons de rust en kracht geven, om de komende week in te gaan en tot zegen te zijn? Wij vragen U dat om Jezus’ wil. Amen.   Pauline Schonewille


God werkt door mensen

‘Moet ik omkomen, goed, dan zal ik omkomen.’ (Ester 4:16b, NBV) BIJBELGEDEELTE ‘En,’ zei hij, ‘verzoek haar met klem naar de koning te gaan. Ze moet hem om genade smeken en bij hem voor haar volk pleiten.’ Hatach ging naar Ester terug en bracht haar Mordechais woorden over. Ester droeg Hatach op om Mordechai het volgende te antwoorden: ‘Alle dienaren van de koning en de inwoners van alle provincies van het koninkrijk weten dat er maar één wet geldt voor iedere man of vrouw die zonder ontboden te zijn naar de koning gaat en in de binnenhof komt: die persoon wordt ter dood gebracht. Alleen degene wie de koning zijn gouden scepter toesteekt, brengt het er levend af. Wat mijzelf betreft, ik ben nu al in geen dertig dagen bij de koning ontboden.’ Esters woorden werden aan Mordechai overgebracht. Toen liet Mordechai het volgende antwoord aan Ester geven: ‘Beeld je maar niet in dat jij, omdat je in het koninklijk paleis woont, als enige van alle Joden zult ontkomen. Als jij nu je mond niet opendoet, nu het moment daar is, komt er van een andere kant wel uitkomst en redding voor de Joden. Maar jij en je vaders familie komen dan om. Wie weet ben je juist koningin geworden met het oog op een tijd als deze.’ Toen liet Ester het volgende antwoord aan Mordechai geven: ‘Roep alle Joden die in Susa wonen bij elkaar en vast voor mij: eet niet en drink niet, overdag niet en ’s nachts niet, drie dagen lang. Ook ik zal op die manier vasten met mijn dienaressen. En na die voorbereiding zal ik naar de koning gaan, al is dat tegen de wet. Moet ik omkomen, goed, dan zal ik omkomen.’ (Ester 4:8-16, NBV) EEN STAPJE DICHTERBIJ Het Bijbelboek Ester is een fascinerend boek, waarin een verhaal verteld wordt over… God. Zijn Naam wordt niet genoemd, maar toch gaat het over Hem! Hij is verborgen, onzichtbaar, maar toch duidelijk aan het werk. Als je goed leest, kun je de rode draad zien van Gods aanwezigheid en Zijn werk. Het volk van God, Zijn oogappel, wordt bedreigd met uitsterven. Maar God voorkomt dat. Door heel wonderlijk te werken in het leven van Zijn kinderen. In dit verhaal met name in het leven van Mordechai en Ester. Dat zij een rol hierin hebben, is voor ons allemaal duidelijk, denk ik. Maar wat dacht je van koningin Wasti en haar rebellie, die tot gevolg had dat zij plaats moest maken voor een andere vrouw die koningin zou worden? Ook dat heeft een plek in dit bijzondere verhaal. Zonder haar opstand had Ester niet datgene kunnen doen, waarvan Mordechai zei: ‘Wie weet ben je juist koningin geworden met het oog op een tijd als deze.’ Als het van Ester ons iets duidelijk maakt, is het dat Gods leiding niet iets is wat je een-twee-drie kunt uitleggen. Hij werkt op verborgen wijze in het geheel van alles wat is gebeurd, gebeurt en zal gebeuren. Er gebeuren dingen waarvan je soms pas veel later kunt zeggen: ‘Wat bijzonder, dat het zo is gelopen. Daarin zie ik de hand van God. De puzzelstukjes vallen op zijn plaats.’ Je kunt dan zomaar verrast worden door Zijn genade. God is nauw betrokken op onze levens. We zien en ervaren het niet, maar het is wel zo! Het is duidelijk dat God door mensen heen werkt. Ook als we het zelf niet eens doorhebben. Maar dat is niet alles wat er te vertellen valt over Gods leiding. Er is ook een andere kant. God leidt Zijn volk ook door mensen die heel bewust voor Hem kiezen. Daar is niets onduidelijks of onzichtbaars aan. Als mensen hebben wij een aandeel in de loop van de dingen van het koninkrijk van God. Als wij voor onszelf kiezen, kan het werk van God belemmerd worden; als we kiezen om te doen wat God van ons vraagt, kan God Zijn koninkrijk verder uitbouwen. Die laatste keus kan ons alles kosten. Denk aan de graankorrel! Nu maar even direct een heel concrete, confronterende vraag: ben jij bereid alles op te geven, alles los te laten… voor God? Kun jij het Ester nazeggen: ‘Moet ik omkomen goed, dan zal ik omkomen.’ Had Ester trouwens eigenlijk wel een keus? Of niet? En jij? GEBED Here God, dank U dat U mijn leven leidt. Help mij om dichtbij U te leven, zodat ik kan onderscheiden waar het telkens op aankomt. Dank dat U mij hebt geroepen om mee te werken aan de opbouw van Uw Koninkrijk. Help me alles te doen wat U van mij vraagt. Ook als dat mijn eigen leven kan kosten. In Jezus’ Naam, amen.   Carolina Blokland