Genieten

Geniet! Maar hoe doe je dat als er reden genoeg is om niet blij te zijn of omdat je de rust niet voelt om te ontspannen? Geloof het of niet, de Bijbel zegt het al: trek mooie kleren aan en wees vrolijk! Zet alle excuses aan de kant en durf te lachen, te relaxen, eens even helemaal niets te doen.

Lees meer!

Wij zijn dolverliefd op boeken – dat zal jullie ondertussen wel duidelijk zijn. En vaak krijgen we leuke en lieve reacties van lezers met een al even grote boekenliefde, maar niet iedereen deelt die liefde. En waarschijnlijk ken jij ook wel zo iemand die altijd een meewarige blik op de stapel boeken op je nachtkastje werpt en dingen zegt als: ‘Denk je niet dat je nu een keer genoeg boeken hebt?’ of ‘Ben je nu alweer een boek van die auteur aan het lezen? Wordt het niet eens tijd voor iets anders?’ Voor het geval je dat weleens naar je hoofd geslingerd krijgt, ben je misschien wel nieuwsgierig of je daadwerkelijk toe bent aan iets anders, of dat boeken lezen gewoon echt jouw ding is. Om je te helpen een antwoord te vragen op die vraag, hebben we een handige lijst opgesteld! Het is tijd om een nog een boek te gaan lezen als… 1. … het laatste boek dat je las, te snel uit was. Of als het niet goed afliep, of – hopelijk gebeurt dat niet té vaak – als het was zo slecht was, dat je er zelfs over getwijfeld hebt om het weg te doen. Of als het eindigde met een spannende cliffhanger, maar het vervolg verschijnt het komende jaar niet. 2. … er klusjes moeten worden gedaan. Zoals iedereen weet, hebben we een stok achter de deur nodig om saaie, vermoeiende klusjes te doen. Schrijf wat van dat soort karweitjes op je to-dolijstje en beloon jezelf voor deze blijk van verantwoordelijkheid daarna met het lezen van een paar hoofdstukken. (Wij zijn er overigens niet voor verantwoordelijk als het boek ervoor zorgt dat de klusjes helemaal niet gedaan worden.) 3. … je hebt vandaag nog niets nieuws geleerd hebt. Iedereen moet op zijn minst één nieuw ding per dag leren en wanneer je vooral fictie leest, zou je iets moeten leren over het verleden of over ongebruikelijke beroepen, of simpelweg alleen iets nieuws over de mensen om ons heen en hoe we wat aardigs voor hen zouden kunnen doen. Lezen is niet alleen maar entertainment. Het is educatie. 4. … je vrienden al een tijdje aandringen om een bepaald boek te lezen. En nee, in dit geval gaat de vlieger 'Als iedereen in de sloot springt, doe jij dat toch niet ook?' niet op. Het gaat erom dat je na het lezen misschien een gemeenschappelijke favoriete auteur hebt en je vervolgens bijvoorbeeld samen kunt uitzien naar een nieuw boek van deze auteur, samen kunt gissen over de plot, discussiëren over de charme van de hoofdpersonages. Het gaat om het samendoen. 5. … je helemaal stapel bent op een bepaalde auteur. Of als je niets liever doet dan onderduiken in een fictieve wereld. Of als je gek bent op romantische verhalen. 6. … je wilt protesteren tegen de mobieltjescultuur. Studies hebben uitgewezen dat we steeds makkelijker worden afgeleid en minder contact maken met anderen. Onze remedie? Neem de tijd om te gaan zitten en lees een boek. Zelfs als je e-books leest, zet je je ertoe om je aandacht onverdeeld aan één ding te wijden en ontwikkel je nog mensenliefde ook. (Ja, we weten het: het zijn fictieve mensen, maar dan nog… Het lezen van fictie helpt je sympathie voor anderen te ontwikkelen.) Lezen is niet zomaar een hobby – het is een sociaal protest. Dus lees een boek en maak van de wereld een betere plaats. 7. … er nog steeds boeken zijn die je niet gelezen hebt. Het motief hiervan is natuurlijk overduidelijk. Worden boeken niet geschreven om gelezen te worden? Deze lijst heeft ons in ieder geval geholpen om onze leesverslaving te rechtvaardigen – oftewel: volstrekt logische en onweerlegbare excuses te formuleren om onze leeshonger voorrang te geven boven de punten op ons to-dolijstje. Wat is jouw excuus om toch maar weer een nieuw boek te kopen of te lezen? Hebben we er een gemist?   Tekst: Bethany Fiction – Seven Signs That You Need to Read Another Book


Levenskoordansers

Het is maar wankel evenwicht, tussen wolken en de zon, tussen bloeien en verdorren, tussen beginnen en begon. Het is maar wankel evenwicht, en onverwoestbaar krachtig, het is je zijn en geeft je zin, dat maakt het leven prachtig. (Roelie Struik) Een wankel evenwicht. Ons leven. Is het niet prachtig? We zijn koorddansers van het leven. Wat doen we ons best om zo veel mogelijk ballen in de lucht te houden. Om evenwicht te vinden tussen onszelf en die ander. Tussen wat echt bij je past en wat gevraagd wordt. Tussen ja en nee. Meesterevenwichtbeheersers zijn we geworden. Toch? Maar niet zelden vallen we (om). Als je ziet hoeveel impact het programma Sophie in de kreukels bijvoorbeeld heeft… Zo veel herkenning bij velen. En dat omvallen is niet alleen voor domme mensen. Of arme. Of slimme. Of hardwerkende. Of ADHD’ers. Of… Dit programma laat zien dat het in de grote breedte van ‘ons’ voorkomt. De angstaanjagende ratrace waarin we onszelf gevangen houden. Want ja, de maatschappij laat ons rennen. Maar wij laten wel toe dat we rennen. Dat we hollen, rennen, vliegen, duiken, vallen en weer opstaan. Om vervolgens dit refrein te herhalen, zonder adempauze. En dan… verliezen we ons evenwicht en liggen om beurten total loss op de grond. Een wankel evenwicht. Tussen rust en reclame. Tussen moeten en willen. Tussen verwachting en zijn. Tussen glans en afbladderen. Tussen leren en weten. Tussen leven en dood. Tussen wolken en zon. Hoe houden we het evenwicht in ons leven? Hoe blijven we in balans in deze bizarre maatschappij? Ik ben een doorzetter. Ondanks jarenlange pijn in mijn lijf, ging ik door. Ik ben ook enthousiast en wilde uit het leven halen wat erin zit. Ik ben ook dienstbaar en dat ging best ver. Ik deed veel voor anderen. Maar weet je… Het ging prima! Ik danste over het ene koord naar het andere. Van het ene jaar naar het andere. En als je dan wel van dat koord af kukelt, wordt de wereld een beetje anders. In elk geval ga je dingen vanuit een heel ander perspectief bekijken. Een flinke smakkerd op de koude grond. Het mooie is dat je, net als een kind dat leert lopen, weer opstaat. Weer opnieuw balans zoekt. Voorzichtig. Steeds zekerder. Af en toe nog onzeker wankelen, maar toch… Wie of wat houdt je overeind, staande, in balans? Of is het gewoon zwemmen of verzuipen? Mijn omkukelmanoeuvre heeft me geleerd dat God is. En ik mag zijn. Als je dat beseft, sta je stevig. Je voor het eerst – of opnieuw – vastklampen. Je voeten laten vastmaken op die rots. Die balans geeft veerkracht. God. Gewis, my siel is stil tot God! My redding kom op sy gebod, geen vyand hoef ek nou te dug nie. Hy is my rots, ’n skans vir my, Hy sal my voetstap ook dán lei wanneer ek nêrens meer kan vlug nie.


Verbindt geloof en creativiteit

Toen was 'ie daar weer, langverwacht en reikhalzend naar uitgekeken door enthousiaste biblejournalers: de Schrijfbijbel! Een Bijbel om in te schrijven uiteraard, maar waar je ook nog zoveel meer mee kan doen. Het moment dat ik de Schrijfbijbel voor het eerst zag, was best spannend: zou hij net zo fijn zijn geworden als we met zijn allen hoopten? Natuurlijk draait het in de elke Bijbel om het Woord zelf, maar omdat deze Schrijfbijbel ook speciaal gemaakt werd om in te biblejournalen, zijn de praktische zaken ook niet onbelangrijk. Ik verwijderde de verpakking en liep linea recta naar mijn atelier om hem te testen. Want zou het papier wel fijn zijn? Ja! Het schrijft heerlijk, voelt glad aan en is steviger dan gewone Bijbels. Natuurlijk blijft het Bijbelpapier en dus dun. Ik tekenende met fineliner en kleurpotlood, gebruikte waterverf, smeerde Gelatos-sticks uit… en het werkte allemaal prima! Ik schrok een beetje van de nadrukkelijke lijntjes, maar in de praktijk blijk ik daar helemaal geen last van te hebben en bij het schrijven van teksten - al dan niet met handlettering - is het juist weer handig. De indeling van de bijschrijfkolom in de Schrijfbijbel is afwisselend. Bij het ene bijbelboek staat deze links, bij het volgende in het midden. Die afwisseling vind ik leuk. Veel bijbelboeken hebben aan het begin een lege bladzijde: lekker veel extra tekenruimte! Achterin zijn maar liefst 22 vellen notitiepapier (dat noem ik oefenpapier) opgenomen. Ideaal voor als je nog niet direct bij het bijbelboek zelf wilt schrijven en tekenen, maar eerst wilt oefenen. Ineens concentreer ik me, zie ik alleen de Bijbeltekst, overpeins ik zo'n tekst en sla die ook nog eens op in mijn geheugen Ik vind het mooie aan biblejournaling dat het een manier is om geloof en creativiteit te verbinden. In plaats van een bijbelgedeelte alleen te lezen en mijn gedachten alle kanten op te laten fladderen, lees ik nu een kort stukje, pik daar een tekst uit die ik wil vormgeven en ga ermee aan de slag. En voor mij werkt dat' ineens concentreer ik me, zie ik alleen die bijbeltekst, overpeins ik zo’n tekst en sla die ook nog eens op in mijn geheugen. En dat ik daar niet de enige in ben, blijkt wel tijdens workshops. Dan horen we van vrouwen - en heel soms mannen... - die hun Bijbel veel vaker openslaan nu ze een manier gevonden hebben om hun creativiteit kwijt te kunnen. En daar kan deze Schrijfbijbel mooi bij helpen. Gemaakt om creatief mee aan de slag te gaan. Je hoeft je niet te vergelijken met een ander, en nee, je hoeft ook niet geweldig te kunnen tekenen. Het is een ontdekkingsreis naar wat je wilt en kunt: de een zal willen schrijven en handletteren, de ander is veel uitbundiger en strooit met kleur. Het is ook mooi om te zien hoe biblejournalers elkaar inspireren en helpen om technieken te leren. In het biblejournalingmagazine vind je allerlei tips om te gaan biblejournalen. Wat gebruik je, welk technieken zijn er, hoe voorkom je dat een pagina doorbloedt, hoe werk je met Gelatos, waterverf of acryl, etc. Ideaal dus voor beginnende biblejournalers! Kris Bossenbroek www.biblejournaling.nl


Moge de engelen waken

Ik was juist melk aan het opwarmen in de afdelingskeuken op mijn werk, toen ik mijn telefoon hoorde schetteren. Meestal zet ik het geluid uit als ik aan het werk ga, maar blijkbaar was ik het deze keer vergeten. Met een dienblad vol koffie en warme melk loop ik terug naar onze teamkamer en opnieuw begint mijn telefoon te piepen van de berichtjes. ‘Nou zeg,’ zeg ik lachend, ‘volgens mij hebben ze me nodig.’ Toch begin ik een beetje ongerust te worden. Ik zet het dienblad neer en loop naar mijn tas om mijn telefoon te pakken. Oproep gemist. Van mijn man. Drie ongelezen berichten. Van mijn man. Gauw open ik de berichtjes. Mijn ogen blijven bij de eerste regel hangen. Ik zit op de SEH met Annefloor. Ze heeft haar pols gebroken. Op het moment dat ik de woorden lees, verkleint mijn wereld zich alleen maar tot dit feit. SEH. Pols gebroken. ‘Mijn man zit beneden,’ zeg ik tegen mijn collega. ‘Met mijn dochter, ze heeft haar pols gebroken. Ik moet ernaartoe.’ ‘Ga maar,’ zegt mijn collega. Ik weet niet hoe snel ik naar beneden moet gaan. In vliegende vaart ren ik de trap af. Als ik aankom bij de wachtkamer waar ze zit, springen de tranen bijna in mijn ogen. Houd jezelf groot, zeg ik tegen mezelf. ‘Meisje, toch!’ Ik geef haar een knuffel. De tranen staan in haar ogen, maar ik zie dat zij zich ook groothoudt. Een beverig lachje. Ik zou haar wel voor altijd vast willen houden. En op dat moment besef ik hoeveel ik van haar houd, hoeveel mijn kinderen voor mij betekenen. En hoe verdrietig het is als ze pijn hebben of verdrietig zijn. Ik zou willen dat ik ze altijd kon beschermen tegen pijn en verdriet, terwijl ik tegelijkertijd besef dat dat mij niet gaat lukken. De dagen verstrijken. En terwijl mijn meisje met haar roze gipsarm weer buiten speelt, komt op het nieuws het ene gruwelijke feit na het andere voorbij. Over meisjes wier lot veel erger was dan een gebroken pols. Ik kan alleen maar meehuilen en meebidden met de moeders van die kinderen. En als mijn dochter bezweet van het buitenspelen om een ijsje komt vragen, kan ik het niet nalaten om haar even te knuffelen en tegen me aan te drukken. Als ze weer wegloopt doe ik een schietgebedje. Lieve Vader, wilt U de engelen over haar laten waken? Want ik kan het niet alleen.


Word wakker!

Goedendag, ben jij al wakker? Ik bedoel niet of je inmiddels de slaap al uit je ogen hebt gewreven en bent opgestaan, maar meer dan dat. Wakker zijn betekent dat je in een staat van bewustzijn bent gekomen, dat je een opmerkzaam hart hebt en leeft in het hier en nu. Als je wakker bent, dan kun je keuzes maken, dan kun je zien, horen en spreken. Ben jij je bewust van de omgeving waarin je leeft, en van de mensen die God jou heeft toevertrouwd? Ben jij je ervan bewust dat jouw handelen ook vandaag grote impact kan hebben? Als de wekker gaat en je blijft nog even liggen in je warme bed, dan kun je je verslapen en je doel missen. Je komt te laat op je afspraak of je werk en dat kan nare gevolgen hebben. Wat te denken van even wegdommelen achter het stuur, heel even niet opletten, niet in de juiste staat van bewustzijn zijn? Zoiets kan verstrekkende gevolgen hebben. Als je het woord ‘slapen’ korter maakt, dan staat er ‘slap’. Tijdens het slapen gebeurt dit ook letterlijk in je lichaam: slaap maakt je lichaam slap en krachteloos. Je bent passief en kunt geen actie ondernemen. Voor alles is een juiste tijd en een duidelijk ritme. Draai dit niet om. God heeft niet voor niets in Zijn grote wijsheid dag en nacht geschapen. Dit heeft Hij gedaan om ons te helpen. Wij zijn echter zelf verantwoordelijk voor de invulling: breng jij je dag slapend en dagdromend door en blijf je vluchten voor de werkelijkheid, of kies je ervoor om wakker te zijn en te verstaan wat God aan het doen is in jouw leven? In Hooglied 5:2 staat: ‘Ik sliep, maar mijn hart waakte.’ Dit betekent dat je lichaam in een staat van rust toch een opmerkzaam en ontvankelijk hart kan hebben. Een fijngevoelig en luisterend hart om te verstaan wat God te zeggen heeft en om te begrijpen wat Hij aan het doen is. Zelfs tijdens je slaap hoef je dit dus niet mis te lopen. In de stilte kan Hij spreken tot je hart, je instructies geven en jou Zijn wegen bekendmaken. We hebben het vaak niet in de gaten of verwarren Gods spreken met onze eigen gedachten, maar Hij spreekt tot je hart door een indruk of een openbaring. Je kunt dromen krijgen, ineens een helder inzicht hebben, een lied in je hoofd krijgen of je een tekst herinneren uit Gods Woord. God wil je hart wekken net zoals Hij dit deed bij de kleine Samuel in de Bijbel. Terwijl Samuel lag te slapen, riep God hem bij zijn naam: ‘Samuel!’ Samuel schrok wakker en dacht dat het de stem van Eli de priester was. Samuel moest nog leren de stem van God te verstaan. Van Eli leerde hij om te zeggen: ‘Spreek Heere, uw dienstknecht luistert!’ Dit eenvoudige principe mag jij ook leren toepassen als je ’s nachts niet kunt slapen of plotseling wakker schrikt. Misschien wil Vader God wel Zijn geheimen aan je openbaren en de ogen van je hart openen om verder te kunnen zien dan wat voor ogen is. Zo sprak Hij ook met de jonge Samuel. In de Bijbel roept God ons op om een wachter te zijn (Jes. 21:8), een wakkere wachter! Een wachter is iemand die op de toren staat en de poorten van de stad bewaakt. Hij houdt in de gaten of er vijanden aankomen en slaat alarm als er een aanval op de muur wordt gedaan. Het is zijn taak om te voorkomen dat de vijand binnendringt om te stelen, te roven en te doden. Een wachter kan tijdens zijn dienst niet even in slaap vallen. Dat zou grote gevolgen kunnen hebben. Zo is het ook in je persoonlijk leven. Je moet wakker zijn en je poorten bewaken. De poorten van je leven zijn je zintuigen, maar ook je denken en je gevoel. Het is belangrijk om daar een wachter voor te zetten, zodat er niet iets binnendringt wat schadelijk voor je is. Tekst: © Tijd om op te staan Tijd om op te staan wil je helpen om Gods unieke plan met jouw leven te ontdekken. Door middel van Bijbelteksten, verwerkingsvragen en doe-opdrachten ga je op zoek naar wie je bent en hoe God je bedoeld heeft. Je wordt je bewust van je koninklijke identiteit en geïnspireerd om op te staan, voor Jezus te leven en te schitteren!


I did it!

Daar liep ik dan. Rijen dik stond iedereen aan de kant. We werden binnengehaald alsof we Nederland hadden behoed voor een nieuwe oorlog. Gejuich, flitsende camera’s en… snoep. Heel veel snoep. Ik heb het echt gedaan… De avondvierdaagse. Weer iets waarvan ik niet gedacht had ooit te doen, maar waarvoor ik werd overgehaald door een vragend kindersnoetje. Gelukkig was het dit jaar wegens allerlei festiviteiten in de stad een driedaagse, waarvan ik er maar twee meeliep met de groep van mijn 6-jarige, maar dan nog. I did it! Twee keer vijf kilometer. Woehoe! Eh… nee. Die laatste avond liep ik rond met een gevoel van plaatsvervangende schaamte. Een paar avonden een wandelingetje maken, waarvan de laatste gefragmenteerd vanwege het vele stoppen om snoep in ontvangst te nemen, en dan dit? Wil ik dit aan mijn kinderen meegeven? Dat deze prestatie zo veel enthousiasme en snoep waard is? Liever niet. Liever geef ik ze het besef mee dat het voedsel op onze aarde niet eerlijk verdeeld is, dat we onze rijkdom moeten delen in plaats van zelf te houden. Dat ze blij moeten zijn met elk cadeautje, omdat dit niet voor iedereen is weggelegd. Dat we mogen genieten van onze welvaart, maar niet ten koste van anderen. Maar waar ligt de grens? Mag ik mijn zoon laten genieten van al die aandacht en al dat snoep? Het is immers maar één keer per jaar… Of moet ik hem toch even subtiel meegeven dat dit niet echt normaal is? Dat er zo veel kinderen zijn die dit niet hebben? Dat een medaille genoeg is voor vijftien kilometer in drie dagen? En dan? Het snoep opsturen naar Afrika? Uitdelen bij het AZC? Ik weet mijn grens nog niet… Maar ik weet wel dat ik dat snoep uitdelen een vreemde traditie vind. En dat er volgend jaar meer overredingskracht nodig is dan een lief snoetje om mij mee te krijgen… PS Jelle was overigens erg in zijn nopjes met al het snoep, dus aan alle enthousiaste gevers die dit lezen: bedankt namens hem.