Genieten

Geniet! Maar hoe doe je dat als er reden genoeg is om niet blij te zijn of omdat je de rust niet voelt om te ontspannen? Geloof het of niet, de Bijbel zegt het al: trek mooie kleren aan en wees vrolijk! Zet alle excuses aan de kant en durf te lachen, te relaxen, eens even helemaal niets te doen.

Opendoors

Herinneringen delen

Loslaten en afscheid nemen… Je krijgt er, zeker bij het ouder worden, bijna dagelijks mee te maken. En het wordt nooit makkelijker, alle ervaring ten spijt. Is dat proces eigenlijk eenvoudiger als je God kent, als Hij betrokken is bij je hele leven, inclusief deze moeilijke momenten? In zekere zin ‘ja’. Het is een enorme troost te weten dat God je draagt en troost op zulke momenten van verlies en pijn. Dat Hij begrijpt wat je voelt en je verdriet niet bagatelliseert. Bovendien kan het geloof dat je geliefde veilig is aangekomen in het Vaderhuis waar jullie elkaar ooit zullen weerzien je hoop geven en wel iets van het leed verzachten. Toch is het ook reëel om verdriet te voelen en toe te laten. Om toe te geven dat er gemis is om degene die je moest loslaten. Dat hij of zij een leegte achterlaat die niet zomaar gevuld kan worden, maar die je herinnert aan wat je had en wat je nu voorgoed moet missen. Wees gewoon eerlijk. Geef toe dat je verdriet hebt. Gun een ander zijn verdriet. Probeer niet op alle vragen een antwoord te vinden of een verklaring. In een periode van rouw kan zwijgen soms veel meer zeggen dan duizend woorden, hoe goedbedoeld ook. Waardevoller dan die woorden is de nabijheid van de ander. Een arm om je heen. Gedeelde tranen. Deel samen herinneringen over degene die je ontviel. Dank God voor dat leven dat jou en vele anderen heeft verrijkt. Tekst: © Pluspunt (Tineke Tuinder) Voor een 50-, 55- of 60-plusser verandert er veel: het uiterlijk verandert, de plaats in de maatschappij, de rol in de kerk, je wordt misschien oma... In Pluspunt worden in korte overdenkingen een aantal thema's aangestipt en vragen aangereikt. In de schrijfruimte kunnen eigen gedachten en inzichten worden opgeschreven. Zo wordt Pluspunt tot een persoonlijk dagboek. Met citaten, Bijbelteksten en gedichten!


Nieuw begin

Het is januari, net na een aantal regenachtige dagen, dat ik samen met Jonathan thuis ben en plots de zon achter een wolk vandaan komt. Vol warmte schijnt hij de kamer binnen en dan gebeurt het. Ineens weet ik niet hoe snel ik naar buiten moet. Ik doe de deur open en pak krukjes, waar we op kunnen zitten. ‘Kom,’ spoor ik Jonathan aan, ‘we gaan naar buiten. We gaan wat drinken in de zon.’ Jonathan, aangestoken door mijn enthousiasme, helpt mee. Hij pakt een extra krukje waar we ons drinken op kunnen zetten. En zo zitten we dan, een paar tellen later, prinsheerlijk buiten in het zonnetje. Wat een genot. Het is geen geheim dat ik geen liefhebber ben van de winter. Ja, met een zonnetje op een besneeuwde helling, vind ik het geen probleem. Maar de winters vol van grijze, donkere wolken zijn niet aan mij besteed. Zodra die wolken aan de hemel verschijnen, dringen ze zich in mijn hoofd en de regen versluiert het zicht van mijn ogen. En ondanks dat ik mijn eigen regenbuien probeer weg te lachen, zit de kou in mijn botten. Een winterdip, en het lijkt elk jaar een tandje erger te worden. Vol bravoure zeg ik tegen iedereen dat ik het wel weet van mezelf en dat ik er gewoon mee moet zien te dealen, maar soms is dat zo makkelijk niet. En daarom nu, met deze zon, is het alsof de wolken een beetje oplossen. Het eerste teken van hoop op een nieuw begin. De lente komt eraan. Ik kan niet lang stilzitten. Ik moet aan de gang in de tuin. Dood blad wegdalen, een beetje snoeien hier en daar… En overal zie ik kleine, groene puntjes verschijnen. Bijna niet te zien, maar als je er met je neus bovenop staat, is het overduidelijk. Nieuwe knoppen, bollen die opkomen. Het voorjaar staat voor de deur. Dan verdwijnt de zon weer achter een grote wolk. ‘Ga maar vast naar binnen,’ zeg ik tegen Jonathan. Ik rommel nog wat, ruim wat op, maar dan voel ik de eerste spetters vallen. En zo zitten we ook snel weer binnen. De winter is duidelijk nog lang niet voorbij. Maar ik heb het gezien, de lente is in aantocht! Weer een nieuw begin.


Belletje lelletje

Geloof het of niet, ik ben de braafheid zelve. De middagen dat ik na moest blijven, zijn op een hand te tellen. De keren dat ik kattenkwaad uithaalde ook. Maar sommige genen geef je gewoon niet door, blijkt op een mooie zondagmiddag. ‘Mam, mogen we op het schoolplein spelen?’ We hebben geen plannen en het is – eindelijk – goed weer, dus: ‘Ja, natuurlijk!’ Dat laten oudste zoons zich geen twee keer zeggen. Als ware Max Verstappens schieten ze in hun buitenoutfit, slaan de deur met een knal achter zich dicht en racen er op hun fietsen vandoor. Als de deur in de sponning tot stilstand is gekomen, wordt het stil in huis. Muisstil. Een uur later zijn de mannen uitgespeeld. Ik: ‘Was het leuk op het schoolplein?’ Tweede Zoon: ‘Het schoolplein zat op slot.’ Ik: ‘Wat heb je dan al die tijd gedaan?’ Oudste Zoon met een grijns: ‘Belletje lelletje.’ Ik laat het antwoord tot mij doordringen, maar dan zeg ik: ‘Je hebt wát gedaan?’ Tweede Zoon: ‘Dan moet je bij een huis aanbellen en dan hard wegrennen… en…’ Ik, met nadruk: ‘Ik wéét wat belletje lelletje is. Schat…’ Ik draai me om naar Echtgenoot. ‘Wat vinden wij hiervan?’ Terwijl ik op een antwoord wacht, maakt een plaatsvervangende schaamte zich van mij meester. Ik zie mezelf weer staan, een jaar of elf, verscholen achter een muurtje. De bewoonster van het huis waar ik net – voor het eerst van mijn leven(!) – aan de bel heb geleld, ziet mij net niet staan. Maar pas als ik de deur van het huis hoor dichtvallen, haal ik opgelucht adem. ‘Wat ben je aan het doen?’ Verschrikt kijkt de elfjarige ik naar de jongen die uit het niets voor mij is opgedoken. Een jaar of zeventien, schat ik hem. ‘Vind je het normaal om zomaar bij zo’n oude mevrouw aan te bellen,’ gaat hij verder. ‘Bel nog maar een keer aan om je excuses aan te bieden. Ik wacht hier tot je het gedaan hebt.’ Overrompeld geef ik gehoor aan het bevel. Iets wat meteen het einde van mijn belletjelelletjecarrière betekent. Zoons gaat het stukken beter af, blijkt uit hun verhalen. Hoewel: ‘We moesten van één meneer wat beter op zijn bel passen,’ geven ze schoorvoetend toe. Daarna kan ik het toch niet laten de preek over de oude mevrouw te herhalen. Ze knikken braaf als ik mijn rede heb beëindigd. Maar of het kwaad daarmee is beschoren? ‘Loslaten’ heet zoiets. Dus gaat de bel, staat er niemand, maar zag je net twee blonde mannetjes voor je raam langsschieten? Ze hebben het niet van mij!


Nieuw leven

Nu mijn revalidatie erop zit, is de deur van het revalidatiecentrum achter me dichtgegaan. Mijn rugzakje is gevuld met extra kennis en inspiratie. Vijf maanden moest ik intensief revalideren om te leren omgaan met mijn chronische bekken- en rugpijn. Als ik terugkijk op het traject heb ik heel veel geleerd en sta ik op de drempel van een nieuw leven. Nieuw, omdat ik beperkt ben en blijf, en dus een nieuwe modus moet gaan vinden in ons leven. Sterker nog, ons hele gezin moet een nieuwe start maken. Op zoek naar een nieuw leven dus. Dat betekent vooral nadenken over de vraag waar we energie in willen steken. Hoe leven we? Wat vinden we belangrijk? Voor welke vriendschappen willen we ons nog 100% inzetten, wat voor uitjes vinden we echt belangrijk, welke keuzes maken we als ik een slechte dag heb, wat betekent dit financieel voor ons? Allemaal zaken die voorbijkomen. Het is erg lastig om hierin keuzes te maken, maar dat hoeft gelukkig niet in één keer; daar groei je in. Met de kinderen zijn we bewust een middagje gaan zitten om hun te vragen wat ze belangrijk vinden. Ondertussen hebben we een mooie modus gevonden. Soms blijkt dat we iets tegenkomen waar we niet over nagedacht hadden. Gelukkig weten we goed wat onze prioriteiten zijn en dan is zo’n ‘nieuwe’ beslissing makkelijker te maken. Volgens mij staan veel mensen soms op zo’n drempel, met voor zich een nieuw en onbekend gebied. Dat kan positief en leuk zijn of juist eng en verdrietig, maar die drempel is er. Denk aan een nieuwe liefde, trouwen, kinderen krijgen, van baan wisselen, met pensioen gaan of bij ziekte. Het zijn allemaal drempels die je over moet om in zo’n nieuw tijdperk terecht te komen. Soms zul je niet willen en je vasthouden aan de deurposten en andere keren zul je huppelend over de drempel gaan. Maar weet je wat nu het mooie is? Die drempel is gewoon een drempel. Hoe hoog hij ook is en hoe moeilijk het is om eroverheen te komen, dat heb je deels zelf in de hand. Want kijk eens voorbij die drempel. Zie je dat er een leven op je wacht? Ja, misschien een leven met bergen, met dalen en met rivieren… maar het is een leven. Probeer in je hoofd de drempel zo laag mogelijk te houden. Praat erover met de mensen van wie van je houdt. Vraag om hulp als het voor jezelf te zwaar is. Want één ding is duidelijk: je zult over die drempel moeten en hoe langer je wacht, hoe meer zorgen je je maakt, hoe hoger dat ding lijkt te worden. En het allerbelangrijkste: pak de hand van je Vader. Richt je blik op Hem. Je zult merken dat die drempel ineens wat minder hoog is, als je je blik op Hem richt en loopt in de richting waarheen Hij je voert. Met Hem kom je die drempel over. Met Hem kun je het aan om een onbekend gebied te betreden. Met Hem kun je een nieuw leven beginnen!


Gods liefdevolle Vaderhart

Vriendschap is waardevol. Het is fijn als je van tijd tot tijd in het hart van je vriend of vriendin mag kijken. Het is waardevol als jullie elkaar jullie diepste gevoelens en verlangens vertellen. Het schept verbondenheid met elkaar; zo heb je elkaar lief en merk je dat je vriendschap groeit. In vriendschap ben je op zoek naar het hart van de ander, en dat maakt vriendschap tot iets groots. Vriendschap reikt verder dan een verstandelijk weten dat je elkaars vrienden bent. Soms kun je het idee hebben dat het geloof gebaseerd is op je verstand. Je weet dat God je Vader is, maar toch heb je geen vertrouwelijke relatie met hem. Je doet je christelijke plichten en je best om je leven in Zijn hand te leggen, maar het lijkt erop of je niet de verbinding vindt met God. Vervolgens overvalt teleurstelling je, omdat je niets merkt van een God Die van je houdt, en je hoort Hem niet tot je hart spreken. Je moet het hebben van je verstand, maar je weet niet hoelang je dat volhoudt. Herken je bovenstaande gevoelens? Lees dan deze Bijbeltekst eens: Moge Hij vanuit Zijn rijke luister uw innerlijke wezen kracht en sterkte schenken door Zijn Geest, zodat door uw geloof Christus kan gaan wonen in uw hart, en u geworteld en gegrondvest blijft in de liefde. (Efeziërs 3:16-17, NBV) In Gods Woord staat dat Hij in ons woont. God wil jou elke dag eraan herinneren dat Hij met Zijn Geest plaats heeft genomen in je hart. Het is geen kwestie van een gevoel, maar van een zekerheid: je mag het zeker weten. Het is goed om die woorden hardop tegen jezelf te zeggen: ‘God heeft plaatsgenomen in mijn hart.’ Je mag staan op die belofte en die woorden mag je bewaren in je hart. Gun jij de Heilige Geest echter ook die plek in je hart? Voelt Hij Zich op Zijn gemak bij jou? Stem je ook de dingen van jouw leven met Hem af, of negeer je Hem verder een beetje? Het kan je helpen om iedere morgen bij het wakker worden Gods Geest welkom te heten in je hart. Geef Hem een comfortabel verblijf en dank Hem, omdat Hij vandaag jouw hart niet overslaat. God heeft plaatsgenomen in je hart, aan jou de keuze of je rekening met Hem houdt. Soms voel je Gods aanwezigheid niet zo sterk in je leven. Raak daar niet van in de war. In de Bijbel lees je regelmatig dat men God niet altijd ervoer. Je leest er ook dat Hij Zich soms om een reden een tijd lang verbergt. Laat je niet ontmoedigen door dat gevoel, want God woont in je hart. Blijf zoeken naar Zijn liefdevolle Vaderhart; een kind van God mag zeker weten dat God Zijn intrek heeft genomen in het hart van Zijn geliefde. Tekst: © Leven met aandacht (Sarianne van Dalen) Leven met aandacht is een praktisch Bijbels dagboek voor vrouwen. Aan de hand van Filippenzen 4:8 laat het je nadenken over waar je aandacht naar uit gaat. Je wordt iedere dag bewust even stilgezet. De korte Bijbelstudies bieden handvatten om de dag mee in te gaan. Iedere week eindigt met een DIY waarmee je de Bijbelse thema’s handen en voeten kunt geven.


Thuis

Veiligheid. Geborgenheid. Vertrouwdheid. Rust. Dat zijn woorden die bij me opkomen als ik het woord ‘thuis’ hoor. Een plek waar je je op je gemak voelt, waar je helemaal jezelf kunt zijn. Een plek die jouw sfeer uitstraalt, met spullen die jij hebt uitgekozen, omdat je ze mooi vindt en omdat ze bij je passen. Een plek waar misschien ook wel iemand woont met wie je je in liefde verbonden weet. Zodra je de deur binnenkomt, je jas aan de kapstok hangt je schoenen verwisselt voor je sloffen, weet je: ik ben thuis. Hier kom je tot rust. Hier hoef je even niks anders te zijn dan jezelf. Ja, ik weet het. Het is een ideaalplaatje. Zo zou het moeten zijn, maar zo mooi is het lang niet altijd. Op het moment dat ik dit schrijf, zit ik weer tussen de verhuisdozen in een voor mijn doen chaotische omgeving. Over drie dagen verhuizen we, na een halfjaar hier gewoond te hebben, naar onze ‘definitieve’ stek. En o, wat zie ik ernaar uit om straks al die dozen weer uit te pakken en een plekje te geven. Om van dat huis een thuis te maken. Om vervolgens na een halfjaar niet weer weg te hoeven, maar er hopelijk heel wat jaren met plezier te kunnen blijven wonen. Maar op dit moment ervaar ik vooral onrust. Voel ik me verre van thuis. Hier niet, maar daar ook nog niet. Dat maakt dat ik bijzonder verrast ben om juist deze dag in mijn dagboekje te lezen: Ik vraag aan de HEER één ding, het enige wat ik verlang: wonen in het huis van de HEER alle dagen van mijn leven, om de liefde van de HEER te aanschouwen, Hem te ontmoeten in Zijn tempel. Hij laat mij schuilen onder Zijn dak op de dag van het kwaad, Hij verbergt mij veilig in Zijn tent, Hij tilt mij hoog op een rots. (Psalm 27:4-5, NBV) En het dankbare besef dringt weer diep tot mij door: mijn lijf en mijn spullen hebben eventjes geen thuis, maar mijn hart wel. Ik mag wonen in het huis van mijn God, elke dag van mijn leven. Niet als gast, maar als Zijn kind. Een plek waar ik thuis ben, omdat Hij er is. Een plek waar ik mezelf mag zijn. Waar ik me geliefd weet. Waar ik me op mijn gemak voel. Een plek die ik altijd en overal met me meeneem, dwars door alle omstandigheden, door alle chaos en onrust heen. Niet dat die onrust nu als bij toverslag verdwenen is en er een diepe rust op mij neerdaalt. Nee, de eerlijkheid gebiedt mij toe te geven dat die onrust nog steeds af en toe bezit van mij neemt, van mijn lijf en mijn gedachten. Maar mijn hart is gerust, want diep vanbinnen bewaar ik deze woorden, dit zeker weten: ik ben thuis bij God.