De eerste keer

4 oktober, 2017

Niet op mijn gemak loop ik samen met mijn collega door de straten van het Schipperskwartier. Het Schipperskwartier is het ‘redlightdistrict’ van de grote havenstad Antwerpen. Het is een mooie, opgepoetste wijk van drie straten, waarin de stad destijds investeerde om op die manier de overlast van raamprostitutie terug te dringen naar drie straten met mooie panden, ramen, openbare toiletten, politiecontrole en een dokterswachtpost.

Maar het heeft het probleem niet opgelost, want nog steeds staan dag en nacht meisjes, vrouwen, jongens en transseksuelen achter de ramen om zichzelf te verkopen aan klanten. Veel van hen staan er niet vrijwillig, maar worden gedwongen door pooiers, mensenhandelaars, familieleden of economische omstandigheden.

Als ik de ramen bekijk, groeit er boosheid in mij. Ik vang de blik van een meisje dat nauwelijks ouder is dan mijn zeventienjarige dochter. De uitdrukking op haar gezicht is stuurs en ze kijkt me uitdagend aan. Ik glimlach, maar ze kijkt weg.
Wanneer we even later in gesprek gaan met een vrouw van mijn eigen leeftijd, ervaar ik hetzelfde boze gevoel. Meisjes als mijn dochter, vrouwen als ikzelf… Waarom doen ze dit? Waarom maken ze deze keuze?

Niet veel later valt mijn oog op een andere vrouw. Als oudere dame die zich verhult in haar ondergoed valt ze op tussen de strakke meiden. Ik schat haar ruim boven zestig. Een vrouw zoals mijn moeder? Als ik deze vrouw maanden later in ons inloophuis ontmoet, blijkt ze een Russische dame van stand te zijn geweest, die door haar echtscheiding aan lagerwal raakte.

Op dat moment besef ik dat iedereen slachtoffer kan worden van situaties die hen uiteindelijk in de slavernij kunnen doen belanden. Slachtoffers van loverboys, mensenhandelaars en pooiers, slachtoffers van kindermisbruik of gewelddadige relaties, echtscheiding of moeilijke economische omstandigheden. Ik besluit niet meer te oordelen.

Ik voel me niet gemakkelijk in deze straten. Ik hoor hier niet te zijn, schiet het door me heen. Het is hier intens duister. Maar toch wil ik hier wel zijn. Ik hoor hier wel te zijn. Want als moeder en dochter, zus en vriendin ben ik een vrouw, net als zij dat zijn. Als hulpverlener weet ik in Antwerpen de weg in het hulpverleningslandschap. En als christen mag ik in deze duistere wereld de weg naar het licht wijzen. Het licht van Jezus.

De eerste keer is jaren geleden. Al bijna vijf jaar mag ik nu op weg gaan met meisjes, vrouwen en soms zelfs transgendervrouwen. Vrouwen die de stap zetten om uit de prostitutie te stappen en een nieuwe weg in te slaan – het pad van de verandering. Elke keer dat we een meisje of vrouw mogen helpen die eerste stap te zetten, beginnen we aan een proces van vooruit, achteruit, stilstaan en weer vooruit gaan – of helemaal terug, omdat er zo veel is wat blijft trekken, omdat er zo veel pijn is, zo veel te verwerken en zo veel onzeker is.

Ik mag naast hen staan, de extra mijl gaan. Zonder te oordelen, zonder boos te worden, maar met de liefde en de hoop van Christus.

Reacties

nieuwe reacties


Gods timing Over loslaten gesproken
Gods timing
Over loslaten gesproken