Ilse

is getrouwd en moeder van twee jongens. Ze is dol op haar werk als bloemist, heeft veel hobby’s en geniet van het leven, en is ontzettend creatief. Dat komt tot uiting in de zogenaamde ‘family nights’: avonden waarop een Bijbelgedeelte centraal staat, met zingen, knutselen, experimenteren of een rollenspel. Ook is ze graag in de keuken te vinden en deelt ze haar belevenissen en recepten graag.

Nieuw leven

Nu mijn revalidatie erop zit, is de deur van het revalidatiecentrum achter me dichtgegaan. Mijn rugzakje is gevuld met extra kennis en inspiratie. Vijf maanden moest ik intensief revalideren om te leren omgaan met mijn chronische bekken- en rugpijn. Als ik terugkijk op het traject heb ik heel veel geleerd en sta ik op de drempel van een nieuw leven. Nieuw, omdat ik beperkt ben en blijf, en dus een nieuwe modus moet gaan vinden in ons leven. Sterker nog, ons hele gezin moet een nieuwe start maken. Op zoek naar een nieuw leven dus. Dat betekent vooral nadenken over de vraag waar we energie in willen steken. Hoe leven we? Wat vinden we belangrijk? Voor welke vriendschappen willen we ons nog 100% inzetten, wat voor uitjes vinden we echt belangrijk, welke keuzes maken we als ik een slechte dag heb, wat betekent dit financieel voor ons? Allemaal zaken die voorbijkomen. Het is erg lastig om hierin keuzes te maken, maar dat hoeft gelukkig niet in één keer; daar groei je in. Met de kinderen zijn we bewust een middagje gaan zitten om hun te vragen wat ze belangrijk vinden. Ondertussen hebben we een mooie modus gevonden. Soms blijkt dat we iets tegenkomen waar we niet over nagedacht hadden. Gelukkig weten we goed wat onze prioriteiten zijn en dan is zo’n ‘nieuwe’ beslissing makkelijker te maken. Volgens mij staan veel mensen soms op zo’n drempel, met voor zich een nieuw en onbekend gebied. Dat kan positief en leuk zijn of juist eng en verdrietig, maar die drempel is er. Denk aan een nieuwe liefde, trouwen, kinderen krijgen, van baan wisselen, met pensioen gaan of bij ziekte. Het zijn allemaal drempels die je over moet om in zo’n nieuw tijdperk terecht te komen. Soms zul je niet willen en je vasthouden aan de deurposten en andere keren zul je huppelend over de drempel gaan. Maar weet je wat nu het mooie is? Die drempel is gewoon een drempel. Hoe hoog hij ook is en hoe moeilijk het is om eroverheen te komen, dat heb je deels zelf in de hand. Want kijk eens voorbij die drempel. Zie je dat er een leven op je wacht? Ja, misschien een leven met bergen, met dalen en met rivieren… maar het is een leven. Probeer in je hoofd de drempel zo laag mogelijk te houden. Praat erover met de mensen van wie van je houdt. Vraag om hulp als het voor jezelf te zwaar is. Want één ding is duidelijk: je zult over die drempel moeten en hoe langer je wacht, hoe meer zorgen je je maakt, hoe hoger dat ding lijkt te worden. En het allerbelangrijkste: pak de hand van je Vader. Richt je blik op Hem. Je zult merken dat die drempel ineens wat minder hoog is, als je je blik op Hem richt en loopt in de richting waarheen Hij je voert. Met Hem kom je die drempel over. Met Hem kun je het aan om een onbekend gebied te betreden. Met Hem kun je een nieuw leven beginnen!


Roze papiertje

De afgelopen maanden heb ik een intensief revalidatietraject gevolgd, in een poging de pijn in mijn bekken en heup te verminderen. Drie keer per week, en dat vijf maanden lang, ben ik daarvoor in het revalidatiecentrum geweest. Nu, als afsluiting daarvan, zit ik tegenover de revalidatiearts en heb ik mijn afsluitende gesprek. Raar, hoe snel zo’n periode toch ook weer gaat. In de tijd die ik achter de rug heb is er veel gebeurd. Veel mooie dingen, maar ook verdrietige. Mijn klachten zijn veranderd, maar nog steeds aanwezig. Tegelijk ben ik ook veranderd in mijn denken en keuzes die ik maak. Maar wat nu? Ik ben zo intensief begeleid dat ik voor mijn gevoel afhankelijk ben geworden van de steun en de therapeuten en ik het best lastig vind dat het nu stopt. Maar de arts tegenover me feliciteert me met mijn ‘roze papiertje’. De afgelopen maanden kun je namelijk vergelijken met het behalen van je rijbewijs, legt hij uit. We hebben je alles gegeven wat je nodig hebt om nu zelf verder te gaan. Je kunt het zelf, maar je moet het alleen gaan doen, net als in het geval van autorijden. Ik weet niet hoe dat in jouw geval ging, maar naast mijn instructeur voelde ik me heel wat, maar de eerste keer alleen in de auto… Oei dat voelde toch wel even heel anders. Zo zal het dus ook de komende tijd gaan. Ik weet hoe het moet, maar moet het nu alleen doen. Vertrouwen op mijn lichaam en op de kennis die ik meegekregen heb. Is dat ook niet zo in het leven van een christen? Na jaren van catechisatie heb je wellicht belijdenis gedaan, net als ik. Toen voelde ik me ook wel heel wat, maar wat ik niet besefte, is dat het dán pas begint, als je het ‘alleen’ moet gaan doen. Maar wat ontzettend gaaf dat God bij ons blijft. Waar de rijinstructeur, artsen of therapeuten, de docenten je loslaten, houdt God je vast. Sterker nog Hij is altijd bij je. Waar je ook heen gaat, wat je ook gaat doen, Hij is erbij. Niet als een boze God Die hoofdschuddend kijkt naar wat je doet en met Zijn vinger zwaait als je de fout in gaat. Nee, als een liefdevolle Vader kijkt Hij naar wat je doet, helpt Hij waar nodig is en zal Hij je door Zijn Geest influisteren welke weg je moet gaan, als je van het pad afgedwaald bent. Gelukkig krijg je, als christen, niet zo’n roze papiertje, om het vervolgens alleen te moeten doen. God blijft!


Bewust leven

De afgelopen tijd ben ik twee tot drie keer per week in het revalidatiecentrum geweest en wat was het zwaar, het viel ontzettend tegen. Bewustwording noemen ze dat. Iedere beweging moet geanalyseerd worden. Alle oefeningen vragen veel van me, en dan heb ik het nog niet eens over het mentale en psychische deel. Gesprekken met de psychologe verlopen goed en doen me in mijn leven graven. De coach helpt me rondom mijn sociale leven, dat ook ingestort is. Het lichamelijk team helpt me, steunt me, traint me en behandelt me. Inmiddels zitten de eerste zes weken van mijn intensieve revalidatietraject erop, en de eerste evaluatie ook. De meest gehoorde vragen de afgelopen weken zijn: Heb je er al wat aan? Merk je al verschil? En o, wat maakt dat me onzeker, want om eerlijk te zijn: nee, ik merk geen verschil. En of ik er wat aan heb? Tja, lastig te zeggen. Tot ik deze vragen aan mezelf stel en besef dat er zeker dingen veranderd zijn. Dat ik er zeker wat aan heb. In bewustwording en acceptatie maak ik grote stappen. Stukje berusting, deel accepteren, wat belastbaarder en ik leer mezelf een andere mindset aan. Allemaal belangrijk, maar – want ja er is één grote ‘maar’ – ik heb nog steeds pijn. Sterker nog, de afgelopen weken heftiger dan toen ik startte. Er waren dagen dat ik verhuisde van bank naar bed en andersom. Die twee dingen – de aanhoudende pijn en tegelijk de mentale vooruitgang – lijken niet tegelijk in mijn hoofd te passen. Hoe kan dit toch? Waarom gaat die pijn niet weg? Is dit echt mijn nieuwe leven? Het begint er in ieder geval steeds meer op te lijken. Mijn eerste evaluatie was goed. Mijn conditie is op peil gebleven en ik word overladen met complimenten, omdat ik zulke grote stappen maak. Als ik vraag naar de aanhoudende pijn, zijn ze eerlijk. Dat zal waarschijnlijk chronische blijven. Maar zij hebben ook een grote ‘maar’. Want door alles wat ik hier mag leren, zal de pijn een minder grote plaats innemen in mijn leven en zal ik er beter mee om kunnen gaan. Voor thuis krijg ik de opdracht mee om te genieten van de kleinste dingen in het leven; de dingen waar je normaal in de drukte van alledag aan voorbij leeft. Om die weer te zien. Bewust te genieten. Bewust op te merken. Bewust bij stil te staan. Omdat ik erg van schrijven houd, maak ik mijn eigen dagboekje. Om die andere mindset te krijgen. Iedere dag schrijf ik op wat ik gedaan heb en dat het genoeg is, ook al voelt dat niet zo. Daarnaast schrijf ik op waar ik echt van genoten heb en dat ik tevreden ben, ook al voelt dat tegenstrijdig. Maar ook de tegenvallers mogen een plekje hebben, want het leven is niet perfect. Ben je ziek? Of helemaal niet? Ik kan je deze manier van in het leven staan aanraden! Ruik de verse bloemen op tafel, geniet intens van een kinderknuffel, dans in de zomerregen, wandel door het vallende blad, haal energie uit een mooi gesprek, drink in stilte een kopje thee en hoor de vogels hun lied fluiten, zet je favoriete worshiplied aan en prijs onze grote God. Noem het ‘mindfulness’, ‘bewust leven’ of ‘een andere mindset hebben’… Of noem het leven dicht bij God, bij Zijn schepping en Zijn beschermende handen! Want dicht bij Hem is het leven op z’n mooist, hoe je leven er ook uitziet…


Gods timing

Eindelijk is het zover: ik mag starten met mijn revalidatietraject. Weken en maanden heb ik uitgekeken naar deze kans, deze nieuwe start. Zenuwachtig haal ik mijn tas tevoorschijn, vul een fles met water, pak een appel, stop mijn sportkleding erin… Vandaag moet ik eraan geloven. Voordat ik ga, dwing ik mezelf nog iets te eten, maar door de knoop in mijn maag krijg ik mijn bakje yoghurt echter moeilijk naar binnen. Ondertussen probeer ik me in te beelden wat ik kan verwachten. Op mijn rooster staat dat ik vandaag twee uur moet trainen. Hoe zal dat eruitzien, wat moet ik in die tijd doen, hoe zijn de mensen daar? Geen idee, en bah, wat maakt dat me zenuwachtig en onzeker. Voor ik vertrek, vouw ik mijn handen en stamel een simpel gebed. Of God mee wil gaan, verder kom ik niet. Te druk met mijn eigen gedachten. Gelukkig weet ik dat Hij, als mijn eigen woorden tekortschieten, weet wat ik nodig heb! Ik ben ervan overtuigd dat God erbij is. Dat Hij met me mee zal gaan en door de mensen heen kan werken. Maar die onzekerheid… Laatst heb ik een biblejournalingtekening gemaakt over Sara. Sara lachte toen ze de mannen hoorde vertellen dat ze volgend jaar een kind zou hebben. Ze snapte Gods timing niet, maar later zegt ze zelf dat God haar weer zal laten lachen. Maar dan van plezier en geluk. Bij deze tekst kwam er bij mij een vraag boven: snap jij Gods timing in je eigen leven? Die vraag kostte me aardig wat tranen, want nee, ik snap Zijn timing niet. Hij hoeft maar met Zijn machtige vingers te knippen om me van mijn pijn af te helpen. Wat zeg ik? Dat knippen is niet eens nodig. Dus nee, ik begrijp niets van Zijn handelen. Maar ik geloof wel dat Gods timing en Zijn wegen de juiste zijn. Zal ik ook weer lachen? En zo ja, wanneer dan en om welke reden? Is het aan het einde van mijn revalidatie? Lach ik dan met of zonder pijn? Snap ik Gods timing dan? Ik heb geen idee. Misschien doet dat er wel niet meer toe! Het is ook weer niet zo dat ik helemaal nooit of niet lach. Sterker nog ik lach veel en ben een vrolijk mens. Maar de laatste tijd ligt daar een klein waasje overheen. Ik zou zo graag weer intens kunnen genieten, vrij van pijn. Dat hoop ik de komende tijd in het revalidatiecentrum te gaan leren en stiekem hoop ik dat ik er zelfs genezing vind… Maar ik zeg samen met Sara: ‘God zal mij weer laten lachen!’ Hoe dan ook.


Hulp vragen

Kwetsbaar durven zijn over je ziek-zijn, is lastig. Maar als je die hobbel eenmaal genomen hebt, ben je er nog lang niet. Hulp vragen, wat daarop volgt, is misschien nog wel moeilijker. Een forse drempel. Wat zeg ik? Het is een enorme berg, waarvan je denkt er niet overheen te kunnen of willen. Maar je moet… Ik kwam op een punt terecht dat het echt niet meer ging om alles zelf te doen. Ouders sprongen bij. De werkster kon meer komen. Toen ik mijn rooster voor het revalidatiecentrum kreeg, zakte de moed me echter in de schoenen. Drie keer in de week naar een naburige stad, terwijl ik zelf niet mocht rijden, dus chauffeurs regelen voor de heen- en terugreis. Omdat ik ook in de schoolvakantie door zou gaan met revalideren, moest er ook oppas geregeld worden. Het heeft me heel wat schoppen, mopperen en tranen gekost, want ik wilde onafhankelijk zijn, maar de realiteit haalde me in. Ik moest om hulp vragen. Ik ervoer het als nog een stukje dieper in mijn kwetsbaarheid en zwakheid afdalen. Met veel schroom vroeg ik mensen in mijn omgeving of ze me misschien een keertje wilde rijden. Het gemak waarmee mensen ‘ja’ zeiden trof me. Het zette me aan het denken. Ik besefte dat hulp aanbieden en geven makkelijk is. Maar het vragen is enorm zwaar. Waarom? Heb jij daar ook zo’n moeite mee? Ik ben nu de berg van hulp vragen al meerdere keren beklommen. Wat blijkt, als je boven op die berg staat, is het helemaal niet zo zwaar en is de uitkomst (eigenlijk) altijd fijn en warm. Een voorbeeld? Mijn moeder streek altijd voor me, maar ging een maand op vakantie. Een vrouw uit onze kerk had al een paar keer gezegd dat ze gerust ergens mee wilde helpen. Met een aarzelende woorden, een brok in mijn keel en tranen in mijn ogen stuurde ik een mailtje met of ze misschien heel misschien eventueel een keer voor me zou willen strijken… Haar reactie? Lieve schat! Natuurlijk ik kom het vanavond even ophalen. Slik. Daar zat ik dan snotterend boven op mijn berg… die ineens niet zo groot meer was. Mocht jij nou iemand zijn die graag wilt helpen, maar niet goed weet hoe. Ik heb een paar tips voor je. Als je vraagt ‘Lukt het allemaal nog?’ is het antwoord waarschijnlijk iets als ‘Ja, hoor!’. Vraag eens wat die persoon nodig heeft. Maak het concreet. Bijvoorbeeld: ‘Lukt het strijken nog?’, ‘Hoe doe je het met boodschappen halen; ik ga morgen, zal ik wat meenemen?’, ‘Ik ga morgen met de auto naar school, zal ik je kinderen meenemen?’. Grote kans dat de persoon tegenover je toe zal geven het zwaar te hebben. Probeer je hulpaanbod zo praktisch mogelijk te maken, want (chronisch) zieke mensen willen zo veel mogelijk en zo lang mogelijk alles zelf doen. Je helpt ze al door het iets concreter te maken, waardoor hun berg iets minder groot wordt. Dus echt, lieve mensen, ik weet dat moeilijk is. Maar geloof me, als je aan de grond zit, zijn mensen zo blij dat ze je kunnen helpen. De berg die jij voor je ziet, is in werkelijkheid maar een drempel. En ja, daar moet je wel overheen. Wat mij betreft, vind ik het het mooiste dat ik dat niet alleen hoef te doen. Ik mag aan de hand van mijn hemelse Vader stapjes zetten. En als ik niet durf, moedigt Hij mij aan. Als ik struikel, zet Hij me weer op mijn voeten. Ben ik verdrietig, dan wist Hij mijn tranen…