Daniëlle

woont in Nunspeet en haar leven is net een groot boek. Ze leest alles wat los en vast zit, en het liefst de hele dag. En gelukkig kan dat ook, want haar werk heeft alles met boeken te maken. Ze is eigenaar van tekstbureau Fijnzinnig en werkt op die manier als freelance redacteur, corrector en vertaler voor diverse uitgeverijen en magazines, is webredacteur bij Sestra, recenseert boeken voor NBD|Biblion en Reveil. En last but not least… ze schrijft – van boeken tot artikelen en blogs!

Hij meer, ik minder

Goede voornemens, ze zijn er in alle soorten en maten, maar over het algemeen nemen de meesten zich voor om te minderen. De een laat weten minder te gaan snoepen. De volgende besluit minder te kopen. Weer een ander is van plan minder afval te produceren. Een vierde gaat zijn best doen om minder te wegen. En wie wil er nu niet minder bezig zijn met schermpjes? Maar ja, ik ben altijd al een beetje tegendraads en niet zo zuinig geweest, dus dit alles past niet zo bij me. Daarom is mijn voornemen dit keer niet minder; ik ga dit jaar voor méér. Meer geven; dat prijkt ergens bovenaan. Natuurlijk zou dat helemaal niet op mijn lijstje moeten staan en al lang een goede gewoonte moeten zijn, maar om de een of andere reden gaat het niet zo vanzelf. Dat wil zeggen, aan hen die het écht nodig hebben; wat mezelf betreft, heb ik er vreemd genoeg nooit zo veel last van en dat terwijl ik weet dat ik daar niet gelukkig van word. Daarom hangen er dit jaar boven mijn bureau een paar Bijbelteksten, zoals: Geven maakt gelukkiger dan ontvangen; Een gulle gever zal gedijen; Geef, dan zal je gegeven worden, want de maat die je voor anderen gebruikt, zal ook voor jullie worden gebruikt. Meer geloof; dat mag niet ontbreken, want daar kan ik áltijd wel meer van gebruiken, omdat de twijfel binnen in mij onuitroeibaar schijnt. Steeds weer weet hij een gaatje in mijn overtuiging te knagen, met als gevolg dat alles wat ik zeker dacht te weten op zijn grondvesten schudt. Om meteen goed van start te gaan, besloot ik als eerste iets te doen aan die gaatjes en daarvoor ging ik te rade bij de Meesterbouwer Zelf. Zijn oplossing voor alle gapende onzekerheden bestond uit een plamuur van beloften, zoals ‘Ik bid voor je dat je geloof niet zal ophouden’. Aan mij nu de taak om daar elk gaatje mee te vullen. Meer vrucht; dat staat er ook op, omdat ik vaak vooral blad zie, als ik mijn takken in de geestelijke spiegel bekijk. Staat niet onaardig, maar het gaat natuurlijk om de vruchten en die zijn niet altijd zo dik gezaaid. Daarom ben ik van plan om mijn wortels de komende tijd dieper uit te slaan, in de hoop dat ik tegen het najaar een rijke oogst van liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid en goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing plukken kan, en wat meer lijk op die ene boom, die vrucht draagt op zijn tijd en waarvan alles wat hij doet tot bloei komt. Meer vertrouwen; daar wil ik dit jaar zeker aan werken, en dus heb ik een aantal doelen op papier gezet. Zo wil ik op God leren bouwen, in plaats van op mijn eigen inzichten te steunen en me op dagen als alles tegenzit, vasthouden aan de belofte dat Hij mijn geluk voor ogen heeft. Ook wil ik me geen zorgen maken voor de dag van morgen en me niet bezorgd afvragen wat ik eten of drinken moet, in het geloof dat Hij daarvoor zorgt. Maar bovenal wil ik erop vertrouwen dat Hij altijd bij me is en me nooit zal vergeten, omdat mijn naam in Zijn hand staat gegrift. Meer schitteren; dat is ook iets wat ik op mijn lijstje hebt gezet. Niet om mezelf in de schijnwerpers te zetten, maar God alleen, omdat heel de wereld moet weten hoe onvoorstelbaar geweldig en liefdevol Hij is. Om dat te bereiken ga ik mijn best doen om dit jaar te zijn als een lamp en te schijnen te midden van de duisternis, in het verlangen dat mensen door mijn licht hét Licht zullen zien. Ik wil gehoor geven aan Gods opdracht: ‘Sta op en schitter, je licht is gekomen, over jou schijnt Mijn luister!’ Nog heel veel zou ik aan dit rijtje kunnen toevoegen, want ik wil nog ook meer bidden, meer stil zijn, meer luisteren, en meer loven, en ga zo maar door. Maar wat ik het allerliefste wil, is meer (van) God in mijn leven en – goed, eentje dan – mínder van mezelf.


Leven in al zijn volheid

Doodgaan. Ongewild speelt dat woord de laatste tijd vaak door mijn hoofd. Niet omdat ik nu zo graag wil sterven, maar omdat de dood overal op de loer lijkt te liggen, om vervolgens toe te slaan. Soms verwacht. Vaak onvoorzien. Altijd onvoorstelbaar wreed. Op de momenten dat ik ermee word geconfronteerd, valt alles om me heen weg, behalve één gedachte: stel dat dit míjn laatste dag op aarde is? Als ik eerlijk ben, moet ik toegeven dat ik vaak geen antwoord geef op die vraag. Bang, omdat het zo… definitief is en ik liever nog niet aan mijn einde denk. In plaats daarvan doe ik alsof de vraag er niet is en begraaf me in allerlei aardse zaken. Dingen die op het ogenblik zelf o-zo-belangrijk lijken, maar er met het oog op de eeuwigheid nog geen ziertje toe doen. Net als een struisvogel die zijn kop in het zand steekt en doet alsof er geen gevaar is, terwijl het overal rondom hem is. Maar hoe hard ik ook mijn best doe om de dood te negeren, hij is er wel en weet me steeds opnieuw te overrompelen. Zoals laatst, toen het sterven van een ongelooflijk sterke en dappere vrouw, nog geen vijf jaar ouder dan ik, me met mijn neus op de feiten drukte: het leven is niet meer dan een zucht en ook mijn einde kan zich zomaar aandienen. Over een maand. Morgen. Vandaag. Anders dan andere keren liet de dood zich echter niet uit mijn gedachten bannen door hard te werken, aan andere dingen te denken of net te doen alsof hij er niet was. Ook was het ditmaal niet de angst die overheerste. Diep vanbinnen ontsproot er iets nieuws: het besef dat God mij niet op deze aarde heeft geplant om in een hoekje weg te kruipen en voortdurend bang te zijn. Om te vergeten met welke reden Hij mij heeft geschapen. Zijn bedoeling met mij is dat ik Hem mijn leven lang grootmaak, over Hem vertel aan de wereld om me heen, Hem door en met alles wat ik doe de eer geef die Hem toekomt. Als er iets is wat ik van de pas overleden vrouw heb geleerd, is het dat wel, want hoe ziek ze ook was, ze hield vast aan haar geloof en getuigde tot haar laatste adem. Ze hield hoop, omdat ze wist dat het leven hier slechts een voorproefje is van dat hierna. Het eeuwige leven. Sindsdien heb ik een nieuw voornemen: me niet langer te laten verlammen door de wetenschap dat mijn leven hier tijdig is, maar om elke dag die ik nog krijg te leven met een hoofdletter L, uitziend naar dat andere, oneindige, hemelse leven. Dat de Sestra-agenda van dit jaar om ‘leven’ draait, kan geen toeval zijn, maar alleen een liefdevolle knipoog van boven. Aan het begin van elke maand vind je in de agenda een korte overdenking die je aan het denken zet over je eigen leven, maar daar blijft het niet bij. Door heel de agenda heen vind je bemoedigende Bijbelteksten, treffende quotes, versjes die een glimlach op je gezicht toveren, gebedspunten, handige tips, genoeg schrijfruimte voor al je afspraken en herinneringen, mooie illustraties en leuke opdrachtjes; alles om je te helpen een jaar lang voluit te leven. Leven met de Levengever. Leven in al zijn volheid. N.a.v. de nieuwe Sestra-agenda, die is gevuld met allerlei tips, overdenkingen, invulpagina’s en eyeopeners die je helpen om je leven van elke dag te verbinden met je geloof. Ook is de agenda prachtig vormgegeven, heeft die een praktische indeling en – niet onbelangrijk – voldoende schrijfruimte voor al je afspraken.


Mijn droomprins

Als single vrouw droom je uiteraard maar van één ding: een prins op het witte paard. Althans, ik wel. Tot zo’n jaar geleden had die van mij een bos vuurrood haar, blauwe ogen om in te verdrinken, een heel schattig baardje, geld genoeg om in te zwemmen en, zoals het een prins op het – in zijn geval bruine – paard betaamt, geen vriendin. Maar toen brak 8 november 2016 aan. De dag dat mijn wereld instortte: mijn droomprins had een droomprinses gevonden. And it wasn’t me. Onder ons gezegd: ik heb tranen met tuiten gehuild en dat niet alleen, mijn neus had het ook zwaar te verduren. Om nog maar te zwijgen van alle dozen tissues die ik die weken heb geconsumeerd. Maar hoeveel tranen ik ook vergoot, het hielp niets. Sterker nog, het werkte klaarblijkelijk aanstekelijk, want mijn droomprins kreeg het ook zwaar te pakken. Alleen was hij besmet met een ander virus; waar ik wegkwijnde van liefdesverdriet, werd hij met de dag verliefder. Dat was de druppel. Zonder hem veel geluk te wensen, zette ik mijn prins uit mijn hoofd en besloot op jacht te gaan naar een nieuwe. Zonder rood haar en zo. Met dat soort onbetrouwbare mannen had ik het helemaal gehad. Dit keer zou mijn droomprins… bruinharig zijn. Of blonde krullen hebben. Of misschien zou ik voor de verandering eens gaan voor kaal. Zo’n glimmende biljartbal is best aantrekkelijk, toch? Maar juist toen ik er na maandenlang prakkiseren eindelijk zo’n beetje uit was hoe mijn volgende droomprins eruit moest zien, diende er zich een ander aan. En hij voldeed aan geen één van al mijn criteria. Rijk was-ie volstrekt niet en hij deed niet aan toekomstdenken. ‘Maak je geen zorgen over morgen,’ zei hij. ‘Bewaar die zorgen maar voor morgen.’ Ook een wit paard was nergens te bekennen; in plaats daarvan verplaatste hij zich liever te voet, vertrouwde hij me toe. Of – houd je vast – op een ezel! Van chocolate chip cookies, cheesecake en milkshakes had hij nog nooit gehoord. Nee, hij hield meer van sprinkhanen, een visje of olijven. Verder had hij niets met dure kleren of chique schoenen. (Voor als je denkt: wat maakt dat nu uit? Ik ben dól op mannen met mooie molières.) Weet je waar zijn garderobe uit bestond? Sandalen, een paar linnen onderkleden, een leren gordel en alsof dat alles nog niet erg genoeg is, was zijn favoriete kledingstuk – ik maak geen grapje – een mantel van kameelhaar. Kortom: verre van ideaal. Maar toch… viel ik als een blok voor hem. Stapelverliefd was ik, en nog steeds. Snappen doe ik het niet helemaal, maar hij is gewoon zó ontzettend ridderlijk. Sinds we elkaar echt hebben leren kennen, is hij nog geen moment van mijn zijde geweken en hij beschermt me als een schild. Daarbij is hij zo sterk als een rots en hij zorgt voor me, zoals een herder voor zijn schapen. En wat hij allemaal zegt… Zo lief! Zoals: ‘Ik heb je altijd liefgehad, mijn liefde zal je altijd vergezellen.’ ‘Jij bent zo kostbaar in mijn ogen, zo waardevol.’ ‘Niets zal je kunnen scheiden van mijn liefde.’ Onweerstaanbaar natuurlijk, zo'n liefde, en al is hij dan totaal anders dan het beeld dat ik had van mijn toekomstige bruidegom, ik wil toch niets liever dan zijn bruid zijn. Vanaf nu droom ik dan ook nog maar van één prins – dé koningszoon. Jezus. N.a.v. Droom!, een creatief dagboek voor de adventstijd, waarin je wordt uitgedaagd om (weer) te gaan dromen en gaat ontdekken hoe jouw dromen gaan rijmen met die van God. Elke dag sta je even stil bij jouw en Gods dromen, aan de hand van een korte overdenking en dit krijgt extra betekenis of letterlijk vorm met biblejournaling- of handletteringopdrachten. Zo leef je bewust toe naar de komst van Jezus. Droom je mee?


Over kinderen en zo…

Aan de man, dat is wat sommige mensen mij het liefst zien. Althans, dat vermoeden heb ik. Ze zeggen het niet hardop, maar vinden het wel en de laatste tijd laten ze dat steeds duidelijker blijken. Zo kreeg ik laatst een boek over getrouwd-zijn, maar deze week ging het nog een stapje verder. Uit de brievenbus viste ik een – ik citeer – ‘must have voor aanstaande en jonge ouders’. Nou, dat zegt genoeg lijkt me zo. Misschien moet ik blij zijn dat ze nog zo subtiel te werk gaan en niet aan komen zetten met blind dates en gearrangeerde afspraakjes. Maar een boek over kinderen, terwijl er, afgezien van mijn vader, buurmannen en de postbode, geen man in mijn leven te bekennen is? Laat staan iets van romantische aard? Tja, sommigen lopen kennelijk graag een beetje op de zaken vooruit. Maar goed, je kunt nooit vroeg genoeg beginnen met inlezen en een goede voorbereiding is het halve werk, zeggen ze, dus besloot ik me maar gelijk in de stof te verdiepen. Wie weet zou die wel uitwerken dat ik na het lezen spontaan zin had in een man en kinderen. Al wist ik niet of ik nu zo blij werd van die gedachte. Gewapend met een doos tissues – je weet tenslotte maar nooit wat zulke informatie met je doet – een grote mok thee en iets bruins om de inwendige mens te versterken, nestelde ik me op de bank en sloeg het boek open. Je moet weten dat kinderen je agenda radicaal omgooien, stond er op de eerste de beste regel na de inleiding (die sloeg ik voor het gemak even over, want met zulke materie kun je beter meteen in het diepe springen). Alleen was dit wel erg diep, want mijn agenda is zo’n beetje heilig en ik kan er slecht tegen als iemand mijn hele planning in de war schopt. Nog een paar regels verder besloot ik dit hoofdstuk maar even voor later te bewaren en door te stomen naar het volgende, voordat mijn enthousiasme onder het nulpunt kelderde, terwijl ik nog zowat heel het boek moest consumeren. Maar bij het zien van de titel van het volgende hoofdstuk, slikte ik zo mogelijk nog moeizamer. Je moet weten dat kinderen veel geld kosten. Geld. Véél Geld. Dat ik niet had. Want die rijke man met wie ik altijd beweerd heb te zullen trouwen, houdt zich om de een of andere reden nog steeds schuil. Ook heb ik nog altijd niet het geluk gehad om een jackpot te winnen of een topsalaris in de wacht te slepen. Kortom: geen bergen geld hier. Toch een beetje nieuwsgierig ging ik verder, maar hoe meer ik las, hoe harder ik de kans op een mini-mij zag slinken. Wat stond er namelijk? Per jaar kost een kind zo’n €12.500,00. (De geschatte kosten om een kind van zijn geboorte tot zijn zeventiende levensjaar groot te brengen, laat ik voor de veiligheid maar even buiten beschouwing; je zou er steil van achteroverslaan en ik heb liever geen ongelukken op mijn geweten.) Nog enigszins van mijn à propos, onderwierp ik mezelf aan een zeer onderhoudend betoog over de grenzen die kinderen nodig hebben en leerde ik alles over de sociale versus schoolse vaardigheden. Toen ik ook te weten was gekomen dat ‘de zindelijkheidstraining niet iets is om lacherig over te doen’ en geen kind hetzelfde is, bladerde ik door naar het laatste – en volgens mij meest nuttige – hoofdstuk: Je moet weten dat kinderen je veel vreugde kunnen schenken. En toen was het daar: een piepklein sprankje verlangen. De hoop dat er op een dag ook een hummeltje is om mijn leven op zijn kop te zetten. Maar voordat ik op zoek ga naar een man – als eerste stap naar een stelletje mini-mij’s – ga ik eerst dit praktische en leuke opvoedboek van voor tot achter en van buiten naar binnen lezen. En heel hard sparen. N.a.v. 12 dingen die je moet weten als je kinderen krijgt, dat is gevuld met tal van praktische adviezen over allerlei aspecten van de opvoeding. Een must-have voor aanstaande en jonge ouders!


Sterk zonder kracht

Van single-zijn krijg je spierballen; je moet tenslotte alles alleen doen. Van zware boodschappen naar huis sjouwen (als je in een onnadenkend moment tien kilo aardappels hebt gekocht), en kasten verslepen (als gevolg van een restyleaanval), tot banken optillen (als je bladwijzer er zo nodig onder moet gaan liggen). Als je dan bedenkt dat ik al zo’n zeven jaar op mezelf woon, zou je denken dat ik ondertussen beresterk ben. Dat dacht ík in elk geval. Tot vorige week. Om de een of andere reden bedacht ik toen dat mijn wasmachine en haar bovenbuurman de wasdroger iets naar links moesten, zodat mijn grote vriend de strijkplank precies tussen de kast en de machines kwijt kon. Vijf centimeter zou al genoeg zijn, had ik uitgemeten en nou, dat stelt natuurlijk niets voor; oftewel, een wissewasje. Geconcentreerd zette ik mijn handen tegen de zijkant van de wasmachine en vervolgens duwde ik met alles wat ik in me had. Om daarna bijna meteen op mijn snufferd te gaan. Wasmachines verplaatsen en pantoffels gaan blijkbaar niet zo goed samen. Snel ontdeed ik me van mijn fluffy sloffen en niet nader te omschrijven sokken, en probeerde het opnieuw. Maar tevergeefs. Nog geen millimeter verschoof het ding. Drie energiedrankjes later ging ik het gevecht met het koppige toestel opnieuw aan en dit keer niet met mijn handen, maar met mijn achterste tegen het witte metaal en mijn in antislipsokken gestoken voeten stevig op de grond geplant. Helaas met hetzelfde resultaat. Geen beweging in te krijgen. Nog een tiental pogingen verder was ik helemaal klaar met de wasmachine en mijn geweldige ideeën. Wat ik ook probeerde, het apparaat kwam niet van zijn plek. Niet als ik mijn gewicht in de strijd gooide. Niet als ik er met man en macht tegen duwde. Niet als ik eraan ging hangen. Niet als ik er lief tegen praatte. Niets werkte. Uitgeput sleepte ik mezelf naar de bank en liet me erop neerploffen. Weg waren alle illusies wat betreft mijn ongelooflijke kracht. Misschien zou het toch nog niet zo’n verkeerd idee zijn om wat vaker spinazie te eten. Of om mezelf naar de sportschool te slepen en te onderwerpen aan die verschrikkelijk zware halters, in de hoop dat die me niet zouden pletten. Wat dan ook om een sterke vrouw van me te maken. Maar omdat je over zulke ingrijpende veranderingen beter eerst een jaartje kunt slapen, besloot ik mezelf voor dat ogenblik te troosten met een paar pindakaaskoekjes (per slot van rekening word je van pindakaas groot en sterk, zeggen ze) en Sestra’s nieuwe THUIS. Die over… sterke vrouwen ging! Al snel waren de teleurstelling en alle ontmoedigende gedachten van even daarvoor vergeten, want ik ontdekte dat sterk-zijn helemaal niets van doen heeft met kracht en spierballen. Een sterke vrouw, zo las ik, is een vrouw die zichzelf accepteert zoals ze is, met al haar plussen en minnen. Die niet bang is om haar kwetsbaarheid te tonen. Die elke keer dat ze onderuitgaat weer overeind krabbelt, hoe vaak dat ook is. Die niet opgeeft, ook al zit alles in het leven tegen. Die doorvecht, al lijkt de hele wereld tegen haar te zijn. Een vrouw die hoop verkiest boven bezorgdheid, liefde boven vrees, en geloof boven angst. Die haar kracht niet van zichzelf verwacht, maar van boven. Van God. N.a.v. de nieuwe THUIS die als thema 'sterke vrouwen' heeft en veel inspirerende artikelen daaromheen bevat, waaronder interviews met sterke vrouwen, Bijbelstudies over hoe je zelf stevig(er) in je schoenen kunt gaan staan, een reisreportage uit Nieuw-Zeeland en lekkere recepten met echte Hollandse wintergroenten. Kortom: hebben.